Birds Of Prey: And The Fantabulous Emancipation Of One Harley Quinn

Het personage van Harley Quinn – de behoorlijk geschifte vriendin van Batmans nemesis The Joker – werd voor het eerst opgevoerd in het universeel afgekraakte Suicide Squad. Die film maakte deel uit van het ‘Dark Comics Integrated Universe’ of ‘Dark Multiverse’, de door Warner Brothers geleide tegenhanger van Disney’s ‘Marvel Integrated Universe’. Het moet gezegd dat, terwijl de Disney-spektakels het aan de kassa veel beter doen, Warner Brothers met Wonder Woman en Godzilla: King Of The Monsters uit het gerelateerde ‘Monsterverse’ tenminste kwalitatief een stuk sterker voor de dag wist te komen. Dat geldt gelukkig ook voor deze wat onhandig betitelde Birds Of Prey: And The Fantabulous Emancipation Of One Harley Quinn, die de ‘comic’ roots van het materiaal in ieder geval in ere weet te houden en bovendien tussen de regels door een venijnige feministische subtekst weet binnen te smokkelen.

Bij de start van Birds Of Prey vinden we Quinn in de greep van liefdesverdriet. De ooit gevierde psychiater werd verliefd op The Joker, haar meest gevaarlijke patiënt, maar na de gebeurtenissen in Suicide Squad liep de relatie op de klippen. Dat wil zeggen dat ze niet langer onder de bescherming staat van de machtige misdaadkoning en nu zowat elke crimineel die een wrok tegen haar koestert zijn kans schoon ziet om wraak te nemen. De hele plotlijn (al lijkt die benaming wat te veel eer voor de episodische verzameling scènes die we krijgen voorgeschoteld) bestaat uit Quin die uit de handen probeert te blijven van allerlei misdadig gespuis, vooral dan van Black Mask (Ewan McGregor die zich duidelijk kostelijk amuseert).

Het meest geslaagde element aan deze vaak chaotische prent is die manier waarop regisseur Cathy Yan en haar scenaristen erin slagen om Birds of Prey te doen aanvoelen als een echte comic-strip, zonder daarbij te vervallen in een lege orgie van opgeblazen speciale effecten. Dat is zowel te danken aan de schitterende kostumering door Erin Bach (die ook al ongelooflijk werk neerzette voor The Neon Demon) als aan Yans talent inzake het helder ensceneren van absurde actie: Quinn die met confetti gevulde kogels afvurend een legertje politiemannen uitschakelt, mag dan een moment zijn dat te veel nadruk legt op slow motion, het is tenminste een overzichtelijke actiescène die meer geïnteresseerd is in beweging en ruimte dan in flitsende montage.

Al die elementen geven het gevoel dat we zitten te kijken naar een tot leven gekomen pagina uit een stripverhaal, inclusief alle overdrijvingen en hyperbolen die daarmee gepaard gaan. Het is precies die charme die de wanstaltige Marvel-producties kwijt zijn en die regisseurs als Tim Burton (Batman), Warren Beatty (Dick Tracy) of Sam Raimi (Darkman) wisten aan te wenden om van hun voorlopers van het huidige ‘superheldentijdperk’ ook echt geïnspireerde cinematografische spektakels te maken.

Birds of Prey mist de virtuositeit van die grote voorbeelden – het middenluik sleept veel te lang aan en de film valt snel in herhaling – maar als in het landschap van de blinde ‘super heroes’ eenoog koning is, dan is dit in ieder geval een waardige monarch. Dat is uiteraard ook de verdienste van hoofrolspeelster Margot Robbie, die op flamboyante wijze de dolgedraaide protagoniste incarneert en haar weet te smeden tot een bijzonder vermakelijk creatuur. Harley Quinn is dan ook een wandelende paradox: grofgebekt, zelfbewust sexy, uitdagend en vulgair en tegelijkertijd een krachtig icoon voor de post #metoo-generatie.

Birds Of Prey is immers ook een modern feministisch pamflet om ‘u’ tegen te zeggen, met dat verschil dat die ideeën niet in voorspelbare zedenlesjes gegoten worden, maar lezen als een soort blauwdruk voor vrouwelijke zelfbevestiging: krachtig – gewelddadig zelfs – vaak meedogenloos en zonder veel empathie, maar evengoed inclusief en met erkenning van nuance. Op dezelfde manier waarop cineastes als Bette Gordon of Lizzie Borden in de laten jaren zeventig en vroege jaren tachtig het machismo van porno en – geïnspireerd door Laura Mulveys baanbrekende artikels over de dominante ‘mannelijke’ blik in de cinema – voyeurisme, tegen zichzelf keerden, herschrijft Yan (net als de recente nieuwe incarnatie van Charlie’s Angels) de wetmatigheden van het superhelden-genre op provocatieve wijze.

Birds Of Prey is gevuld met beelden van intrageneratief geweld dat bedoeld is als louterende katharsis en dat lijkt te zeggen: “Laten we de erfenis van dit alles eerst tegen zichzelf keren en vrouwelijke personages de kans laten dezelfde fantasieën over macht uit te leven, alvorens tot een nieuw evenwicht te komen.” Dat wordt vertaald in grotesk louterend geweld zoals Quinn die achteloos de benen breekt van een grofgebekte chauffeur die haar een ‘dumb bitch’ noemt, waarop de kleurrijke wraakengel droogjes opmerkt dat ze gestudeerd heeft en niet dumb is … appropriatie, paradox en fysieke bevrijding in een van de vele provocerende momenten die de film rijk is.

Film is evenwel veel meer dan louter ‘tekst’ of ‘subtekst’ en de ijzeren commerciële logica van dit soort prenten verhindert dat dit ook echt een Variety of Working Girls wordt, maar tot nader order is Birds Of Prey: And The Fantabulous Emancipation Of One Harley Quinn in ieder geval een van de meest interessante dingen die het contemporaine superheldengenre heeft voortgebracht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in