A White, White Day (Hvítur, Hvítur Dagur)

De Ijslands-Zweeds-Deense co-productie Hvítur, Hvítur Dagur/ A White, White Day, is voorwaar een verademing: een noordelijk (misdaad)drama dat er niet uitziet als een zoveelste variant op een doordeweekse Scandinavische crimi-reeks. De film gedijt niet onder fotogeniek samengepakte grijze wolken en dito landschap, handelt niet over speurders die zichzelf zoeken en is voor de verandering eens niet echt geïnteresseerd in de dynamiek van kleine besloten gemeenschappen.

Deze door de Ijslandse regisseur Hlynur Palmason gedraaide thriller – voor zover die term al toepasselijk is – opent als een soort ‘neo-noir’met een mysterieus noodlottig voorval: een oogverblindend wit, mistig landschap waarin een wagen van de baan afraakt, gevolgd door een minutenlange opeenvolging van beklijvend mooie beelden van hetzelfde eenzame huis. Tijd en weer verglijden, terwijl op de voorgrond steevast Przewalski-paarden grazen.

Dat achterhouden van elke vorm van narratieve informatie is uiteraard bewust en de film loopt al bijna tien minuten voor we voor het eerst de stugge protagonist Ingimundur (Ingvar Sigurdsson) ontmoeten. Zelfs dan blijft het heel lang vaag hoe alles in elkaar haakt, al leren we dat het ongeluk waarmee A White, White Day opent, het leven kostte aan zijn vrouw. We ontdekken ook dat de man in psychiatrische behandeling is voor de verwerking van het trauma en zijn tijd doorbrengt met het opknappen van een huis en babysit spelen voor zijn achtjarige kleindochter. Uit de spoken van het verleden duikt echter een nieuw element op dat langzamerhand obsessionele vormen aanneemt bij Ingimundur: alles wijst erop dat zijn gestorven echtgenote een geheime minnaar had.

In wezen is dat alles wat er gebeurt tijdens de hele looptijd van de film. Anders dan veel contemporaine cinema uit het Europese noorden, is A White, White Day dan ook niet geboeid door het ontrafelen van een of ander mysterie. De terughoudende narratieve structuur (het scenario is van de hand van regisseur Palmason zelf) dient dan ook absoluut niet om enige vorm van suspense te bewerkstelligen. Wat de film interesseert is het portret van een man die moet leren omgaan met verlies. Dat verlies wordt in een bijzonder subjectieve vorm gegoten: wanneer Ingimundur een vermoeden krijgt rond de identiteit van de vermoedelijke minnaar van zijn overleden vrouw, vervoegt hij een plaatselijke voetbalclub en krijgen we de ‘verdachte’ te zien vanuit het oogpunt van het hoofdpersonage – het is een akelige, dwingende blik die ons als kijker deelgenoot maakt van de obsessie.

Palmason vindt wel meer van zulke visuele motieven, die de onstabiele leefwereld van de protagonist tastbaar maken. Helaas zijn sommige van die beelden ook wat al te gemakzuchtig, zoals het volgen van een klein stuk rots dat van de baan wordt afgerold en dat steeds verder de dieperik ingaat – een doorzichtige symbolische illustratie van wat er vervolgens gebeurt in het hoofd van de weduwnaar.

Dat niet alles even subtiel is, is niet het echt grote probleem van A White, White Day, even vaak zijn de observaties bijzonder raak en er is duidelijk gedacht over de manier waarop je zoiets ongrijpbaar als verlies kan omzetten in een ietwat afstandelijke vormtaal. Het grote minpunt is dat dit alles nooit tot een echt coherente visie lijkt te leiden en vooral blijft steken in episodische flarden die op zoek zijn naar een rode draad. De dubbelzinnige finale probeert een en ander recht te trekken, maar wat voorafgaat mist helaas drijfkracht en kan niet voldoende rekenen op de kracht van louter visuele elementen om de meanderende bespiegelingen ook echt overeind te houden. Bij momenten is dit een intrigerende prent en de frisse aanpak is bewonderenswaardig, helaas mist het allemaal iets te veel échte impact om ook bijna twee uur lang te blijven boeien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in