Karel Čapek :: Hordubal

Staat de waarheid vast, of is zij een kwestie van perspectief? De Tsjechische schrijver Karel Čapek is lang niet de enige die zich over dat vraagstuk heeft ontfermd. Na de ontnuchtering van de Eerste Wereldoorlog tekende zich tijdens het interbellum een nieuw filosofisch perspectief af op objectiviteit en feitelijkheid, waar ook Luigi Pirandello roemrijk toe heeft bijgedragen. Čapek op zijn beurt opende de ogen van zijn lezers met een triptiek, die sinds kort integraal in een Nederlandstalige editie werd uitgebracht. Hordubal, het slotstuk van de vertaalmarathon, was eigenlijk het eerste luik van de zogenaamde noëtische trilogie. En voorwaar, het werk smaakt naar meer!

Waarom Hordubal als laatste vertalen? Misschien omdat dit openingsdeel van de triptiek het enige is waarvan reeds een Nederlandstalige editie circuleert. Deze vertaling dateert evenwel uit de jaren ’30, en ging uit van een Duitse transcriptie. Een vertaling van een vertaling dus: niet moeilijk om in te zien dat veel van Čapeks taalrijkdom op die manier verloren ging. En dat is verre van onbelangrijk, want in essentie is Hordubal vooral een meesterlijk verteld relaas. Niet zozeer om het wat van de plot, maar om het hoe. Irma Pieper, die de klus fenomenaal klaarde, voelt dat alleszins uitstekend aan.

Čapek kruipt doorheen drie verschillende delen in het hoofd van evenveel verschillende personages of instituten. Het lijdend voorwerp van de tragedie, met name boer Hordubal, die na een lang verblijf in de Verenigde Staten terugkeert en merkt dat zijn gezin en zijn landbouwbedrijf niet meer zijn zoals hij ze achterliet, komt eerst aan het woord. Uiteraard is zijn visie op de gebeurtenissen niet de meest volledige of absolute, maar daar gaat het Čapek niet om. Wanneer een politioneel onderzoek wordt ingesteld naar het wedervaren van het titelpersonage, blijkt zijn karakter anders gelezen te worden door diegenen die zijn gedrag en uitspraken moeten zien te interpreteren. De goedmoedige Hordubal die zich angstig afsluit voor bepaalde vermoedens, wordt een slachtoffer. En in het derde deel, dat vanuit de blik van de juridische autoriteit is opgesteld, zelfs tegelijk een martelaar, een held doch ook een slapjanus. Maar waar blijft de ‘ware’ Hordubal, mag de lezer zich onderwijl afvragen.

Čapek laat zien hoe iedereen met zijn of haar eigen waarheid aan de haal gaat, en hoe die gesuggereerde (of zelfs ‘verzonnen’, want in het universum van de schrijver mag het er best grotesk aan toe gaan) werkelijkheid de ware toedracht onbelangrijk maakt. Wetende dat Hordubal geschreven werd met de Tweede Wereldoorlog in aantocht, heeft de roman iets visionairs: Čapek voorspelt immers dat een volk, weliswaar onder toezicht van demagogen die vakkundig de regie voeren, doodeenvoudig een eigen realiteit kan creëren. Is dat niet exact de geschiedenis van het nationaalsocialisme, dat toen Čapek dit eerste luik in 1933 voltooide zijn populariteit naar ongekende hoogten zag stijgen, logischerwijs door toedoen van de eigen propagandamachine?

Bijzonder is evenwel dat Čapek zich niet waagt aan expliciete maatschappijkritiek. Zijn boek wordt tijdloos net omdat het niet naar een specifiek tijdgewricht verwijst. Hordubal zou van alle tijden kunnen zijn, zich in tal van contexten kunnen afspelen, en altijd even juist aanvoelen. Dat heeft overigens veel te maken met de magnifieke polyfonie die de schrijver bereikt. Elk personage krijgt een uniek timbre aangemeten, en ettelijke karakters zijn gewoonweg onvergetelijk – Hordubal zelf op kop. Ronduit hilarisch is de struisvogelpolitiek waarmee hij zichzelf voor een onverdraaglijke catastrofe probeert te behoeden. Toch krijgt zijn stemregister na verloop van tijd ook een schrijnende ondertoon, die als een onhoorbaar basso continuo doorheen de slothoofdstukken nawerkt. Waarna de stemmenkast tijdens het burleske proces op de spits wordt gedreven…

Zelden is scherpzinnige, tragische en psycho-filosofisch geladen literatuur zo onweerstaanbaar grappig als bij Karel Čapek. Hrabal, Hašek, Weil, Kundera: is de Tsjechische literatuur geen schatkamer? Zeer zeker. Eén waarin lach en traan elkaar steeds weer de hand reiken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in