Steve Earle & The Dukes :: Ghosts Of West Virginia

Van een muzikant die het hart op de tong draagt als het over zijn politieke opvattingen gaat, verwacht je in dit verkiezingsjaar een album van op de barricaden. Niets is echter minder waar bij Steve Earle, die voor zijn nieuwe album diep in Trump-land duikt en een pakkend beeld schetst van de mijnwerkers in coal country

5 april 2010. Bij een explosie in de Upper Big Branch-mijn in Montcoal, West Virginia komen 29 mijnwerkers om het leven. Het was de ergste mijnramp in de Verenigde Staten in ettelijke decennia. Uit onderzoek bleek dat de uitbater van de mijn talloze veiligheidsmaatregelen doelbewust aan de laars lapte. De mijn werd gesloten en de eigenaars betaalden 200 miljoen dollar schadevergoeding uit aan nabestaanden en overlevenden. De ramp was een zware slag voor een verarmde streek die leeft van de mijnbouw, een vervuilende industrie die al een hele tijd in zwaar weer zit. 

Dat verhaal was de inspiratie voor documentaire theatermakers Jessica Blank en Erik Jensen die er na talloze gesprekken met de nabestaanden het toneelstuk Coal Country over schreven. Aan Steve Earle vroegen ze om de voorstelling van muziek te voorzien. Zeven nummers uit het stuk komen nu samen met drie andere nummers — die ook een link hebben met West Virginia —  terecht op zijn nieuwe album Ghosts Of West Virginia. Voor dat album deed Earle alweer een beroep op zijn vaste begeleidingsband The Dukes, waar de vorig jaar overleden bassist Kelley Looney vervangen werd door Jeff Hill. 

Op zijn voorgaande albums laveerde Earle tussen een eerbetoon aan zijn vriend Guy Clark en een paar genre-oefeningen (blues op Terraplane, country op So You Wannabe An Outlaw). Hier kiest Earle echter weer voor wat meer verscheidenheid, al is toch vooral de bluegrass prominent aanwezig. Dat is niet echt verwonderlijk aangezien West Virginia pal in de Appalachen ligt, ground zero van de bluegrass.

Het album opent a capella met “Heaven Ain’t Going Nowhere”, waarna “Union, God And Country” voor een eerste hoogtepunt zorgt. Het is een nummer over vakbonden en de verbondenheid van de mijnwerkers, want het ongeluk gebeurde niet toevallig in een zogenaamde closed shop mijn, waar vakbonden niet toegelaten waren. Earle weet meesterlijk een beeld te schetsen van het leven in een mijnwerkersgemeenschap. Het gevaar (het rockende “Devil Put The Coal In The Ground”), de ziektes (“Black Lung”) maar vooral de verbondenheid tussen de mijnwerkers over de generaties heen, in de bluesy sleutelsong “It’s About Blood” waarin de Earle de namen van de 29 slachtoffers een voor een afroept. 

Een aantal nummers verhalen de tragedie vanuit het oogpunt van de families. Vier families die enkele dagen tussen hoop en vrees geslingerd werden vooraleer de laatste lichamen geborgen werden (een ingetogen “Time Is Never On Our Side”) of een rouwende weduwe (het door violiste Eleanor Whitmore gezongen “If I Could See Your Face Again”). Een buitenbeentje is het enige nummer dat niet gelinkt is aan de mijnramp. Op “Fastest Man Alive” kruipt Earle in de huid van Chuck Yeager, de eerste piloot die door de geluidsmuur ging en plaatselijke zoon van de mijnwerkersregio in West Virginia. 

Op Ghosts Of West Virginia toont Steve Earle zich een geïnspireerde en empathische chroniqueur van het harde bestaan in een door de moderne tijd achter gelaten gemeenschap van mijnwerkers. De verbondenheid, het gevaar, het leed. Nergens verliest Earle zich in goedkope slogans of makkelijk scoren. “If I’d never been down in a coal mine / Lived a lot longer, hell, that ain’t a close call / But then again I’d a never had anything / And half a life is better than nothin’ at all” zing hij op het einde van “Black Lung”. Ghosts Of West Virginia is een grand cru Earle.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in