Sam Baker

26 januari 2020 Stadhuis, Goes

Sinds hij in 2004 op vijftigjarige leeftijd debuteerde met Mercy bracht de Texaanse songsmid Sam Baker vijf wonderschone platen uit. Zijn nieuwste tournee doorheen de Lage Landen was niet opgehangen aan een nieuw album — al was er wel het vorig jaar verschenen live-album Horses and Stars — maar bleek een uitgelezen ogenblik om terug te blikken. 

Het concert werd georganiseerd in de 18e-eeuwse trouwzaal van het barokke stadhuis van het Zeelandse Goes en dat viel ook bij Sam Baker zelf erg in de smaak. De mooiste locatie waar hij ooit een optreden gaf, noemde hij het. De kleine zaal – een veertigtal toeschouwers kon er binnen, meer niet – was helemaal volgelopen voor het laatste optreden op Nederlandse bodem alvorens Baker naar het Verenigd Koninkrijk trekt. 

Openingsnummer “Some Kind Of Blue” – uit zijn meest recente album Land Of Doubt – bracht hij in zijn eentje waarbij het een slepende klaagzang werd. Daarna kreeg Baker het gezelschap van de Kroatische pianist Radoslav Lorković, die er al een hele carrière als sideman (Odetta, Jimmy LaFave, Greg Brown) opzitten heeft. Samen grasduinden ze door Bakers oeuvre. De nummers kregen een uitgepuurde versie mee, waarbij Bakers typische frasering helemaal tot zijn recht kwam. Sterke momenten waren er genoeg: “Say Grace” met zijn pakkende pianobegeleiding, een breekbaar “Isn’t Love Great”, een wat steviger “White Heat” …

Op “Migrants” – geïnspireerd door een klein krantenartikel over de dood van 14 migranten die de VS probeerden te bereiken – nam Lorković de accordeon ter hand. Het nummer werd doorspekt met flarden norteño-muziek, wat het noodlottige verhaal nog pakkender maakte. Niet dat Baker soms niet de luchtigere toer op ging. Op ”Button By Button” klonk hij verleidelijk, terwijl verzoeknummer “Margaret” de romantische ziel in hem naar boven haalde. De oude countrysong “Six Days On The Road” van Dave Dudley was dan weer swingende boogie-woogie. 

Maar het meest pakkend was het materiaal waarin Baker het verhaal deed van de terroristische aanslag waarvan hij in de jaren ‘80 het slachtoffer was. Een noodlottig toeval bracht hem in het midden van de oorlog van iemand anders toen hij in Peru met de trein op weg was naar Machu Picchu. Een bom verstopt in een rode rugzak in het bagagerek boven hem ontplofte. De Duitse familie van drie die naast hem zat, overleefde het niet, maar Baker als bij mirakel wel. In vier, over het optreden gespreide nummers beschrijft hij de impact er van op zijn leven. Van de bom die hem de adem afsneed en hem het licht aan het eind van de tunnel deed zien (“Steel”), maar ook over de hulpvaardigheid van de Peruanen (“Angels”) en over de dakloze die hij in de sneeuw in Boston. Die deed Baker beseffen dat er mensen zijn die er erger aan toe zijn en dat hij dus dankbaar en niet verbitterd moest zijn (“Snow”). Zijn traumaverwerking en omgaan met vergiffenis waren een leidraad door “Broken Fingers”. Dat mag een nummer zijn dat hij elke keer opnieuw speelt, het blijft een enorm pakkend moment. Niet alleen Baker zelf had op het einde tranen in de ogen. 

Een kort “Go In Peace” was een toepasselijk afscheid na een set waarin Sam Baker nogmaals toonde dat weinigen in de hedendaagse roots-scene zo weten te ontroeren en raken. Een grote mijnheer, die Texaan.  

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 − twee =