Noémie Wolfs :: ”Ik werk nooit meer alleen”

Album nummer twee voor Noémie Wolfs, en dus mogen we zo langzamerhand dat ‘ex-Hooverphonic’ van achter haar naam schrappen. Op Lonely Boys’ Paradise laat de Antwerpse zangeres horen nog lang niet uitverteld te zijn. “Het hoeft niet altijd autobiografisch. Een rol spelen op het podium; dat vind ik pas geweldig om doen.”

enola: Was er een soort plan toen je aan Lonely Boys’ Paradise begon?

Noémie Wolfs: “Neen. Echt een richting kiezen lukt me niet. Dat had ik bij Hunt You al geprobeerd: bewust kiezen voor iets dat dansbaar is, of toch live energie geeft. Zo werkt het niet bij mij. Mijn vorige manager stuurde me ooit een filmpje waarin Ed Sheeran uitlegt hoe hij een van zijn wereldhits schreef. Mooi hoor, dat die gasten kunnen opstaan en beslissen “Vandaag ga ik een meganummer schrijven” en er aan beginnen, maar … neen. Het enige bewuste verschil met Hunt You is dat ik deze keer met meer mensen wilde samenwerken. Mijn debuut had ik zo goed als alleen geschreven en opgenomen samen met mijn vriend (Simon Casier, ook bassist van Balthazar, red.). Nu is bijna elk nummer een colab. Ik heb met mensen uit binnen- en buitenland samengezeten, en heb me daar goed mee geamuseerd. Dat durfde ik enkele jaren geleden nog niet. Ik had weinig schrijfervaring, ik schrok er voor terug om met gerodeerde songschrijvers samen te gaan zitten. Ik was bang dat ik weinig inbreng zou hebben.”

“Zo heb ik ongeveer de laatste drie jaar doorgebracht: songs schrijven en blijven schrijven opdat ik er genoeg zou hebben. ‘Maar’ vijftien nummers hebben, zoals voor Hunt You, dat vond ik niet comfortabel. Ik heb liever meer keuze dan dat ik op het laatste nippertje moet ontdekken dat we nog een single missen. Maar je moet er wel wat voor overwinnen. Schroom, bijvoorbeeld. Je hebt wel een zeker zelfvertrouwen nodig om dingen te laten horen die onaf zijn. Ik heb me meer dan één keer geschaamd voor mijn ideeën, maar eigenlijk is daar altijd erg professioneel op gereageerd. Sommige nummers zijn trouwens bij andere artiesten beland. Heel gek om te weten dat je hebt meegewerkt aan een hit in Roemenië.” (lacht)

enola: En hoe werkt zo’n samenwerking dan?

Wolfs: “Dat verschilt van keer tot keer. Je zit samen in een schrijfhok en dan begin je. Sommige van de mensen waarmee ik werkte, improviseerden wat op hun piano, waarover ik dan probeerde mee te zingen, terwijl andere auteurs al een soort refrein hadden waar we vervolgens mee aan de slag gingen. Het kan op zo’n moment alle kanten uit. Je kunt ook een slechte dag hebben of ongeïnspireerd zijn en dan komt er niets uit. Soms klikt het gewoon niet. Ik heb in Parijs met iemand proberen te schrijven, met wie het muzikaal totaal niet werkte. Tja, we zijn dan maar heel de middag op café gegaan om gewoon over muziek te praten. Dat is ook goed. Ik heb het idee leren loslaten dat het elke keer iets moet opleveren. Met de meeste van mijn partners hou ik ook nu nog steeds contact, dus ik ben ondertussen ook al aan mijn derde album aan het werken. Ik ga in elk geval niet terug naar alleen werken, dat ligt me niet.”

enola: Je schreef ook samen met Jonathan Jeremiah, weet ik, maar dat heeft niets opgeleverd?

Wolfs: “Klopt. Als ik het me goed herinner, heb ik hem ontmoet op een schrijfkamp van Strictly Publishing. Omdat het resultaat me minder lag, is daar inderdaad niets van op plaat beland. Ik kon hem ook niet volgen, om eerlijk te zijn. (lachje) Hij was bij wijze van spreken al aan het arrangeren toen ik me nog aan het afvragen was waar ik het over wilde hebben in mijn tekst. Dat ging me te snel. Maar fijne gast hoor!”

enola: Een soort gelijk niveau is dus wel nodig bij zo’n schrijfsessie?

Wolfs: “Ja, al zijn de meesten wel sneller dan ik. Ik ben heel traag als schrijver. Maar iemand als Pierre Dumoulin, die ook met Blanche heeft gewerkt, ligt me wel; die kan ik bijhouden. Met Johannes Genard van School Is Cool klikte het ook goed. Ik denk dat er drie of vier nummers waar hij aan meeschreef op Lonely Boys’ Paradise staan. Ik vind hem sowieso een fantastische songsmid. Veel te onderschat, eigenlijk.”

enola: De grote constante is, naast Simon, ook de jonge producer Yello Staelens. Dat zorgt ervoor dat het album toch als een geheel klinkt, niet?

Wolfs: “Klopt. Dat komt ook omdat je – tenzij je Alex Callier bent – na zo’n dag samen schrijven bijlange nog geen afgewerkte song hebt. Ik had dus pakweg twintig nummers waar inderdaad geen eenheid in zat, maar waar ik met Simon en Yello op kon doorgaan om de arrangementen, refreinen en melodie beter te krijgen. Die twee samen zijn waanzinnig straf. Simon staat niet bekend als songschrijver, maar eigenlijk kan hij heel erg mooie nummers schrijven. En Yello ook. “Als ge slaapt”, zijn nummer voor De Nieuwe Lichting, steekt met kop en schouders boven de rest uit. We hebben ons met drie rot geamuseerd.”

enola: Jij en Simon koesteren jullie verwevenheid. Zit er een duo-act in?

Wolfs: “Zeker. Ooit komt dat er van, maar geen idee wanneer. We werken te graag samen. Neem nu “Kwart cover acht”, waarvoor we op Studio Brussel wekelijks een nummer van iemand anders brengen. Ik vind het eigenlijk gek hoeveel mensen onze samenwerking bijzonder vinden. Uiteindelijk zijn er toch meer dan koppels genoeg die samen een bedrijf uitbaten, dat is niet anders. Dat weegt niet op onze relatie, neen, al ben ik wel degene die ’s avonds al eens kan vragen om het even niét over muziek te hebben. (lachje) Hij kan dat allemaal moeilijk afzetten en blijft praten over een baslijn die misschien zou werken of een viool hier of daar. Maar erg is dat niet. Tja, we zijn allebei gepassioneerd door muziek; er is niets anders in ons leven.”

enola: “We want to be notorious”, zing je. Dat klinkt als de ambitie van een muzikaal koningskoppel.

Wolfs: (lacht) “Daar heeft het niets mee te maken. Wél met de vele gangsterfilms die we hebben gezien. We waren verslaafd aan die oude zwart-witverhalen, maar ook aan “Thelma &  Louise”. Daar komt die tekst vandaan. Ik vond het wel leuk om me eens in te leven alsof wij zo’n berucht stel waren. Ik speel in mijn songs wel vaker een rol. De Noémie die je op het podium ziet, is niet wie ik thuis ben – verre van zelfs. Het is net dat toneel waar ik van houd. Ik schrijf niet graag autobiografisch, dus neen, dat nummer gaat niet over ons. Die ‘we’ is er waarschijnlijk onbewust ingeslopen omdat ik nu eenmaal veel met Simon overleg. Damn, wij zijn een ‘wij’ geworden. Cool.”

enola: In “Love Song” gaat het dan weer van “I don’t know what you want with your love song / Are you trying to prove me that I’m wrong?” Dat klinkt als een laat antwoord op “You Won My Heart” dat Simon als Zimmerman schreef voor je.

Wolfs: “Grappig, hé. Hij vind dat nummer zelf ook heel erg als Zimmerman klinken. Ik hoor het niet, maar hij hoort er zijn stempel in – zowel qua tekst als arrangement. Leuk dat je dat eruit haalt. Maar neen, ook dat is niet echt autobio. Ik pik liever verhalen van mensen uit mijn omgeving, maar dat vertellen we hen niet. Zo gaat “Love Song” eigenlijk over twee vrienden van ons. Soms krijg ik wel eens de vraag van iemand of een van mijn nummers over hem gaat. “Euh, losjes op gebaseerd.” (lacht)

“Ik zou het niet kunnen hoe Nick Cave nu over zijn overleden zoon schrijft. We hebben de afgelopen jaren met ons twee best wel zware dingen meegemaakt – vooral in onze families – maar dat heeft de plaat niet gehaald. Ik zou het niet kunnen om daar nu dan voortdurend over te moeten praten. Daar zou ik veel te triest van worden.”

enola: Je registreert de dingen niet als een schrijver op zo’n moment?

Wolfs: “Neen. Ik ben echt heel emotioneel; ik schiet meteen vol op het moment dat iemand me ernaar vraagt. Het is niet geweldig om in een professionele context aan het huilen te gaan. Ik heb ooit een meeting gehad met een potentiële manager en om een of andere reden ben ik keihard beginnen bleiten. Ik kon niet meer stoppen. Tegen zo’n dingen wil ik me wapenen.”

enola: Eigenlijk is het straf hoe Universal je meteen na het nieuws van je vertrek bij Hooverphonic heeft gebeld.

Wolfs: “Daar stond ik ook van te kijken. Zij waren dan weer heel erg gecharmeerd dat ik al zoveel eigen nummers klaar had liggen; dat hadden ze nog niet eens voorzien. Want neen, ik heb weinig meegeschreven bij Hooverphonic. Dat ging niet. Die groep is Alex’ project en hij laat dat niet echt toe. Dat was ok, bij het schrijven zou ik mijn bandleden ook moeilijk aan boord laten.”

enola: En je ex-manager stuurde je dus filmpjes hoe je een wereldhit moet schrijven. No pressure.

Wolfs: “Oh neen, zo bedoelde hij dat helemaal niet. Het was meer een stille hint dat ik daar te veel over piekerde, dat het net zaak is om los te laten. Want ik ben soms nogal zwaar op de hand. En dat filmpje van Ed Sheeran was eigenlijk grappig om zien, hoe hij dat ding gewoon met een maat in elkaar had geknutseld. En toch: als Johannes “Shape Of You” had geschreven, met exact dezelfde productie, dan ben ik nog niet zeker dat het ook zo’n hit was geworden. Soms is er meer nodig. Ach, Ed Sheeran moet doen wat hij wil, ik zit anders in elkaar. Ik dénk ook graag na over muziek.”

enola: Voelde je geen druk voor deze tweede worp?

Wolfs: “Neen. Het is ook niet zo dat de vorige plaat het zo gigantisch goed heeft gedaan. Ik kan me voorstellen dat er druk is als dat wel het geval zou zijn geweest, maar nu? Neen. En ik ben daar erg blij voor. Ik heb op mijn gemak kunnen maken wat ik wilde, zonder dat iemand me in een bepaalde richting probeerde te sturen. Dat soort verhalen lees je immers ook genoeg.”

enola: Ook Universal behield het vertrouwen in je.

Wolfs: “Het contact met hen is goed. We zijn een fijn team. En ik weet dat dat niet evident is, want de tijd dat ‘een naam zijn’ – of toch al iets op je palmares hebben – iets betekende, is voorbij. Tegenwoordig is het eerder een voordeel dat je een verse nieuwe act bent dan dat het helpt dat je al wat bagage hebt. Elk jaar heb je wel een nieuwe band of artiest uit een of andere wedstrijd die het jaar domineert, waarna het ook even snel weer gedaan is. Ik vind dat erg. Ik begrijp niet wat het idee daarachter is. Ja, je kunt even heel snel veel geld verdienen, maar je maakt een carrière zo ook kapot. Ik had het onlangs nog met Simon over Billie Eilish. Ik hóóp maar dat zij blijft hangen en niet meteen opbrandt.”

enola: Je bent een doemdenker, vertelde je in Humo. Wat zou je doen mocht Lonely Boys’ Paradise niet aanslaan?

Wolfs: “Geen idee. Ik heb voor mezelf wel beslist dat ik niet het soort artiest wil zijn dat twintig jaar aan het proberen is. Zelfs als het niet lukt, zal muziek er altijd zijn; ik kan niet zonder. Maar ik ga niet eindeloos blijven aanklampen in dat circus van platen maken. Onzekerheid is altijd een factor in onze sector, dat zie ik ook bij Simon met Balthazar. Het kan elk moment gedaan zijn. Dan is het leven te kort om daar – tegen beter weten in – in te blijven hangen. Als het moet doe ik wel iets anders.”

“Kijk, ik sta vierhonderd procent achter dit album, van teksten over muziek tot artwork. Als ze commercieel flopt, dan weet ik dat ik mezelf niets te verwijten heb. Dan wil het gewoon zeggen dat het publiek geen interesse had of er niet klaar voor was. Dan is dat maar zo.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in