Christian Löffler :: Lys

Na een relatieve stilte van drie jaar is de Duitse producer Christian Löffler vorig jaar uit zijn winterslaap ontwaakt met het album Graal (Prologue) en nu, een jaar later, serveert hij ons het prachtige, in kil ochtendlicht badende Lys.

Bij Christian Löffler sijpelen zijn andere bezigheden, schilderkunst en visuele kunsten, ook steeds door in de muziek: de tableaus die hij uit zijn software tovert zijn impressionistisch verklankte beelden waarin de verschillende elementen van de natuur gevat worden. Nadat hij al platen over de zee (Mare) en het bos (A Forest) had gemaakt, kwam deze keer het licht (Lys) zelf aan bod, niet in grove borstelstreken, maar met zachte hand aangebrachte teinten die overgaan van lichtgrijs naar helwit.

Zijn muziek maakt Löffler in zijn hut op het schiereiland Darss, helemaal in het noorden van Duitsland. Uitkijkend over de Baltische golf is Löffler volledig omgeven door de natuurelementen. Het opnameproces van dit album had iets van een vrijwillige ballingschap volgens de producer. Elke ochtend ging hij voor dag en dauw lopen in de natuur waarbij hij het opkomende zonlicht volledig in zich opnam; hoe het brak op het wateroppervlak, hoe het haast versnipperd werd wanneer het doorheen de takken, naalden en bladeren van de bomen helder op hem neer blikkerde. Na het lopen ging hij zo snel mogelijk terug de studio in om zijn gevoel om te zetten in geluiden. Het is het kille licht in zuivere, ijskoude lucht zoals je dat vindt in meer afgelegen gebieden, waar de mens de lucht nog niet al te hard heeft verpest.

En toch is dit een diepmenselijke plaat geworden, een hecht album, eentje dat golft en zachtjes op en neer deint, als een kalme oceaan. Tegelijk kan deze oceaan van muziek ook haar spierballen laten rollen. Sereniteit en gevaar treden op als gelijken, zoals in de klassieke houtsnede van de golf van de japanse kunstenaar Hokusai. Het water zelf is wild, de achtergrond en de hemel stralen een zekere rust uit. Het is die eenheid van de tegenstellingen die de kracht van dat schilderij en evenzeer van dit album uitmaken.

Muzikaal vertonen de nummers allemaal min of meer hetzelfde stramien: geduldig wordt eerst een fundament gelegd waarop vervolgens laagjes van extra diepgang worden toegevoegd. “Ballet” begint met druppels dauw die neervallen; de zang gaat sierlijk als een pas de bourrée harmonisch over in de beats om vervolgens ermee te versmelten. Soms komen enkele muzikale zielsverwanten om het hoekje loeren. Zo is het moeilijk om in “Weiss” niet te denken aan Jon Hopkins’ “Open Eye Signal”: subtiel gedempte handclaps gaan een dialoog aan met een licht pulserende beat die met elke gepasseerde maat ingehouden intenser wordt om zonder een echt hoogtepunt zachtjes uit te doven. Op andere momenten doet het geheel aan als een oplichtende tegenhanger van het duistere The Last Resort van Trentemöller.

De enkele tracks met vocalen zijn eerder contemplatief van aard: in “Versailles” fluistert Löffler zelf smachtend “Ahh (‘Cause You) I’ll hold you” maar in “The End”, “Lys”, “Ballet” en “Roth” besteedt hij de zang uit aan enkele mooie etherische vrouwenstemmen die als alven wijsheden uit de natuur influisteren.

Af en toe mogen de beats ook van de ketting: “Sun” klinkt als het geluid dat je hoort wanneer de gynaecoloog de echo over je ongeboren kind laat gaan en het tempo is ongeveer dat van de hartslag van een foetus. Een song die zo hoopvol is als de belofte die ongeboren leven in zich draagt. Menselijker wordt elektronische muziek niet vaak.

Soms zijn elektronische albums even glad als kil, soms echter slaagt zulk een album er in om een warme gloed uit te stralen en de verwondering van de mens in de natuur uit te drukken. Dit is er zo eentje en het is er eentje om te koesteren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in