Celine Hudréaux :: Maelstrom

Wie American gothic zegt, kan haast niet anders dan aan auteurs als Washington Irving (Legend of Sleepy Hollow) en Edgar Allan Poe denken. Die laatste was een meester van het kortverhaal en zocht geregeld de grens tussen realiteit en droom, rede en waanzin op. Bovendien schreef Poe heel grafisch en beeldend, wat de overgang naar andere vertalingen faciliteerde. Geen wonder dus dat verschillende van zijn verhalen werden vertaald naar het witte doek (onder meer door Roger Corman) en hun weg vonden naar de televisie (The Simpsons), terwijl de man zelf of een fictionele versie ervan haast even vaak in allerlei media opdook. Alleen strips en comics leken zich weinig van Poe aan te trekken.

Want ook al gaf hij onrechtstreeks mee vorm aan allerlei horror- en fantasycomics, toch werden zijn verhalen zelf zo goed als nooit naar het tekenpapier overgedragen. De Nederlandse Dick Matena refereerde in De laatste dagen van Edgar Allan Poe weliswaar aan enkele van diens bekendste werken, maar van een echte `verstripping` was geen sprake. Het dichtste dat Poe`s werk momenteel dan ook bij een vertaling naar het beeldverhaal komt, is naar alle waarschijnlijkheid Maelstrom, van de Frans-Belgische illustratice Céline Hudréaux. Maar zoals de ondertitel “Een beeldverhaal in 99 schetsen naar een kortverhaal van Edgar Allan Poe” al duidelijk maakt, heeft ook Hudréaux zich de nodige vrijheden veroorloofd bij de vertaling van het kortverhaal. Dat laatste is overigens (voor de geïnteresseerden) in een vertaling van Simon Vestdijk mee opgenomen, al kan Hudréaux` interpretatie perfect zonder kennis van Poe’s verhaal gelezen worden.

Hoewel Hudréaux in 2013 al It`s Not An Ocean publiceerde bij Bries, geldt Maelstrom als haar officiële debuut. Een belangrijk verschil met het eerdere werk, waar Geert Ooms teksten schreef bij tekeningen en vice versa, is dat Hudréaux ditmaal zo goed als volledig zelfstandig te werk ging. Het verhaal van Poe mag dan wel als uitgangspunt gelden, de heel losse interpretatie ervan vertelt zo mogelijk meer over Hudréaux`ideeën zelf dan over die van Poe. In die optiek is het dan ook aangewezen eerst Hudréaux` tekeningen (rustig) op te nemen alvorens het verhaal van Poe te lezen en erna mogelijk een nieuwe herlezing van de tekeningen te overwegen. Wie met kennis van beide leest, zal immers hier en daar wel elementen terugvinden, maar net zo goed ook Hudréaux` visie herkennen, een die zich al bij al weinig aangelegen laat van de originele vertelstructuur.

Die poëtische en weinig lineaire interpretatie van Hudréaux vormt zowel de sterkte als ook de mogelijke `zwakte` van het boek. Bij een eerste lezing wordt vanwege de link met Poe immers gehint naar een narratief dat niet sterk naar voren komt en voor sommige lezers net daardoor storend zal zijn. Hudréaux wenst enerzijds een verhaal te brengen, maar anderzijds geeft ze ook weinig meer dan schetsen van een vissersleven een slordige honderd jaar geleden, het is een hinken op twee gedachten dat niet noodzakelijk werkt voor iedereen. Wie de nood aan een narratief kan loslaten en de tekeningen op zich, al dan niet via een dubbelpagina, opneemt, krijgt echter een heel ander beeld van het verhaal en zal zich kunnen verliezen in Hudréaux` wereld. De manier waarop ze in haar etsen telkens een heel beeld en leven kan oproepen, is immers indrukwekkend en toont de rijkdom van haar verbeeldingskracht.

In die optiek is het dan ook wat jammer dat er een verwachting geschapen wordt als zou Poe’s werk hier een andere beeldtaal krijgen. Het siert Hudréaux dat ze duidelijk refereert aan Poe en hem als inspiratiebron voor dit werk aanduidt, maar haar werk is meer dan dat en kan net zo goed op zichzelf staan. In zekere zin wordt Maelstrom zelfs net beter wanneer de lezer besluit zichzelf over te geven aan de beelden van Hudréaux en ze mogelijk zelfs met zekere willekeur te lezen. Want hoewel er wel degelijk een soort rode draad is, die ook zonder het kortverhaal enigszins ontcijferd kan worden, vormen de vele terzijdes en zijsprongen eigenlijk de essentie van het boek, waarbij niet alleen een vissersdorp maar ook de omringende natuur tot leven komt.

De grilligheid van Maelstrom leidt fnaal tot twee lezingen, de ene wordt gevormd door een beperkt aantal schetsen die het verhaal van Poe tot zijn essentie herleiden, het andere is een al dan niet geromantiseerd beeld van een relatief gesloten gemeenschap van vissers waar eenieder (man en vrouw) een rol te vervullen heeft en waarvan de lezer als een vlieg op de muur deel uitmaakt. Het maakt een eenduidige appreciatie van het werk niet eenvoudig. Meerdere leesbeurten vanuit andere optieken bieden gelukkig soelaas, maar het siert Hudréaux dat ze dit weinig voor de hand liggende pad bewandelt en maakt duidelijk dat ze haar inspiratiebronnen veel losser kan en mag interpreteren. Haar eigen talent en verbeeldingskracht staan voldoende op zichzelf om narratieven verder los te laten ten voordele van `tranches de vie`.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 3 =