Tom Rainey Trio

20 januari 2020 Walter, Brussel

Je hebt concerten waar je niet zomaar getuige bent van een evenwichtige, boeiende wisselwerking tussen een stel getalenteerde artiesten, maar waar je wordt opgetild, meegenomen op een wervelende trip, eens goed door elkaar geschud wordt en vervolgens weer neergezet, een bedwelmende ervaring rijker. De passage van het Tom Rainey Trio in Walter was er zo eentje.

Het was meteen ook een voorbeeld van een band waarin de relatie tussen de drie individuele muzikanten – leider/drummer Tom Rainey, saxofoniste Ingrid Laubrock en gitariste Mary Halvorson – volledig in balans is. De geschiedenis van de jazz en geïmproviseerde muziek is een lange opeenstapeling van grensverleggende ensembles die bulkten van overgave en klasse, maar je krijgt er zelden te zien waarin elk lid op dezelfde hoogte staat, zowel qua inbreng als individuele onderscheiding. Zelfs het klassieke Coltrane Quartet, nog altijd een van de lichtende voorbeelden van muzikale dialoog, had met de leider en drummer Elvin Jones twee spelers in huis die de andere twee vaak overschaduwden. Het kon ook anders: Bill Evans met Scott LaFaro en Paul Motian, dat was een lesje in gelijkwaardige democratie, met een ritmesectie die een volwaardige rol toebedeeld kreeg én daar het beste van maakte. In de zestig jaar jazzgeschiedenis die volgde kan je er zo nog vinden, maar ze zijn dun gezaaid.

Na een decennium samenwerking en vier albums (waarvan het recentste, het uitstekende Combobulated, vorig jaar verscheen via Intakt Records, het Zwitserse huis van vertrouwen) staan Rainey, Laubrock en Halvorson op het punt waarop hun trio-synergie geen kwestie meer is van bagage, ervaring en affiniteit, maar van verbeelding en vertrouwen in eigen en elkaars kunnen. Ze speelden in een krap uurtje een viertal werken – stuk voor stuk met een heel eigen identiteit en temperament, maar verbonden door een taal die helemaal de hunne is en waarbij geen ruimte was voor patserig gedoe, uitgeholde oefeningen op automatische piloot of haantjesgedrag. Integendeel: de drie pookten het vuur collectief op, met het vermogen om die persoonlijke bijdragen op elkaar te leggen en in elkaar te passen als een legpuzzel voor gevorderden.


Elk stuk had wel momenten van abstractie, waarin het niet duidelijk was waar het naartoe zou gaan of wie je nu eigenlijk in de gaten moest houden om een richtingaanwijzer te vinden, maar telkens opnieuw werd een schijnbaar totale vrijheid overwoekerd door een om zich heen grijpende samenhang, waarbij telkens een andere muzikant voor houvast zorgde en het stokje gretig doorgaf. Zo kon je het ene moment met open mond staren naar de onaardse snarenmanipulatie van Halvorson (want dat is wat mensen doen) en even later enkel het hoofd heen en weer schudden op haar repetitief daverende ideeën. Of Rainey, de bovenarmen steevast dicht tegen het lichaam geklemd, roffelend en klaterend, kleurend met texturen en accenten, maar soms ook met een doffe trommel die een simpel galeienritme aangaf. Het gaat er niet om wat je kan, maar wat de muziek nodig heeft.

Laubrock ontpopte zich van haar kant ook opnieuw tot een revelatie, met een indrukwekkend vocabularium op tenor- en sopraansax, een schier onuitputtelijke stroom aan ideeën en een vermogen om ook kleine ideetjes te laten uitgroeien tot iets met zeggingskracht. De klik- en plopklanken die ze in het slotstuk zo ingenieus introduceerde, waren geen gimmicks, maar zowel antwoorden op de naar voren geschoven interventies van haar collega’s als aankondigingen van wat er nog volgen zou. En zo bewoog de muziek van het trio zich even turbulent als organisch, met het zwalpende gitaarspel vol zich verslikkende wendingen dat naadloos gekoppeld werd aan Raineys struikelende ritmes en Laubrocks combinatie van bezwerende uitschieters en manisch uitgevoerde motieven.

Er was vrijheid in overvloed, maar dan beheerst met zo’n focus en concentratie dat je als luisteraar geen enkel keer een aarzeling of inzinking opmerkte. Het was een van die zeldzame concerten waarbij alle stukken in elkaar vallen, maar de échte impact pas bij de allerlaatste noot en slag duidelijk wordt. Meesterlijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in