L’Immortale

In 2008 maakte regisseur Matteo Garrone furore met Gomorra, een brutale misdaadprent die de minst glamoureuze kanten van de Italiaanse maffiawereld verkende. Zes jaar later werd uit hetzelfde materiaal een televisieserie gesponnen die nog steeds loopt. Om de cirkel rond te maken, is er nu L’Immortale, een ‘spin-off’ van de reeks, die bedoeld is om een hiaat tussen het einde van het derde en de start van het vierde seizoen in te vullen. De film is vanaf 26 maart te bekijken via het VOD-platform van verdeler Lumière.

L’Immortale opent met de seizoensfinale van de reeks, waarin Ciro Di Marzio – bijgenaamd ‘de onsterfelijke’ – geëxecuteerd wordt en in het water terechtkomt. Terwijl hij zinkt, krijgen we een eerste ‘flashback’ naar zijn jeugd, waarna de chronologie hernomen wordt en we zien hoe ‘Don Ciro’ de dans ontspringt en in Letland terechtkomt waar hij niet alleen een nieuwe organisatie krijgt om te leiden, maar ook een lang vergeten figuur uit zijn jonge jaren, opnieuw tegen het lijf loopt.

De combinatie van verleden en heden vormt de dragende structuur van de hele film en laat beide verhaallijnen uiteraard langzaam samenvallen. De episodes in Napels tonen hoe de jonge Ciro onder de vleugels genomen wordt van de oudere Bruno, een fascinatie opbouwt voor diens engelachtige vriendin en uiteraard krijgen we ook te zien waarom hun wegen scheidden en hun onderlinge relatie in het andere verhalende luik zo gespannen lijkt te zijn. Die tweede plotlijn is een allegaartje van elementen die in de serie allemaal al aan bod kwamen, met dat verschil dat het decor nu noordelijk is in plaats van mediterraan. Het voelt allemaal een beetje repetitief aan en ook de vergezochte wendingen aan het eind zijn niet meteen iets om wild enthousiast over te worden.

Dat de film er toch enigszins in slaagt om de aandacht vast te houden, is in grote mate te danken aan hoofdrolspeler Marco D’Amore, die met een intense vertolking het geheel veel meer draagkracht schenkt dan het eigenlijk verdient. Ciro waart als een donkere, zwijgzame schaduw doorheen deze fictieve wereld en D’Amore geeft daarmee aan de wat voorspelbare gebeurtenissen een extra dimensie die past binnen de ontwikkeling van zijn karakter in de reeks en hier en daar zelfs – verrassend genoeg – een enkele link legt naar de originele langspeler.

Dat is het goede nieuws, want verder voelt deze L’Immortale vooral bijzonder generisch aan. Dat D’Amore ook zelf in de regiestoel plaatsneemt lijkt immers een veel minder goed idee te zijn. De geijkte misdaadmomenten worden zonder veel persoonlijkheid in beeld gezet en hoewel de digitale fotografie en algemene ‘production values’ onberispelijk zijn, is het allemaal ontdaan van enige echte creativiteit. De uniforme vormgeving die slaafs de serie volgt is glad en oninteressant, zonder enige meerwaarde. Ook de onhebbelijke voorkeur voor het gebruik van popsongs over montages is vooral doorzichtig in plaats van emotioneel: een al te gemakkelijk gebruik van muzikale begeleiding dat moet maskeren dat waar we naar kijken niet veel on het lijf heeft.

Het kon natuurlijk allemaal nog veel slechter en het moet gezegd dat de film zeker een aantal momenten telt die net iets meer te bieden hebben. De positieve benadering zou dan ook zijn van te stellen dat L’Immortale niet zo slecht is als kon gevreesd worden voor een prent die vooral handig (en met groot succes aan de Italiaanse kassa) wil inspelen op de populariteit van een reeks. De minder enthousiaste versie daarvan is stellen dat de film vooral uitblinkt in brave mediocriteit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in