Glass Museum :: Reykjavik

Geen recensie. Een verhaal. Omdat het lang, erg lang geleden is. Hoor ons aan, vrienden.

De sneeuw woei ons rond de oren. De wind sneed door onze botten – de bontmantel hield voor geen meter. We zagen geen hand voor onze ogen, maar rond ons – zo wisten we – ontvouwde de Russische Taiga zich in al haar glorie. Eindeloos rolden de naaldbomen over de heuvels, wij zagen ze hoogstens nét voor we tegen hen dreigden op te botsen. Het verbaasde ons toen dat niet langer het geval was, en het duurde even voor we het beseften. Eindelijk waren we door het bos, en in de verte brandde een lichtje.

De oude man in de hut ontving ons aarzelend, maar deed zijn eed van gastvrijheid gestand. Gaandeweg ontdooide hij zelf. Zangerig begon hij te praten, begeesterend vertelde hij, met grootse en weidse gebaren. Gloedvol overrompelden zijn woorden ons, vervoerde de emotie van zijn betoog. We verstonden er niets van, met zijn dialect waar zelfs professoren in Moskou zich nog nooit over hadden gebogen, maar we begrepen alles.

Zo gaat het ongeveer op Reykjavik van Glass Museum. Je weet niet wat Antoine Flipo wil vertellen, maar het gevoel dat uit zijn pianospel spreekt zegt meer dan duizend woorden konden. Landschappen ontvouwen zich voor je ogen, stille tragedies schroeven je hart dicht, een speelse vertelling schildert een glimlach op je lippen. Martin Grégoire, aan de overkant, is de enige die weet wat hij voelt. En van achter zijn drums becommentarieert hij het verhaal van zijn maat. Op “Reykjavik” zelf gaat dat stormenderhand; het vingervlugge toetsenspel voelt urgent, de drums willen roffelend ten aanval, maar blijven uiteindelijk toch hangen in de achterhoede. Want als die Rus van daarnet heeft ook Flipo zoveel woorden die je niet begrijpt, maar toch voelt. Zijn stem danst, houdt in, om uiteindelijk in jubelen uit te barsten: een leeuwerik die boven het veld kwinkeleert.

Is het jazz? Post-rock? Iets daartussen? Gewoon minimal music? Dat laatste zeker niet. Daarvoor schuwt Glass Museum het grote gebaar net wat te weinig, al weet Flipo hoe pathos moet gebruikt; in kleine dosissen. Je hoort het aan “Sirocco” dat in weerwil van zijn naam op kousenvoeten komt binnengetrippeld na het openingsgeweld van de titeltrack. De tred is lichtvoetig, het melodietje dat gaandeweg het voorplan opeist is speels. Geen post-rock dus; niet zwaarmoedig genoeg.

Enkel in “Abyss” – titel oblige – hangt een kleine wolk aan de hemel. Flipo treurt een prachtige melodie uit zijn mouw, een zweempje elektronica druppelt neer. Het is een kortstondige depressie, want in “Nimbus part I” speelt de glimlach alweer om de lippen, voor wat voelt als een avonturenverhaal; vol grootse bewegingen en spectaculaire ontwikkelingen. Heel even moeten we aan God Is An Astronaut denken, maar niet lang; “Nimbus part II” stevent resoluut op dansterrein af, pompende baslijn en sissende hi-hat incluis.

Het is de sterkte van Glass Museum dat ze alles als vanzelfsprekend doen klinken. Van bij zijn eerste noot is Reykjavik een klaterend bergriviertje dat zich onstuitbaar naar beneden stort; van bocht naar bocht, van waterval naar waterval. Na debuut Deux is dit een onmiskenbare stap vooruit. De toekomst ligt wijd open voor dit tweetal.

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in