Eurosonic 2020 :: Een helikopter is er niets tegen

Vrijdag 17 januari

Spreiding, daar hebben ze bij Eurosonic nog nooit van gehoord, en dus staan vanavond alle Grote Namen op een hoopje gezwierd. Wat we de voorbije dagen soms misten, krijgen we nu te veel, en dus dringen keuzes zich op. We schrapten, kleurden en wikten ons programma nog een keer, en dit was het resultaat.

20.45u. Simplon Main. Om te beginnen de jaarlijkse uitzondering op onze “GEEN BELGEN DIE ZIEN WE THUIS WEL”-regel. Waarom? Daarom. Omdat Zwangere Guy altijd een plezier is. Omdat we het materiaal van het nieuwe BRUTAAL live wilden horen. Omdat wij verdorie zelf wel de regels zullen bepalen.

En of de Zwangere in vorm was. “Ik ben een beetje zenuwachtig, want naar het schijnt is dit een festival voor de industrie. En laat ik nu toevallig de industrie haten”, grijnst hij halverwege. We hebben op dat moment al een kippenvelmoment gehad met een “Beter leven” dat Gorik Van Oudheusden zelfs na een tweede start niet gebracht krijgt — “het is een zware tekst en ik beleef ze even helemaal” — waarna hij voor een uitgekleed “Grijze zone” gaat. “Heb vele situaties niet goed aangenomen / Ben blijven werken, blijven lopen en ben blijven dromen”, mijmert hij in een heldere terugblik op zijn nieuwe leven als mens-die-het-gemaakt-heeft. Vandaag is de voormalige afwasser van de Ancienne Belgique toe aan een volgende fase: de verovering van het buitenland. En dat gebeurt met de pletwals.

“Nog twee nummers en dan beginnen de sloopwerken”: dat wil zeggen dat het explosieve, bijna industriële “Guttergang” daarna nog niet eens tot het meest brutale van de avond behoort. Dat is voorbehouden aan het furieuze “U ma is u pa” en een “R.A.F. (Rien à foutre)” dat aan het einde nog eens wordt hernomen “omdat ik nog twee minuten mag vullen en ze anders moet vollullen”. Guy zweept de massa op, eist een moshpit, krijgt ze, legt desnoods de boel stil omdat het niet wild genoeg is, en grijnst. “Ik hou van jullie.” De liefde voor de industrie is er dan toch, en ze komt terug. “Dank je wel dat je mij hier naar hebt meegenomen” fluistert een Nederlandse ons toe. Da’s er eentje die voor de bijl is, de rest van de Noorderburen neemt Zwangere Guy binnenkort wel onder handen.

20.45u. Der Aa-kerk. “Excuse my nervousness, this is my first show in a very long time.” De timide Anna Leone werkt volop aan haar eerste plaat, maar voor Eurosonic wil ze haar kot nog wel eens uitkomen. En dat is goed nieuws, want de kwetsbare folksongs die ze brengt, zijn te mooi om voor zichzelf te houden. “Wandered Away” gaat al mee van een vorige Eurosonic-editie, en is ook hier een zacht hoogtepunt. Leones stem is haar grootste kracht: ingehouden, lichtjes slepend doet ze heel veel met weinig — als ze in een nieuw nummer “did you lie to me in your sleep?” vraagt, breekt ons hart een beetje. Wat Arlo Parks woensdag aan band te veel had, heeft Anna Leone echter net iets te weinig: op plaat kleurt ze nummers als “I Never Really” in met piano en strijkers, hier is het enkel akoestische gitaar, en dat valt toch wat braafjes uit. Maar de songs zijn er, dus dat album wordt er eentje om naar uit te kijken.

22.15u. Mutua Fides. Geen Squid voor ons wegens ellenlange rij aan de Vera. Je kan je afvragen of zo’n Britse hype nog nood heeft aan een show op een festival voor opkomend talent uit Europa. Hetzelfde geldt voor namen als Celeste en Georgia. Alternatieven genoeg echter, hier in Groningen, en ook Harmed blijkt een uiterst talentvolle band in het zwaardere genre. Buiten Ektomorf, altijd een beetje de Hongaarse Soulfly geweest, zijn er geen Hongaarse bands tot onze contreien doorgedrongen. Misschien kan Harmed daar wel verandering in brengen? De hardcore metal van het gezelschap sluit in elk geval nauw aan bij de verpletterende stijl van hippe bands als Code Orange en Jesus Piece. Elk nummer is agressief en uiterst complex, meeslepend en verwoestend tegelijk. Een paar minuten doorrazen is voldoende om de luisteraar volledig knock-out te slaan. Van jong geweld gesproken.

22.15u. Simplon Main. Ondanks de hype toch torenhoog op ons Eurosonic-verlanglijstje: Georgia, die met “About Work The Dancefloor” het, euh, dansvloeranthem van vorig jaar schreef. In een lekker volle Simplon hangt er dan ook al flink wat spanning in de lucht, en Georgia moedigt dat maar wat graag aan. Ze zoekt geregeld de rand van het podium op, “come on!” gillend, om vervolgens nog net iets harder op haar elektronische drumstel te gaan hameren. Dat er ondertussen een backing track meeloopt die vooral haar soms wat wankele zang moet ondersteunen, vergeven we haar graag. “I’m doing my best”, zegt ze, voor ze begint aan het dynamische duo “Never Let You Go”/”24 Hours”, dat van Chvrches had kunnen zijn als die zelf wat meer hun best deden. Je blíjft intussen ook maar kijken naar hoe ze daar achter haar drums staat: tijdens “Started Out” staat ze “we ARE wicked and bold” te scanderen, drumstok in de ene hand, andere vuist in de lucht, met een blik die het midden houdt tussen boosheid en kinderlijke opwinding, het erg naar The Knife zwemende “The Thrill” mept ze naar zijn einde met een manische solo die ons doet vrezen voor haar instrument.

“About Work The Dancefloor” doet vervolgens precies wat het moet doen: een zaal die ontploft, meisjes die elkaar in de armen vliegen, en om af te ronden een stukje “I’m Still Standing” erachteraan dat minstens even enthousiast wordt meegezongen. En ja, “Running Up That Hill” mag dan stilaan kapot gecoverd zijn, de discodraai die Georgia eraan geeft, maakt het alsnog de gedroomde afsluiter van de schitterende ode aan het nachtleven die deze set was. We kunnen nu al niet meer wachten tot februari, wanneer ze dit in de AB nog eens komt overdoen.

23.00u. Huis De Beurs. Girl Power! Want zijn we vanmiddag op de valreep toch voor gevallen toen we een sessie in platenzaak Plato zagen: Los Bitchos. Stonk hun cocktailsurf op cd naar recepties en ander netwerkgeroezemoes, dan komt de muziek van het vijftal op de planken helemaal tot leven. Daar heeft de charme van vijf Britse hartsvriendinnen die zich samen rot amuseren veel mee te maken. Je ziet het in de gekke handenchoreografie aan het begin van single “Pista (Great Start)”, aan de group hug na afloop.

Je hoort ook dat dit vrouwen zijn die het klappen van de zweep al even kennen. Gitaristentandem Serra Petale – Carolina Faruolo weet dat je bij instrumentale muziek als deze maar beter een goeie melodie kunt hebben, ze spelen op zeker en zorgen voor héle goeie. Josefine Jonnson is het soort potige bassiste dat een groep in het gareel kan houden, en er zo met veel flair voor zorgt dat het geheel niet van de rails gaat. Geen idee of cocktailsurf anno 2020 een groot publiek kan vinden, maar als één band er voor kan zorgen, dan wel deze teefjes.

23.15u. Machinefabriek. Klein planningsfoutje: de Machinefabriek is een maat of vijf te groot voor het kluitje mensen dat op de jongemeisjespop van Griff is afgekomen. De Jamaicaans-Chinese Britse is nochtans een diva in de dop: na een bombastische intro door haar toetsenist en drummer, komt ze vanuit de coulissen gedoken in een soortement trouwjurk met combats eronder, zwaaiend met de indrukwekkendste paardenstaart sinds Ariana Grande. Wie van dat soort popprinsessen met klatergouden stemmen houdt, zal ook voor deze Griff een boontje hebben, al doen de vocale acrobatieën die ze uithaalt in emotionele ballads als “Didn’t Break It Enough” meer aan Christina Aguilera denken — niet meteen iets om vrolijk van te worden. Het is echter in de meer uptempo nummers, en dan vooral het kraakheldere “Mirror Talk” aan het einde van de set, dat ze indruk maakt. Wat minimale percussie en beats, meer heeft ze niet nodig voor dit body positivity-momentje waarin haar stem alle ruimte krijgt. Zagen wij en die dertig anderen zonet de nieuwe Ariana of Taylor? Wellicht niet, maar Griff deed minstens een overtuigende poging.

23.35u. Werkman Stadslyceum. Het Friese trio The Homesick behoort sinds het verschijnen van debuut Youth Hunt tot het beste wat de Nederlandse gitaarrock te bieden heeft. Ook hier gooit de band opnieuw hoge ogen. Opener “What’s in Store” doet meteen denken aan het beste van Preoccupations, Deerhunter en Ought. Ook “I Celebrate My Fantasy” mag er zijn; het is genieten van de harmonieuze samenzang, vingervlugge gitaarriedeltjes en ingenieuze drumpatronen. Soms klinken de nummers dreigend, soms mysterieus, soms zeer toegankelijk, en vervolgens nemen ze weer een andere wending. “Kaïn” is daarvan een van de beste voorbeelden, en ook “Eater of Meat” is een heerlijk verschroeiende afsluiter. Jammer genoeg geen “Male Bonding” in de set, maar ach, we zijn al genoeg verwend.

00.00u. Lutherse Kerk. Van Ólafur Arnalds over Hugar tot wijlen Jóhann Jóhannsson: IJslandse componisten raken telkens een gevoelige snaar. Ook pianist Gabríel Ólafs past in dat rijtje. Met een uiterst minimalistische set, enkel versterkt met een viool, maakt hij de Lutherse Kerk muisstil; de kerk moet wel de stilste plaats van het festival zijn. Bij Ólafs’ muziek schieten meteen beelden van een oneindig arctisch landschap in IJsland te binnen. De perfecte dagdroommuziek.

00.05u. News Café. Nieuwsflash: het stinkt niet meer in het News Café. De bijna vertrouwde geur van overgeefsel die jarenlang in de dikdoenerige clubkelder hing, is eindelijk verdwenen. Dat is goed nieuws, want we moesten hier toch even zijn voor de Zwitsers-Australische Jessiquoi die met haar choreografieën, schelle gekrijs en eigengereid knopjesgedruk het midden houdt tussen de trap van Tsar B en de industrial pop van de latere Grimes. Het ziet er ook schattig uit, hoe ze haar apparatuur onder een parasol heeft opgesteld als was het een futuristisch ijsverkopersstandje waar ze naar believen achter of voor plaatsneemt. Het heeft sass, het is vinnig, het is zowel pop als iets meer edgy. Toch weet de rapster-producer niet de hele tijd te boeien. Halverwege lijkt Jessie haar je-ne-sais-quoi even kwijt, ze vindt die gelukkig snel terug met wat Grimesachtig schreeuwen, razendsnelle raps, en vlotte beats. Tiens, is het weekend misschien?

00.15u. Kokomo. Precies wel, en in de discotheek die Kokomo de rest van het jaar is, gaan we doen wat je op een vrijdagavond moet doen: dansen. Of dat zouden we toch willen maar Emmanuelle werkt niet mee. Mooi dat Stephen en David dit spek naar hun Dee Weebek vonden, en je hoort de familieband in de beats, maar wat staat ze daar in godsnaam vooraan te doen? Moet dat hijgen zingen voorstellen? Zijn die vreemde moves — fluistert een niet nader genoemd teamlid ons in het oor “robotisch geil is ook geil” — een parodie op sexyness? Vragen, zoveel vragen, maar gedanst hebben we niet. Emmanuelle? De film was beter.

01.15u. Vera. Geen beter gezelschap voor een laatste knal dan een stelletje Zwitserse zotten. Coilguns is al jaren internationaal berucht om zijn livereputatie. En zo gaat het ook hier. Bijzonder trashy noise domineert het eerste deel van de set, daarna wordt het steeds chaotischer en vermoeiender. Op muzikaal vlak wordt er duchtig geflirt met At the Drive-In en The Dillinger Escape Plan, en zo balanceert Coilguns op de grens met moeilijkdoenerij. Gelukkig zorgt de theatrale performance van zanger en parttime gitarist Louis Jucker, die wel heel erg aan Zach de la Rocha doet denken, voor de nodige afleiding. Eerst wil hij de speakers beklimmen, vervolgens begeeft hij zich enthousiast in het publiek en ook de toog van de Vera behoort tot zijn actieterrein. Lichtjes geradbraakt en met tinnitus strompelen we naar het einde van Eurosonic.

01.15u. Kokomo. Nog één laatste stop op het vrouwenparcours van (lt): de prachtig genaamde Rrucculla, die voor het meest bevreemdende optreden van dit jaar mag zorgen. Want wat ìs dit in godsnaam? Izaskun González holt van haar laptop naar haar drumstel en terug, lanceert een daverend spervuur van complexe beats en ritmes — Aphex Twin is nooit veraf — en prutst ondertussen snel nog aan haar desoriënterende visuals. Voor haar laatste album Shush stelde ze zich de vraag hoe freejazz zou klinken als het door kinderen gespeeld werd, de dolle kermisrit van vanavond is daar een mogelijk antwoord op. In het bizarre universum van Rrucculla mag de speelse elektronica van “Icy Blue Coral” op tijd en stond doorkliefd worden door iets wat klinkt als een jazzy saxofoon — het is gokken wàt je precies hoort — en zetten kinderstemmetjes in “Cicatriz de Chocolate” je vrolijk op het verkeerde been vooraleer ze onder een bak breakbeats bedolven worden. Niks van begrepen, wel compleet overdonderd: er zijn slechtere manieren om de avond af te sluiten. Verrucculluk.

En daarmee zitten deze drie dagen ongein er op. Team Enola sluit hierbij de boeken, maar we beloven ze binnenkort opnieuw open te doen. Geef ons nu echter eerst maar een nachtje slaap.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in