EuroSonic richt zijn schijnwerpers op Zwitserland: muziek met gaatjes

Hebben de Zwitsers op muzikaal vlak nog iets méér te bieden dan alpenhoornblazers of jodelende bergbewoners? Zeer zeker. Tijdens het showcasefestival EuroSonic in Groningen staat dit jaar gruyèrepop in al zijn vormen en stijlen centraal.

Met slechts acht miljoen inwoners heeft Zwitserland hetzelfde probleem als andere kleine Europese naties: zijn muziek raakt slechts moeilijk de grens over. Dat neemt niet weg dat meerdere Zwitserse bands in de voorbije decennia een internationaal verhaal hebben geschreven. Zo herinnert u zich zeker nog “Eisbär”, de new-waveklassieker van Grauzone uit 1981. Een van de groepsleden, Stephan Eicher, is sindsdien een gevierde singer-songwriter met vijftien langspelers op zijn naam, die in Frankrijk een sterstatus geniet en ook bij ons voor uitverkochte zalen speelt.

Al net zo bekend zijn de invloedrijke elektronicapioniers van Yello, die tijdens de eighties enkele platen opnamen voor het Ralph-label van The Residents. Drummer Roli Mosimann maakte dan weer naam met het New Yorkse Swans, vormde samen met Jim ‘Foetus’ Thirlwell het duo Wiseblood en werd daarna de mentor en producer van The Young Gods, een industrialband uit Fribourg die inmiddels weer met succes de podia afschuimt. In folkmiddels wordt de naam van harpspeler Andreas Vollenweider nog steeds met respect uitgesproken en dank zij EuroSonic kwamen de jongste jaren nog meer Helvetiërs aan uw oren knagen.

Culturele miniatuurstaatjes

Folkjazzchanteuse Sophie Hunger (foto rechterzijbalk), een geestesgenote van Laura Marling en Feist, stond er al in 2010 en is intussen behoorlijk populair. Zeal and Ardour, een gezelschap dat black metal vermengt met negro-spirituals, wordt op handen gedragen door het Amerikaanse blad Rolling Stone en mocht recent nog alle grote Europese festivals plat spelen (inclusief Graspop en Rock Werchter). En vorig jaar werden we in Groningen weggeblazen door de ‘minimalistische transpop hyperdisco’ van Hyperculte (foto linksonder), een duo uit Genève dat zich bediende van samplers en loop stations en zichzelf omschreef als ‘une armée de rêveurs’.

Zwitserland bestaat uit drie taalgemeenschappen – vier zelfs, als we het Reto-Romaans erbij rekenen – en is in cultureel opzicht dus onvermijdelijk versnipperd. Als buitenstaander vraag je je zelfs af of er zoiets bestaat als een Zwitserse identiteit.

“Goede vraag”, zegt Jean Zuber, directeur van het in Zürich gevestigde Swiss Music Export. “Zeventig procent van de bevolking is Duitstalig, maar we hebben geen nationale omroep en de culturele uitwisseling tussen de regio’s blijft al bij al beperkt. De Italiaans sprekende gemeenschap richt zich vooral op Milaan. Francofonen voelen zich meer betrokken bij wat er in Frankrijk gebeurt – Genève ligt vlak bij de Franse grens. En de rest van de bevolking voelt zich cultureel verwant met Duitsland en Oostenrijk. Anders gezegd: er bestaan verscheidene miniatuurstaatjes binnen één staat. Toch hoor je bij ons geen separatistisch discours. Zwitserland is, om een Duitse term te gebruiken, ‘eine Willensnation’: iedereen huldigt de overtuiging dat het land één en ondeelbaar moet blijven. Wellicht is onze hoge levensstandaard daar niet vreemd aan.”

Eén en ander leidt wél tot complicaties, zeker in de muziekbusiness. “Grote labels, zoals Universal, hebben hier wel onderafdelingen, maar we zijn een kleine markt”, legt Zuber uit. “Qua prioriteit bungelen we dus onderaan: alle belangrijke beslissingen worden in Berlijn of Parijs genomen. In principe worden in de Franstalige en Duitstalige regio’s dezelfde artiesten gepromoot. Alleen staan de smaken en voorkeuren van het publiek in die gebieden doorgaans haaks op elkaar. Lausanne ligt op slechts een uur rijden van Bern, en toch hoor je er totaal andere muziek op de radio, zelfs van Angelsaksische artiesten, en schuiven de grote festivals er andere headliners naar voren.”

“Lausanne ligt op slechts een uur rijden van Bern, en toch hoor je er totaal andere muziek op de radio”

“Als exportbureau werken we met muzikanten uit alle gemeenschappen, maar vergeleken met onze buurlanden zijn wij het kleine broertje. Dat heeft Zwitserse muzikanten lang met een minderwaardigheidscomplex opgezadeld. Een groep die op de Duitse radio wordt gedraaid, voelt zich de koning te rijk. Maar vaak blijkt in een andere Zwitserse stad, vijftig kilometer verderop, nog geen hond van haar gehoord te hebben. Een ontnuchterende vaststelling.”

Merci, internet

Vandaag is de Zwitserse muziekscene rijker en gevarieerder dan ooit en komen lokale artiesten er iets makkelijker aan de bak. Volgens Zuber heeft dat alles met het internet te maken. “Iedereen pikt nu invloeden op van overal, qua sound en productie ligt het niveau hoger dan ooit. Muzikanten hebben meer zelfvertrouwen gekregen en zijn ondernemender geworden. Lausanne, Bern, Zürich en Genève zijn tegenwoordig bruisende muziekcentra. De laatste twee steden beschikken bovendien over een dynamische elektronicascene, met invloedrijke dj’s en producers en modieuze clubs. Dezer dagen ken ik zo’n twee- à driehonderd Zwitserse bands die regelmatig in het buitenland spelen. Het is simpel: wie wil overleven, moet de grens over.”

“Zürich en Genève kennen een dynamische elektronicascene”

Met welke argumenten slaagt Zuber erin gruyèrepop elders aan de man te brengen? “Een land valt niet te verkopen”, antwoordt hij. “Zwitserse muziek is geen merk, hé? De meeste van onze artiesten staan overigens erg kritisch tegenover iedere vorm van nationalisme. Alleen al het feit dat hun werk tijdens het Reeperbahnfestival in Hamburg wordt gepromoot met een raclette-avond, doet hen al ineenkrimpen.”

“Swiss Music Export helpt individuele artiesten, labels, managements of booking agencies wél een internationaal netwerk uit te bouwen. Daarbij richten we ons vooral op onze buurlanden, maar ook op Luxemburg en Wallonië. Voorts sturen we bands naar The Great Escape in Brighton of, nu dus naar EuroSonic, omdat alle Europese power players uit de muziek er aanwezig zijn. Toch zijn afkomst of nationaliteit bij ons nauwelijks een criterium. We steunen bijvoorbeeld Bonaparte, ook al woont die tegenwoordig in Berlijn, en de retrosoul- en future r&b-band Muthoni Drummer Queen, ook al is de frontvrouw een Keniaanse die nog steeds in Nairobi woont. Met ons bescheiden budget proberen we gewoon deuren te openen voor iedereen die potentieel heeft.”

Eén van die initiatieven die de actieradius van Zwitserse muziek moeten vergroten, is het tweedaagse MuMa-showcasefestival dat, sinds 2013, om de twee jaar plaatsvindt in Bern en, gespreid over vijf clubpodia, een dertigtal jonge bands naar voren schuift.

“Wie wil overleven, moet de grens over”

“Iedere groep is vrij om te solliciteren”, vertelt organisator François Moreillon, die ook van nabij betrokken is bij Paléo in Nyon, het grootste openluchtfestival in Zwitserland, dat jaarlijks goed is voor 270.000 bezoekers. “Dit jaar begonnen we met een longlist van zevenhonderd namen, die we door een landelijke jury lieten terugbrengen tot 35 acts. Vervolgens nodigden we een tiental concertpromotoren en concertboekers uit van grote Europese festivals zoals Roskilde of Dour, om het talent op MuMa te komen keuren en uit iedere categorie de beste groepen te kiezen, die dan bekroond worden tijdens een Awards Show. Dat wedstrijdelement maakt het ook aantrekkelijk voor het publiek, dat tijdens de jongste editie van het festival in november uit 1.400 toeschouwers bestond. Buitenlanders staan heel vaak te kijken van de kwaliteit die we te bieden hebben.”

De Zwitserse artiesten die volgens Moreillon op de rand van een internationale doorbraak staan, en ook op EuroSonic aantreden, zijn de folkpopband Black Sea Jehu, urban-zangeres Muthoni Drummer Queen (foto links) en singer-songwriter Marius Bear. De laatstgenoemde werd alvast opgepikt door het management van nationale volksheld Stephan Eicher.

Trashrock en kampvuurpop

Zwitserland is, als we Jean Zuber mogen geloven, voor muzikanten wellicht één van de beste plekken in Europa om financiële ondersteuning te krijgen. “Zeker als je een minimum aan kwaliteit te bieden hebt”, voegt hij eraan toe. Instellingen als Pro Helvetia, de Fondation Suisa (vereniging van auteurs en muziekuitgevers), de kantons en de meeste grote steden, waaronder Zürich, stimuleren de cultuurproductie door allerlei subsidies uit te keren.

“Bands kunnen van de overheid niet alleen toursupport krijgen, maar ook hulp om hun platen te financieren. En dan zijn er nog de culturele onderscheidingen. Als je een prestigieuze prijs binnenhaalt, kun je daar met gemak twee jaar van leven. Natuurlijk is geld nog geen garantie op succes en sommigen vinden dat muzikanten het bij ons iets te makkelijk hebben. Ze worden er lui van, beweren kwatongen. Tja, je hebt natuurlijk altijd artiesten die zichzelf overschatten en denken dat de wereld aan hun voeten ligt. Swiss Music Export steunt echter vooral die groepen die er helemaal voor gaan en bijvoorbeeld in Groot-Brittannië ondervinden hoe het is geen eten te krijgen, op een slechte backline te moeten spelen en bij mensen op de vloer te slapen. Het is een test voor hun motivatie. Maar zij die volhouden, maken ook meer kans om echt iets te bereiken.”

“Sommigen vinden dat muzikanten het bij ons te makkelijk hebben. Ze worden er lui van”

Als voorbeeld geeft Zuber de krautpopgroep Klaus Johann Grobe, die songs schrijft in het Zwitserduits (een exotische taal die nergens anders wordt gesproken), maar er niettemin in slaagde een deal te versieren bij Trouble in Mind, een label uit Chicago dat haar zelfs steunt om in de VS te komen toeren. “Als zo’n gezelschap nog wat extra middelen nodig heeft, dan schieten we graag te hulp.”

Net als overal zijn bij het jonge volkje in Zwitserland vooral genres als r&b (zie Alina Amuri, Jessiquoi) en hiphop razend populair. Zuber tipt in dat verband Pronto (foto links), een rapper uit de hoofdstad Bern, en Faber, een 25-jarige artiest met Italiaanse roots die in het Duits zingt en daarbij geen blad voor de mond neemt. In zijn maatschappijkritische nummers snijdt hij bijvoorbeeld de immigratieproblematiek aan en haalt hij uit naar de Italiaanse regering die niet langer toestaat dat schepen, die op de Middellandse Zee drenkelingen oppikken, haar havens aandoen.

Maar zoals bleek tijdens MuMa (of Music Marathon), hoor je in Zwitserland vandaag zowat alles tussen prikkelende indierock (Mnevis), postpunk (Sooma), hardcore (Coilguns), noise (Asbest), psychedelia (Lord Kesseli & The Drums), trashrock (Mama Jefferson), countryblues (The Last Moan), kampvuurpop (The Two) en introverte singer-songwritermeisjes (Tanya Barany). Hun muziek vertoont evenveel gaatjes als een doorsnee gruyère en allemaal staan ze te popelen om de buitenlandse podia te veroveren. Maar wees gerust: die alpenhoorn laten ze voortaan wel thuis.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in