Interview: Cinea

De filmredactie van Enola onderhoudt goede contacten met Cinea (Vlaamse Dienst Filmcultuur) en de filmopleiding aan de Universiteit van Antwerpen. In het kader daarvan krijgt u vandaag een interview met Bart Versteirt, coördinator van Cinea, dat ieder jaar onder andere het ‘Zomerfilmcollege’ en ‘Classics Restored’ organiseert en dat een van de belangrijkste spelers is in het Vlaamse filmculturele landschap. De tekst snijdt de algemene filmcultuur in Vlaanderen aan, evenals de plannen voor het oprichten van een ‘Vlaams Netflix’. Het interview werd afgenomen door Tineke Van de Sompel en Inne Ysebaert, beide studenten aan de UA.

Een zaal vol cinefielen, kijkend naar een 35mm pellicule waar eventueel een kras op staat, is hét ultieme moment voor Bart Versteirt, coördinator van Cinea. We ontmoeten hem in de bureaus van Cinematek, waar we peilen naar zijn mening over de Vlaamse Netflix.

Vlaamse Dienst voor Filmcultuur

“Als coördinator van Cinea ga ik, samen met het filmarchief, voornamelijk de kennis en appreciatie van film en filmgeschiedenis ondersteunen en verspreiden in Vlaanderen. We doen dit door evenementen te organiseren zoals het Zomerfilmcollege en Classics Restored Festival. Het voornaamste is dat cinema als kunst centraal staat. Het is een heel divers takenpakket, maar ik werk ook met mensen die freelance in dienst zijn of met verschillende sprekers op onze evenementen. Zoals voor het Zomerfilmcollege is er een vaste wisselwerking tussen enerzijds Nick Pinkerton, Adrian Martin en Cristina Álvarez López voor het Engelstalige gedeelte. Anderzijds overleg ik ook altijd met Tom Paulus en Steven Jacobs (Universiteit Antwerpen, red.) voor het Nederlandstalige gedeelte. Bij het Zomerfilmcollege proberen we ons zo weinig mogelijk te laten leiden door de actualiteit. Op die manier heeft de spreker de volledige vrijheid om zijn expertises te delen. Het is nog maar één keer voorgevallen dat we de actualiteit erbij betrokken hebben en dat was in 2016, een jaar na het overlijden van Chantal Akerman (Belgische regisseuse, red.), maar dat zagen we eerder als een eerbetoon aan haar. De voornaamste reden dat het Zomerfilmcollege in De Cinema in Antwerpen doorgaat, is omdat het praktisch gezien logischer is dan in Brugge (tot 2011 vond het tweejaarlijks plaats in de cinema’s van Lumiere te Brugge, red.). Vanuit Cinea zijn wij blij met die keuze want sindsdien hebben we een groter en gevarieerder publiek en kan het sinds 2015 jaarlijks plaatsvinden. Naast het feit dat Antwerpen de grootste Vlaamse stad is, is er ook een samenwerkingsverband met de Universiteit en het MUKA. Voor het Classics Restored festival hebben we gekozen voor de stad Gent omdat ook daar een publiek is met interesse in klassieke films maar het aanbod is er niet zo groot zoals in Antwerpen of Brussel. Bij Classics Restored festival wordt het programma voornamelijk samengesteld door mezelf, in samenspraak met Kevin De Coster van Buda (Kunstencentrum Kortrijk, red.), en dan leggen wij dat voor aan Kask Cinema Gent. Daar proberen we wel een link te leggen met de actualiteit. Niet zozeer thematisch, maar we proberen zoveel mogelijk recente restauraties te vertonen die in première zijn gegaan op de grote filmfestivals zoals Cannes, Berlijn en Venetië. Het mooie aan zo een festivals is dat je soms naar een filmkopij aan het kijken bent van meer dan zestig jaar oud zoals in Il Cinemq Ritrovato in Bologna.  Als je zulke films dan kan zien, geeft dat natuurlijk extra waarde aan uw kijkervaring. Zelf ben ik een grote fan van films op pellicule, maar dankzij digitalisering kunnen we op een filmfestival zoals Classics Restored wel een restauratie vertonen uit Hong Kong. Mijn ultieme cultuurmoment is dan ook een film zien waar ik amper iets van wist en toch van de sokken geblazen word. Dat is ook het mooie aan mijn job, dat ik zo een films aan een publiek kan tonen en er een gedeeld moment van verbondenheid heerst in de zaal. Als nadien iemand tegen mij komt zeggen: ‘Bart, van deze film had ik nog nooit gehoord, maar die heeft mij zo intens geraakt’, is dat het mooiste compliment dat ik kan krijgen.”

Vlaamse Netflix

“Over het algemeen heb ik enkele bezwaren tegen streamingdiensten. Niet zozeer het idee an sich maar eerder omwille van het overaanbod. Netflix bijvoorbeeld wil zijn kijkers zo lang mogelijk van de ene naar de andere film laten kijken en is daarom voor mij te commercieel gericht. Op die manier haalt de kijker geen plezier meer uit het ontdekken van een goede film. Een streamingdienst zoals Mubi is dan weer een ander verhaal. Daar krijg je dertig films waarvan elke dag één film verandert en zo ligt de focus volledig op film an sich. Stel dat de Vlaamse Netflix tot stand zou komen, en dat er een interessante selectie aan vooraf gaat, dan kan het wel een boeiend gegeven zijn. In die selectie hoop ik, naast enkele bekende Vlaamse langspeelfilms, een aanbod van documentaire-en experimentele films te zien, waar momenteel nog geen groot publiek voor is. Zo een platform zou een belangrijke rol kunnen spelen in de groeiende interesse voor tot nu toe onbekende filmische pareltjes. Het blijft natuurlijk afwachten wat Telenet en DPG van plan zijn. Naast het feit dat ze als lokmiddel gebruik willen maken van films gebaseerd op het werk van Louis Paul Boon, zoals De bende van Jan de Lichte, zouden ze ook binnenlandse-en buitenlandse series willen aanbieden. Daarbij vrees ik meteen dat er heel wat bekende namen tussen zullen staan en dan gaat het hele idee van ontdekking verloren. Op die manier gaat de Vlaamse Netflix waarschijnlijk gewoon de strijd aangaan met concurrenten zoals Netflix, Disney+ of Proximus. Dus nee, ik heb niets tegen het idee van een Vlaamse Netflix, de vraag is alleen hoe het aangepakt zal worden, op welke manier het gefinancierd wordt en wat het aanbod zal zijn.”

Toekomstplannen

“Het zou nochtans een geweldig initiatief zijn moest er een platform bestaan waarop ook minder gekend lokaal werk op een onderbouwde manier onder de aandacht kan gebracht worden. Mocht daar dan ‘De kroniek van de Vlaamse film’ (DVD-box van Cinematek, red.) tussen zitten, waar Mira, Meeuwen sterven in de haven en De man die zijn haar kort liet knippen deel van uitmaken, zou dat helemaal geweldig zijn. Het VAF zou hiervoor een geschikte initiatiefnemer zijn. Maar ook Cinematek zou in zee kunnen gaan met de Vlaamse Netflix. Zeker als er interesse zou zijn voor gerestaureerde klassiekers. Zolang het publiek ook nog naar de restauraties in de cinema zelf komt kijken, zou dat zeker een interessant gegeven kunnen zijn.  Ik hoop zelfs dat er op vlak van film binnen tien jaar nog steeds een rijke, of zelfs rijkere, cinemacultuur is. De verschillende platformen hoeven niet per se met elkaar in strijd te gaan, ze zouden elkaar ook kunnen versterken. Op die manier kunnen streaming platformen ervoor zorgen dat mensen nog meer interesse krijgen voor films en nog meer zin hebben om ze in de cinema te gaan ontdekken. Ik geloof niet dat wij binnen tien jaar allemaal apart in een hoekje naar één van de miljoenen films op Netflix zitten te kijken. Dat verbindend aspect van cultuur gaat volgens mij niet verdwijnen en streamingdiensten gaan dat ook niet beletten. En wat Cinea betreft, wij plannen een wijdere release aan recent gerestaureerde klassiekers: Classics Restored on Tour! We willen een promotiecampagne houden en media-aandacht genereren zodanig dat er geconverseerd wordt over die klassiekers. Niet ‘We vertonen deze en kom maar zien als je wilt’, maar de kadering errond zal hopelijk mensen aanmoedigen om deel uit te maken van een culturele conversatie. Maar goed, dat is een project dat nog in zijn kinderschoenen staat!”

Tineke Van de Sompel en Inne Ysebaert

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in