Richard Jewell

In de herfst van zijn rijk gevulde en lange carrière leverde Clint Eastwood gedurende een aantal jaar een reeks uitstekende films af die tot zijn sterkste werk behoorden sinds de westerns die hij in de jaren zeventig regisseerde (The Outlaw Josey Wales, High Plains Drifter). Films als Gran Torino, Changeling, Mystic River en Million Dollar Baby waren stuk voor stuk complexe verhalen die Eastwood aanpakte met zijn bewonderenswaardig klassieke stijl.

Het laatste decennium leverde de veteraan echter weinig opvallend materiaal af dat steeds vakkundig gemaakt was, maar weinig begeestering opriep. Dat is hoegenaamd niet het geval voor Richard Jewell, een film die in de Verenigde Staten meteen voor de nodige controverse zorgde: sommigen zien in het verfilmen van het verhaal van de veiligheidsagent die de held werd van de bomaanslag op het Olympisch park in Atlanta in 1996 en vervolgens ten onrechte zelf de hoofdverdachte werd immers een legitimatie van de strijd die president Trump voert tegen de media die hij beschuldigt van een heksenjacht. Zoals steeds bij Eastwood is het gegeven echter meer genuanceerd dan het lijkt en is de regisseur meer geïnteresseerd in de mechanismen van heroïek dan in eenduidige politieke propaganda.

Eerst de feiten: op 27 juli 1996 ontdekte veiligheidsagent Richard Jewell een achtergelaten rugzak in het Centennial Park in Atlanta, waar op dat moment de feestelijkheden voor de Olympische Spelen aan de gang waren. Hij alarmeerde de politie en begon mensen te evacueren, een daad die uiteindelijk aan de basis lag van het lage aantal dodelijke slachtoffers. Jewell werd binnengehaald als een nationale held, maar al snel beschouwde de FBI hem als een verdachte, een man die zelf de bom zou kunnen geplaatst hebben om zo in de aandacht te komen, een profiel dat zeker paste bij de wat labiele Jewell. De media smulden van het verhaal en ondanks de latere vrijspraak op alle vlak (en een veel latere bekentenis van de werkelijke dader) werd Jewell op het publieke forum aan de schandpaal genageld door een reeks steeds meer op sensatie gerichte artikels die vooral verschenen in The Atlanta Journal – Constitution.

Wat die feiten betreft valt er bijzonder weinig aan te merken op Eastwoods film (gebaseerd op het artikel The Suspect: An Olympic Bombing, The FBI, The Media And Richard Jewell, The Man Caught In The Middle van Kent Alexander en Kevin Salwen). Bepaalde journalisten namen aanstoot aan het feit dat de reporter die het verhaal uitbracht (Olivia Wilde) geportretteerd wordt als iemand die seks had in ruil voor een tip van de FBI-agent die het onderzoek leidde (Jon Hamm), maar in werkelijkheid werd de relatie tussen de journaliste en een agent (Hamms personage is een samenvoeging van verschillende mensen die bij het onderzoek betrokken waren) nooit ontkend en valt de afbeelding in de film wellicht perfect onder dramatische en dichterlijke vrijheid.

Veel pertinenter is de vraag of in het verhaal over de ‘brave blanke goedzak’ (uitstekend vertolkt door Paul Walter Hauser) die kapot gemaakt wordt door het FBI en de bloeddorstige media geen metafoor verborgen zit voor de situatie van Donald Trump – die zichzelf ten onrechte graag projecteert als een doorsnee blanke arbeider – die door kranten en journalisten bestookt wordt met beschuldigingen. Het valt niet te ontkennen dat er parallellen te trekken zijn, maar wie daar helemaal op inzet, heeft toch nooit goed naar het oeuvre van Eastwood gekeken. De man is Republikeins burgemeester geweest en een vooraanstaand partijlid, maar is nooit te beroerd geweest om in zijn werk tegen de ideologische lijn van die partij in te gaan. Meer echter is de cineast Eastwood altijd geboeid geweest door dubbelzinnige helden. Vaak ging dat om zijn eigen imago zoals in Tightrope, Gran Torino of Unforgiven, maar even vaak ging het over externe heldendaden en de perceptie ervan zoals in Sully of het uitstekende dubbelportret Flags of Our Fathers/Letters From Iwo Jima.

De franjeloze stijl van de regisseur (die hier voor het eerst in jaren weer in vol ornaat te bewonderen valt in de meticuleus opgebouwde wide-screen composities) was keer op keer uitstekend geschikt om het ‘no-nonsense’ Amerikaanse beeld van de held te onderzoeken en vaak onderuit te halen. Dat is ook hier weer het geval in de manier waarop de film een beeld schetst van een man die nu eenmaal niet helemaal paste in het geijkte plaatje: Jewell was te mooi om waar te zijn en zijn minder fraaie kantjes (de man had er duidelijk nood aan erkenning en wou als een autoritair figuur gezien worden) maakten hem tot een makkelijk doelwit. Zoals de weinig scrupuleuze journaliste uitroept wanneer ze de gouden tip krijgt: “The fat fuck lives with his mother … of course!” Een man die ook zo geïndoctrineerd was door de Amerikaanse waarden en het geloof in ‘law and order’ dat hij er, zelfs wanneer zijn leven voor zijn ogen verwoest werd, niet in slaagde die waarden in twijfel te trekken.

Het is dat dubbelzinnige beeld – de held die er geen mocht zijn en die in andere omstandigheden misschien even goed aan de verkeerde kant van de lijn had kunnen belanden – dat in Richard Jewell onderzocht wordt en dat meer te bieden heeft dan goedkope politieke recuperatie. Het artikel dat Owen Gleiberman in het vakblad Variety schreef is in die zin ook al te kort door de bocht: de auteur – die de film louter als pro-Trump ziet – vraagt zich af wat Eastwood vindt van de leugens die de president verspreidt. Het antwoord op die vraag is nochtans te vinden in het diepe wantrouwen jegens het misbruik van ideologie dat duidelijk in de film vervat zit.

Geholpen door uitstekend acteerwerk (onder andere ook van Sam Rockwell en een schitterende Kathy Bates) levert Eastwood hier verre van zijn beste werk af, maar de combinatie van gelaagde thematiek en stevig vakmanschap resulteert niettemin in een bijzonder degelijke prent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in