The Whistlers (La Gomera)

Corneliu Porumboiu, een weerspannige stem uit de Roemeense New Wave, waagt zich aan een neonoir waarin absurdisme de hoofdrol speelt. Op de tonen van zowel Iggy Pops Chirofuifhit ‘The Passenger’ als een streepje opera van Offenbach, strijdt een corrupte flik voor zijn femme fatale door zoals de vogeltjes te fluiten.

Niet alleen de soundtrack is licht uitzinnig, ook het hele plot die de Roemeen uit zijn hersenpan gesponnen heeft, behoort tot de categorie ‘moeilijk te pitchen’. Het gaat om de stugge inspecteur Christi van middelbare leeftijd in Boekarest die zo geïsoleerd is dat zijn moeder zich zorgen begint te maken of hij niet homoseksueel is. Trouw aan het genre, is Christi doorheen zijn jaren bij de politie verzonken geraakt in de duistere ‘underground’ van Boekarest, waar miljoenen aan zwart geld verstopt worden in matrassen. De lokroep van het kwaad kwam van de onweerstaanbare Gilda, zijn grote verlangen, die samen met haar vriend het boeltje runt.

Maar ook aan de rand van de maatschappij is het moeilijk vertoeven voor Christi. Zijn chef Magda is hem op het spoor en installeerde verschillende camera’s in zijn appartement.  Zijn laatste kans om te ontsnappen aan zijn noodlot is een reis naar La Gomera (tevens de Roemeense titel van de film) op de Canarische eilanden. Daar zal hij de, overigens bestaande, fluittaal ‘El Siblo’ aanleren. Het is een ingenieus plan: vinger in de mond, tonen produceren die afzonderlijke klanken voorstellen, en een flik op straat zal denken ‘nou fijn, de vogeltjes fluiten’, terwijl je in feite net gecommuniceerd hebt aan je handlanger dat het moment aangebroken is om wat drugsgeld te gaan witwassen.

Wat een zonde is het dan ook dat regisseur Porumboiu zich vooral toelegt op het spelletje van criminelen die elkaar de loef afsteken en de troebele loyaliteit van Christi aan zowel het politiebureau als aan Gilda. In het motel Le Opéra – waar ‘Belle nuit, ô nuit d’amour’ op repeat staat – valt er wel nog wat van zijn liefde voor leutige taferelen te bespeuren, maar voor het grootste gedeelte vertoeft hij behoorlijk ingetogen in de boze wereld van de neonoir met een geveinsde sérieux.

Misschien is het door zijn premisse dat hij ook het overige materiaal lichtvoetig behandelt, maar zo mist Porumboiu zijn doel. Hij hangt zijn film uiteindelijk vooral op aan genreconventies van de misdaadfilm, waardoor er in se maar weinig nieuws te ontdekken valt. De acties zijn voorspelbaar en ook de personages lijken één voor één niet meer te zijn dan corrupt. Zelfs Gilda kan als louter object van begeerte niet losbreken uit de mal van de femme fatale.

Het maakt The Whistlers daarom nog niet onaangenaam om te bekijken. Porumboiu investeerde wel in een gestileerde film, die met een fragmentarische niet-lineaire vertelling ritmisch hopt tussen het troosteloze Boekarest en het schijnbaar utopische La Gomera. Ook de uiteindelijke afwikkeling is evenzeer begeesterend als geinig. Had Porumboiu nog dat stapje verder gegaan, was dit meer dan een entertainende film geweest. Anderzijds hou je er wel fijne hobby aan over. Ik hoop alvast tegen eind 2020 voorbijgangers op straat te kunnen verleiden met heldere fluittonen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in