Mijn Rembrandt

Met het moment waarop filmzalen opnieuw zullen op gaan, nog steeds een onbekende factor, worden steeds meer films uitgebracht via diverse kanalen. Verdeler Cinéart maakt Mijn Rembrandt via Premium VOD beschikbaar.

Het is interessant om te zien hoe de documentaire Mijn Rembrandt van Oeke Hoogendijk (die eerder al een docu draaide rond de vernieuwing van het Amsterdamse Rijksmuseum) opent met een manier van kunst in beeld brengen die nog steeds teruggrijpt naar het werk dat pioniers zoals Charles Dekeukeleire, André Cauvin of Paul Haesaerts leverden in films als Thèmes D’Inspiration, Het Lam Gods of De Renoir á Picasso. Ook hier glijdt de camera zoekend over schilderijen, zonder woorden, enkel met beelden de werken verkennend.

Dat eerste werk – uiteraard van de grote Nederlandse schilder Rembrandt Van Rijn – hangt in een weelderig gedecoreerd kasteel van een Schotse edelman, die een expert van het Rijksmuseum inroept bij het verhuizen van het schilderij naar een andere kamer.  Het is de eerste verhaallijn in een film die terecht in de titel de bezitsvorm ‘Mijn’ draagt … elk van de plotlijnen, toont immers een zich toe-eigenen van kunst, op grotere of kleinere schaal, intellectueel, materieel en emotioneel.

De eigenaar die we als eerste ontmoeten is steenrijk een houdt er een grote verzameling op na, maar de kleine privéwereld waarin hij zijn kunst beleeft, is niets vergeleken met die van het echte grote geld. Thomas Kaplan en zijn echtgenote, verwerven peperdure stukken en stellen ze vervolgens ter beschikking van musea. ‘We leven niet met die werken’ zegt Kaplan, die er een missie van maakt de schilderijen – waaronder een aantal sleutelwerken van Rembrandt – opnieuw in het publieke domein te brengen. Dat publieke domein kampt echter met eigen demonen: wanneer de Franse baron De Rothschild twee doeken van de hand doet (‘Er bestaat ook in Nederland zoiets vreselijks als belastingen’ mijmert hij over de reden van de verkoop) komt het tot een hoogoplopend internationaal incident tussen het Parijse Louvre en het Rijksmuseum, waarna de politiek tussenkomt en beslist om een gezamenlijke aankoop te forceren. De persoon die echter de meeste aandacht krijgt, is Jan Six, telg van de adellijke Nederlandse familie Six, die een schat aan werken van de meester beheert en al generaties lang in kunst handelt. De jongste erfgenaam wil zichzelf duidelijk bewijzen (‘Nu heb ik eindelijk getoond dat het niet enkel mijn familienaam is’ stelt hij na een triomf), wat leidde tot een bijzonder omstreden ‘ontdekking’ van een nieuw werk van Rembrandt, een aankoop waarbij Six duidelijk niet helemaal transparant te werk ging. De vermaarde kunstwetenschapper die het werk als authentiek bestempelde, komt er evenmin ongeschonden uit: zijn rol in het verhaal is wat vaag en bovendien zien we hem eerst bij hoog en bij laag beweren dat het doek geen Rembrandt kan zijn – al moet de waarheid gezegd dat dit soort van toeschrijvingen altijd een proces van vooruitschrijdend inzicht is.

Vormelijk doet Hoogendijk niets nieuws of bijzonders, al is het zeker zo dat haar hoge definitiebeelden oogstrelend mooi zijn en ze naast de schilderkunst ook oog heeft voor architectuur en interieur. Het echt boeiende aspect aan Mijn Rembrandt is vooral te vinden in het kritische portret van de kunstwereld dat de cineaste schetst. Hoezeer kenners, eigenaars of wetenschappers ook oprecht gepassioneerd zijn door hun vak of liefhebberij, ze kunnen er niet om heen dat het een wereld is die ook steeds om geld draait – heel veel geld. Het is een onontkoombare waarheid, schijnt de film te suggereren, die er altijd is geweest en waar altijd mee zal moeten worden rekening gehouden. Het enige echt pure beeld is dan ook voorbehouden voor een van de weinige louter esthetische elementen: de subtiele reflectie die opnieuw zichtbaar wordt in het oog van de jongeman in het pas ontdekte schilderij, wanneer een restaurateur zorgvuldig jaren van vuil verwijdert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in