Da 5 Bloods

2019 was voor Netflix een topjaar inzake invullen van de ambitie om meer prestigieus filmmateriaal aan te bieden (met Scorseses The Irishman en Baumbachs Marriage Story als kroonjuwelen). 2020 is voorlopig een pak magerder op dat vlak en daarom is de première van Da 5 Bloods – de nieuwe film van Spike Lee – wellicht meer dan welkom. Brandend actueel ook in zijn thematiek want – hoe cynisch het ook is dat te stellen – de film heeft zeker het momentum aan zijn zijde.

Het is een bekend gegeven dat verhoudingsgewijs het aantal Afro-Amerikaanse soldaten tijdens de Vietnamoorlog bijzonder hoog lag en dat dat ook weerspiegeld werd in het dodental. Daarmee stonden die infanteristen in de frontlinie van een dubieuze oorlog ter verdediging van de waarden van een natie die hen nog altijd als tweederangsburgers beschouwde. Terwijl op het thuisfront de strijd om gelijkberechtiging in volle hevigheid woedde, vochten jongeren in de jungle van Zuid-Oost Azië een vuile oorlog uit die de hunne niet was. Spike Lee opent zijn Da 5 Bloods met een citaat van Mohammed Ali, dat die realiteit in woorden vat en gebruikt de oorlog in Vietnam vervolgens als een metafoor voor de raciale wantoestanden die ook vandaag nog bestaan.

Lee bedient zich daarbij niet van de klassieke oorlogsfilm, wel van het soort prent waarin Hollywood probeert de geschiedenis te herschrijven en de oorlog alsnog te winnen – een subgenre waarnaar expliciet verwezen wordt en dat zijn ultieme incarnaties kende in titels als Rambo: First Blood Part II en Missing in Action. Aanvankelijk lijkt het erop dat de cineast verderzet wat hij startte met Blackkklansman (een film die zijn carrière eindelijk weer in een stroomversnelling bracht) en vooral probeert om een brok geschiedenis door een door raciaal onrecht gekleurde lens te tonen, veelvuldig aangevuld met soms al te didactische verwijzingen naar gebeurtenissen en personen.

Gaandeweg echter begint de film bruusk van toon te wijzigen en Lee weigert gelukkig ook om zich te houden aan al te zeer voor de hand liggende analyses. Het verhaal over vier veteranen die terugkeren om het lijk op te halen van hun gevallen strijdmakker – en spirituele leider – en tegelijkertijd een kist vol goud te recupereren die werd buitgemaakt na een geheime CIA-missie, leent zich immers tot een mix van stijlen en invloeden, die de regisseur vrolijk tegen elkaar op laat botsen, terwijl hij het avonturenverhaal (The Treasure of the Sierra Madre en Three Kings zijn nooit veraf) doorspekt met kritiek en reflectie. In het personage van Paul (met veel pathos vertolkt door een sterke Delroy Lindo) vindt Lee bovendien ook een manier om allerlei weerhaakjes te steken in zijn relaas en vermijdt hij resoluut om de Afro-Amerikaanse gemeenschap als homogeen en ideologisch eenduidig af te beelden: het Trump-petje dat Paul draagt, staat niet alleen voor de hedendaagse relevantie van het materiaal, maar suggereert op zijn minst ook de minder fraaie politieke kanten van de Amerikaanse oorlog in Vietnam, al blijft dit uiteraard een film die eerst en vooral over de Amerikaanse verwerking van trauma gaat en niet op zoek is naar een bredere globaliserende kijk.

Al die ingrepen maken de benadering van Lee een stuk rijker, maar tegelijkertijd vergrijpt hij zich ook wel aan soms opzichtige symboliek en een wat storende manier om popculturele (al dan niet raciaal-culturele) elementen te recycleren: zo is de hommage aan Coppola’s Apocalypse Now op te tonen van Wagner een beetje kinderachtig en is een discussie tussen Paul en een lokale koopman een al te makkelijke manier om de thematiek over te hevelen naar een zogezegd lokale context.

Het grote verschil tussen de Spike Lee van Do the Right Thing, Jungle Fever en Clockers en de Spike Lee van het jongste decennium ligt echter in de manier waarop de man er in zijn vroegere werk in slaagde om zijn opruiende pamfletten ook te vatten in een gebalde, rusteloze, vaak briljante filmtaal en een ritmiek die voortdurend naar de keel greep. Er zijn nog steeds flitsen te vinden daarvan in Da 5 Bloods, momenten waarop Lee de pure filmmaker in zichzelf herontdekt en de vrije hand geeft, maar die momenten zijn helaas schaars. Deze Netflix productie biedt dan ook gespierd en opruiend entertainment dat gevoed wordt door terechte woede, maar verpakt zit in een vormtaal die wat onevenwichtig schippert tussen groots en grotesk, tussen inventief en gemakzuchtig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =