Blog: Classics Restored Festival 2020

Tussen 6 en 8 maart loopt in het Kask te Gent en Kunstencentrum Budda in Kortrijk, de tweede editie van het ‘Classics Restored’ festival. Details over de programmatie kon u al eerder vindne in onze rubriek ‘specials’, via deze blog geeft Enola u een blik op wat er allemaal te zien was tijdens deze rijk gevulde tweede editie.

Vrijdag 6 maart

Het festival opende met een panelgesprek rond digitale restauratie dat eigenlijk geleid zou worden door Guy Borlée, de coördinator van ‘Il Cinema Ritrovato’ , het belangrijkste filmhistorische festival in de wereld. Wegens Corona bleef Borlée noodgedwongen in Italië, maar via een Skype verbinding was hij wel aanwezig om vragen te beantwoorden. Vervolgens trad moderator Bart Versteirt van het organiserende Cinea in gesprek met vertegenwoordigers van Cinematek, Eye Amsterdam en producent Lumière, over het uitbrengen en vertonen van gerestaureerd filmisch erfgoed.

De eerste avond werd vervolgens afgesloten met een vertoning van La Ragazza in Vetrina, een recente restauratie uitgevoerd door de Cineteca van Bologna en de keuzefilm van Borlée.

La Ragazza in Vetrina

La Ragazza in Vetrina – het meisje achter het venster – is de laatste grote filmproductie van de Italiaanse regisseur Luciano Emmer, die het stevig aan de stok kreeg met de censuur en vervolgens vooral nog televisiewerk draaide. Het censureren van de film heeft alles te maken met het weinig fraaie beeld dat La Ragazza in Vetrina ophangt van de naoorlogse Italiaanse migranten, die in België en Nederland in de mijnen gingen gaan werken.

Bij de start zien we een groepje nieuw aangekomen en volgen we initieel vooral het bestaan in de mijnen. Dat levert niet alleen een aantal sterke poëtische momenten op (het afdalen in de mijnlift, waarbij het daglicht langzaam verdwijnt) maar ook een bijzonder intense en claustrofobische evocatie van een instorting diep onder de grond.

Vervolgens wijzigt de film scherp van toon en neemt het verhaal ons mee naar Amsterdam (de door de Italiaanse acteurs zelf ingesproken Nederlandse achtergronddialogen zijn een leuke extra voor Nederlandstaligen) waar twee van de mijnwerkers een weekend doorbrengen met lokale hoertjes en de tocht uitmondt in een voortdurende opeenvolging van ruzies en half romantische perikelen.

Het is vooral dat tweede deel dat de censors zwaar tegen de borst stuitte: de Italiaanse arbeiders – waaronder Lino Ventura – komen er weinig sympathiek uit naar voren, al moet het gezegd dat ook de dames niet meteen zeer flatterend geschetst worden.

De vreemde combinatie van twee totaal verschillende films is soms onevenwichtig, maar Emmer weet alles te injecteren met een oog voor soms bizarre filmische poëzie en er gaat van de prent een oprechte charme uit die aanstekelijk werkt.

La Ragazza in Vetrina van Luciano Emmer met Lino Ventura, Magali Noël, Marina Vlady – Italië/Frankrijk, 1961.

Zaterdag 7 Maart

Dag twee van het Classics Restored Festival opende met een programma gewijd aan ‘L’Immagine Ritrovato’ het wereldvermaarde restauratielaboratorium van de Cineteca di Bologna. Ingeleid door een ingesproken videoboodschap van Guy Borlée, werd vervolgens uitgebreid aandacht besteed aan het arbeidsintensieve proces van het kleuren van films uit de vroege twintigste eeuw en de manier waarop het digitale restauratieproces deze lang vervlogen tradities opnieuw kan ontsluiten voor publiek.

De lezing werd gevolg door de vertoning van een drietal korte voorbeelden uit 1910 en het kroonjuweel van de voormiddag was een volledig gerestaureerde versie van Rapsodia Satanica, een schitterende Italiaanse klassieker uit 1917 die niet alleen een wervelende en bij momenten inzake beeldcomposities adembenemende illustratie vormde van de kracht van de vroege kleurenprocédés, maar die ook de kans bood de grote stille actrice Lyda Borelli aan het werk te zien in een van haar sterkste vertolkingen.

Het namiddagprogramma werd ingezet door Anke Brouwers, docente filmgeschiedenis aan het Kask, die de aanwezigen wegwijs maakte in het oeuvre van Alfred Hitchcock en uiteraard vooral aandacht had voor Notorious, een van de beste films van de ‘master of suspense’ die in een fraai gerestaureerde versie vertoond werd.

De middag werd afgesloten met een vertoning van Ordet, een van de meesterwerken van de Deense cineast Carl Theodor Dreyer.

Ordet

Ordet is een van die zeldzame werken uit de filmgeschiedenis, die er in slagen om concepten rond devotie en geloof, te vertalen naar strikt filmische termen en ze te behandelen op een manier die naar het sublieme neigt, nooit naar het belerende en belachelijke.

Ordet – Het Woord – is opgezet als een kaal ‘kammerspiel’ waarin we binnenkijken in het leven van een Deense landbouwersfamilie die leeft bij het oprechte geloof in diep-christelijke waarden. Wanneer de jongste zoon een relatie begint met de dochter van een predikant die een meer ascetisch en niet-wereldlijk christendom predikt, ontstaan een aantal scherpe breuklijnen binnen de schijnbaar harmonische verhoudingen. De grootste zorg is echter voor de zwakzinnige woon Johannes, die na zijn studies in theologie in zichzelf gekeerd raakte en nu als een soort Christusfiguur door de duinen zwerft en de gemeenschap afvalligheid van het echte geloof verwijt.

De confrontaties en gesprekken worden door Dreyer gevat in eindeloos sierlijke en complexe camerabewegingen, die echter weinig aandacht op zichzelf trekken en vooral dienen om de compositie van de adembenemend mooie ‘tableaus vivants’ in de verf te zetten. Iedere keer dat de camera stil blijft staan, gebeurt dat bij overweldigend mooie symmetrische beelden, waarin een spel met subtiel licht en lichaamshouding de gesprekken vormgeeft en ondersteunt.

Alles wordt toe gebouwd naar de evocatie van een mirakel, een climax die in zijn cinematografische kracht en oprechte vertaling van diep geloof, een ongelooflijk ontroerende kracht bezit.

Ordet van Carl Theodor Dreyer met Hanne Aagesen, Kirsten Andreasen, Sylvia Eckhausen, Denemarken, 1955

Zaterdagavond ging van start met een echte cultfilm: het controversiële en nog steeds uitzonderlijk krachtige Crash van de Canadese maestro David Cronenberg. Deze nog steeds indringende kijkervaring werd gevolg door een lichtere afsluiter die ideaal geprogrammeerd stond voor een laatavondvertoning: Eastern Condors van Sammo Hung.

Eastern Condors (Dung Fong Tuk Jing)

Sammo Kam-Bo Hung is een naam die weinig bekendheid geniet in het Westen, maar de man is een belangrijk figuur in de cinema uit Hong Kong. Kam-Bo Hung begon zijn filmcarrière op de set van King Hu’s Come Drink With Me, maar verwierf vooral faam als acteur in zijn samenwerkingen met Bruce Lee en Jackie Chan. Samen met die laatste was hij een van de sleutelfiguren voor de meer komische variant van het kung-fu genre, de tegenhanger van de ‘heroic bloodshed’ policiers waarmee John Woo en Ringo Lam de cinema uit Hong Kong op de wereldkaart zetten in de jaren negentientachtig.

Ook Eastern Condors houdt het midden tussen komedie en harde actie en brengt een komische noot in elementen uit Missing in Action, The Deer Hunter en The Dirty Dozen. De volslagen absurde plot draait rond een zootje ongeregeld dat in ruil voor strafvermindering een zelfmoordmissie moet uitvoeren in Vietnam, maar die verhaallijn dient enkel als excuus voor de ‘martial arts’ versie van een oorlogsfilm, waarin het even efficiënt is de vijand uit te schakelen met een welgemikte karatetrap als met een machinegeweer. De film bezit absoluut niet de virtuositeit van de grote werken uit het genre, maar inzake nonsensicale actie en dito dialogen is dit een derivatieve oosterse versie van de films van de Italiaanse pulpmaestro Enzo G. Castellari, wiens Inglorious Bastards pulpfaam verwierf nadat Quentin Tarantino de prent in een nieuw postmodern jasje stak. Actiechoreograaf Woo-Ping Yuen – die de revolutionaire gevechtsscènes uit The Matrix mee zou regisseren, staat voor en niet achter de camera in een kleine rol.

Eastern Condor (Dung Fong Tuk Jing) van Sammo Kam-Bo Hung met  Sammo Kam-Bo Hung, Woo-Ping Yuen, Biao Yuen, Hong-Kong, 1987

Zondag 8 maart

Classics Restored 2020 opende de deuren opnieuw op zondagochtend met een ontbijt en een op families gerichte vertoning van drie kortfilms van de grote filmkomiek Charles Chaplin.

De tweede festivalmiddag werd aangevat met werk uit Argentinië – al gaat het dan om een Hollywoodfilm – en Mexico.

Way of a Gaucho

Toen Twentieth Century Fox een aantal financiële investeringen had die Argentinië niet konden verlaten, werd aan Jacques Tourneur gevraagd om de fondsen aan te wenden en draaide die ter plaatse deze Way of a Gaucho, een film die ode brengt aan de toen al bijna verdwenen cultuur van de gaucho’s, het lokale equivalent van de cowboy – mythologie.

Rory Calhoun kruipt in de huid van de eigenzinnige Martin, die met lede ogen aanziet hoe de levensstijl die hij altijd verdedigd heeft, langzamerhand aan het verdwijnen is. Nadat hij een geschil beslecht met een traditioneel tweegevecht wordt hij gedwongen dienst te nemen in het leger, waaruit hij deserteert om vanuit de bergen een guerilla te voeren tegen de buitenlandse maatschappijen die met de aanleg van spoorwegen de pampa’s – de uitgestrekte prairies – willen ontsluiten. Zijn adoptiebroer gelooft wel dat wetten en modernisatie het land kunnen vooruit helpen en probeert te verhinderen dat Martin zou worden ter dood gebracht door de politie die hem opspoort.

Het zou wat overdreven zijn te stellen dat dit een van de grote films is van de regisseur van Cat People en I Walked with a Zombie, maar Tourneur weet wel de kwaliteiten van het Technicolor procedé maximaal aan te wenden voor een prent die van kleur een van haar belangrijkste bestaansredenen maakt. De lokale landschappen en gebruiken worden gevat in overweldigend coloriet en vormen de achtergrond voor het vaak meeslepende melodrama. De actie bestaat vooral uit ontsnappingen en achtervolgingen, maar de film biedt zeker voldoende opwindende variaties om anderhalf uur te boeien. Het sterke scenario is van Philip Dunne die bijna zestig jaar lang scripts pende in Hollywood en hier tekent voor een aantal heerlijk hardgekookte oneliners zoals de opmerking die een van Martins mannen maakt wanneer die – nauwelijks hersteld van dagenlange mishandeling – zijn nemesis wil uitdagen tot een duel : ‘He’s a fool, but he is very  gaucho’.

Way of a Gaucho van Jacques Tourneur met Rory Calhoun, Gene Tierney, Richard Boone, Usa, 1952

Los Olvidados

Toen hij er niet langer in slaagde om films gefinancierd te krijgen in zijn thuisland, aanvaardde de Spaanse beeldenstormer Luis Buñuel een aanbod om in Mexico te gaan werken. Hij draaide er een hele reeks producties, waarvan Los Olvidados een van de beroemdste werd en tevens de prent waarmee de regisseur zijn naam voorgoed vestigde binnen het internationale festivalcircuit.

De film is de kroniek van een bende jongeren die via de misdaad proberen te overleven in de straten van Mexico-stad. Pedro, de enige jongen met een geweten, raakt betrokken bij moord en onterecht beschuldigd van diefstal, door zich in te laten met Jaibo, de bruut die ook hem de moederliefde zal ontnemen waar de jongen zo naar smacht.

Behalve de voice-over tijdens de intro, weigert Buñuel resoluut om te kiezen voor een documentaire of realistische stijl en injecteert hij de film met sterke, lyrische beelden: een man die in elkaar geslagen wordt en ontwaakt oog in oog met een vechthaan, een jong meisje dat melk over haar benen giet. Los Olvidados bevat ook een schitterende surrealistische droomscène waarin de schuldgevoelens van de jonge protagonist op even wonderlijke als angstaanjagende wijze vorm krijgen.

Los Olvidados van  Luis Buñuel met Estela Inda, Alfonso Mejía, Roberto Cobo, Mexico, 1950

The Ascent (Voskhozhdenie)

De uit Oekraïne afkomstige cineaste Larisa Shepitko was de echtgenote van Elim Klimov (regisseur van Come and See) maar liet zelf slechts een beperkt oeuvre van vijf films na, nadat ze in 1979 verongelukte op weg naar de set van haar nieuwe project. Van die vier is The Ascent – waarvoor ze in Berlijn de Gouden Beer won – absoluut het sterkst: een grimmige en verontrustende kijk op de morele impact van oorlog op het leven van soldaten en gewone burgers.

The Ascent is helemaal opgebouwd rond de lijdensweg van twee partizanen die tijdens WO II proberen om voedsel te vinden voor een groep Wit-Russische burgers die ze escorteren. Hun tocht wordt een afdaling de hel, waarop ze medestanders in de ogen kijken, maar ook collaborateurs en hun eigen zwakheden. Gebaseerd op een roman, lijkt de film een lofzang op Sovjet-waarden, maar het is niet moeilijk om in de strijd tegen een bezetter ook toespelingen te zien op de situatie van Oekraïne onder communistisch bewind.

Shepitko filmde haar buitenopnames in de besneeuwde landschappen met gebruik van laag contrast, waardoor de zwart-wit beelden een algemene grijze tint krijgen, die ervoor zorgt dat alle details lijken op te gaan in de vijandige omgeving en de monotone dreiging enkel doorbroken wordt door de close-ups van de gezichten waarop de camera de gevoelens van ontreddering en wanhoop aftast.

The Ascent (Voskhozhdenie) van Larisa Shepitko met Boris Plotnikov, Vladimir Gostyukhin, Sergey Yakovlev, Ussr, 1977

Classics Restored 2020 sloot af met een door Cinematek prachtig gerestaureerde versie van Chantal Akermans heerlijke Golden Eighties. Op naar de derde editie !

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in