Nederjazz Connection, Pt. 1 :: Bite The Gnatze / Yuri Honing Acoustic Quartet / I Compani

De Belgische jazz kreeg de voorbije jaren een injectie van jeugdig talent en doet het goed, maar ook in Nederland wordt intussen niet stilgezeten. Tijd om een aantal recent(er) verschenen releases onder de loep te nemen uit de zones van avontuurlijke jazz en improvisatie. Vandaag deel 1, met het nog steeds onder de radar opererende Bite The Gnatze, het Acoustic Quartet van saxofonist Yuri Honing en Bo van de Graafs voluptueuze orkest I Compani.

Bite The Gnatze :: Good Bike Fair Wheel (TryTone)

Bite The Gnatze is een te weinig bekende band met veel volk uit de Amsterdamse scene die al een kwarteeuw actief is. Gitarist/bandleider Paul Pallesen, trombonist Joost Buis, klarinettist Michel Duijves en drummer Alan Purves zitten er al van het begin bij en kregen later gezelschap van bassist Meinrad Kneer, rietblazer Steven Kamperman en pianist Frank Van Bommel. Meerdere leden dubbelen op andere instrumenten, waardoor je een behoorlijk breed en ongewoon klankenpalet krijgt (met onder andere banjo, lapsteelgitaar en harmonium) waarmee de wereld van kamermuziek en rootsy zijsporen binnen handbereik is.

Pallesens composities zijn transparant en gevarieerd. Ze laten vrijheid toe, maar worden strak in de hand gehouden door een gedisciplineerde band die de sterke thema’s met veel zwier uitvoert en humor laat binnensijpelen zonder er een carnavaleske bedoening van te maken. De klankkleur en schwung herinnert meer dan eens aan de klassieke bezettingen van Mingus, met in de kop meteen het knalvoorbeeld “Knorrepot”, waarin de ritmesectie vinnig blijft rollen terwijl Van Bommel even binnen wankelt à la Monk. Even aanstekelijk: het pompende “Sjans!”, dat herinnert aan het sardonische werk van Billy Jenkins, en het compacte “Don’t Mess With Miss Maison Moderne”, waarin Kamperman bevlogen soleert op sopraansax.

Het zijn stukken die ook dienen als contrastwerking, want elders worden soms meer ingetogen of formeel klinkende oorden opgezocht. Zo neigt het schuifelende “From D To G To A To D” naar uitgebeende kamermuziek en speelt “I See The World Spinning Round” ook met een meer etherische sfeer. “Zonnetje watertje windje” start met een kinderlijk melodietje op celesta en is een eerste hint naar een roots-achtig, marcherend geluid. Verderop herinneren “Knock Around The Corner” en “I Met A Lazy Horse” misschien wat aan Frisell-klassiekers als This Land of Have A Little Faith. Het dromerig-walsende titelnummer suggereert dan weer dat het allemaal ingebeeld kan zijn. Deze vijfde van Bite The Gnatze is niet enkel bijzonder onderhoudend, maar misschien ook een ideale kennismakingsplaat. Maak er werk van.

Yuri Honing Acoustic Quartet – Bluebeard (Challenge Records)

Saxofonist Yuri Honing is een muzikant die zich door vanalles laat inspireren. Literatuur, schilderkunst, geschiedenis, jazz en klassieke muziek: ze komen allemaal samen in de albums met zijn akoestisch kwartet, waarin hij zich al even laat ondersteunen door bassist Gulli Gudmundsson, pianist Wolfert Brederode en drummer Joost Lijbaart, die hem al bijstaat sinds zijn debuut A Matter Of Conviction uit 1992. Voor Bluebeard liet Honing zich inspireren door het gelijknamige personage, vooral bekend door het sprookje van Charles Perrault en sindsdien al opgedoken in het werk van talloze schrijvers (van Vonnegut tot Max Frisch), componisten (Bartok) en zelfs in Suske en Wiske.

Meer specifiek was het eigenlijk een sonnet van Edna St. Vincent Millay over Blauwbaard dat Honing zelf voordraagt in “Sonnet No. 6 Bluebeard”. De andere titels verwijzen naar werk van (onder anderen) Lord Byron, Elisabeth Bishop en Dylan Thomas. De muziek is vanaf “Bluebeard Maze” doorgaans traag en sereen – op het etherische af – met Honing die zalvende sax blaast over een ondergrond van ruisende cimbalen, wiegende baslijnen en spaarzame pianotekeningen. Meerwaarde is ook Brederode’s gebruik van harmonium en vibrafoon, wat het droomkarakter van Bluebeard nog eens extra benadrukt.

Bij het beluisteren van deze Scandinavisch getinte brokjes lijkt het haast ondenkbaar dat Honing ooit nog enkele platen opnam met Misha Mengelberg. Je benadert deze composities dan ook best niet als weinig substantiële wandelingen met een teveel aan zuurstof en een tekort aan weerhaakjes, maar als uitgepuurde, haast minimalistische hersenschimmen, pogingen om het suggestieve van poëzie in muziek te vertalen. Hier en daar hebben de stukken door de beperkte dynamiek en parelende uitvoeringen de neiging om in elkaar over te vloeien, maar te vroeg afhaken zou jammer zijn. Helemaal aan het einde heeft het kwartet met “Do Not Go Gentle Into That Good Night” immers een onderhuidse broeierigheid te pakken die duidelijk maakt dat elke benevelende noot van tel is.

I Compani – Amore Per Tutti (icdisc)

35 jaar geleden richtte rietblazer/componist Bo van de Graaf I Compani op om zich te wijden aan het werk van filmcomponist Nino Rota (vooral bekend van zijn samenwerkingen met Federico Fellini) en daar is hij nog altijd niet klaar mee. Amore Per Tutti is de zoveelste in een reeks hommages, al wordt het nu uitgebreid naar andere componisten (Philippe Sarde, Nicola Piovani, Gato Barbieri) en cineasten (Visconti, Bertolucci, Ferreri, …). Amore Per Tutti verzamelt live-opnames uit de periode 2010-2018 met een paar verschillende line-ups. Van de Graaf is daarbij de enige constante, doorgaans gesteund door de ritmesectie Arjen Gorter (bas) en Rob Verdurmen (drums), en een reeks trawanten.

Gorter en Verdurmen maakten jarenlang grote sier in het Willem Breuker Kollektief en dat is een belangrijke referentie. Niet enkel door het instrumentarium (doorgaans een combinatie van (onder andere) blazers, strijkers en accordeon/bandoneon), maar ook de stilistische insteek. Net als bij Breuker heb je hier te maken met een bruisende mix, met een centrale rol voor jazz en circus/hoempapa – al wordt de factor improvisatie hier wat meer op de achtergrond geduwd door het filmische karakter van de composities. Vanaf opener “Il Bidone”, uitgevoerd door een hecht sextet, beland je in die wereld van onstuitbare energie die slalomt tussen dik aangezette schmooze-muziek en koldereske gallop, met driftig meepompende trekzakken en knetterende swing.

Voor enkele van de vroegere opnames komen er nog eens trompet en trombone bij, wat de sound nog weelderiger maakt. De muziek zwaait opzichtig met de heupen, tuit de lippen, laat het vlees lillen, gulpt romig over de randjes. Buitenbeentje is het tweedelige “Diva Dolorosa” van pianist/componist Loek Dikker, wiens naam vooral einde jaren zeventig/begin jaren tachtig de ronde deed. Hier wordt het voluptueuze even omgeleid naar een sensuele dreiging. Ook de moeite: “It’s Over”, een bijdrage van Barbieri aan Last Tango in Paris, met de bandoneon van Michel Mulder die zorgt voor de Argentijnse toets. Het is een van de vele genereuze stukken in een album dat soms een béétje gebukt gaat onder het gewicht van al z’n ideeën en excessieve weelde, maar daarover klagen in deze context is eigenlijk al even ridicuul als jammeren over tomaten in spaghettisaus.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − zestien =