Back to Basics 2.0: Robert Henke en oude technologie als gateway tot creativiteit

Een soort equivalent van het nature-nurture debat binnen de muziekwereld. Zo zou je de tegenstelling kunnen noemen tussen een technology- of industry-driven visie en een meer positivistische (of is het andersom?) kijk op muziek als een kunstvorm die onafhankelijk van het medium blijft evolueren. Robert Henke neigt met zijn nieuwe baanbrekende show naar dat tweede.

Er kunnen ontzettend veel aanleidingen bedacht worden om tot in den treure te debatteren over dit thema. Elektronische muziek, synthesizermuziek daarvoor en elektronisch versterkte muziek nog eens daarvoor, stootten steevast op weerstand wegens esthetische, maar vaak ook elitaire en conservatief-filosofische redenen. Bob Dylan op het Newport Festival in 1965 of Depeche Mode op Werchter in de jaren ’80: het zijn twee clichévoorbeelden die niettemin boekdelen spreken.

Maar daarover gaat het hier niet. In een uitverkocht Amsterdams Muziekgebouw zou op zaterdag 4 januari 2020 geen ziel aan de avond beginnen met een dergelijke tegenstelling in het achterhoofd. Ook niet als de CBM 8032 AV-show van Robert Henke al lang – sinds de première op Unsound Festival enkele maanden eerder – was aangekondigd als een nieuwe productie met een partij Commodore-computers uit 1980 als blikvangers.

State-of-the-art lasers vervangen door archaïsche computers is volgens Henke – immer praatgraag voor aanvang van zijn optredens – een bewuste keuze. Vooral omdat hij zijn ingenieursbrein wilde stimuleren en iets creëren op basis van, tja, niets. Commodore-computers hebben hoegenaamd geen geluidskaart en kunnen niet eens met elkaar communiceren.

Samen met zijn team deed hij er drie jaar over om tot een liveproductie met compositie en visuals from scratch te komen. Tot kort voor een optreden bestaat er geen zekerheid of de set-up zal werken. De volledige rig (inclusief sequencer en andere hardware) zou volgens Henke exact 40 jaar geleden ook gebruikt kunnen zijn voor exact dezelfde show. Een statement dat we best willen geloven, al hebben we onze twijfels over de connectie tussen visuals en projector en natuurlijk ook over de kwaliteit van de projecties zelf. Maar dat zijn details.

Kraftwerk op pensioen

In 1980 maakte Kraftwerk muziek die toen al retrofuturistisch begon te klinken, zeker in vergelijking met hun beginjaren. Of beter: Kraftwerk was al een gigantische invloed en werd in no time voorbijgestreefd door de beïnvloeden. Opkomende producers (met name in de hip hop!) gebruikten hun sound en samples voor geheel andere doeleinden en overstegen het Duitse viertal al snel qua originaliteit en innovatie.

Wanneer Kraftwerk in die periode op tournee ging, deden ze dat met computers die ettelijke kubieke meters ruimte innamen. Bij het livegehalte van zo’n shows kan je – ook vandaag nog – vraagtekens plaatsen. Mocht er in 1980 een of ander genie bestaan hebben dat exact deed wat Robert Henke hier in 2020 doet, dan werd de mythische groep uit Düsseldorf meteen op pensioen gestuurd wegens volkomen irrelevant.

De mens op gelijke hoogte

Maar die hypothetische vraag gaat uiteraard in tegen de fundamentele dialectische logica. De composities die Henke ons laat horen met zijn nieuwe show, klinken net niét retrofuturistisch of zelfs als iets dat we in 1980 zouden kunnen plaatsen. Dat is ook helemaal niet het punt. Het punt is om een bestaande, extreem verouderde, technologie zo goed mogelijk te benutten en op die manier zoveel mogelijk creativiteit in het proces toe te laten. Het potentieel van deze computers werd nooit eerder in die mate benut, maar vooral: op deze manier zal de huidige technologie nooit benut kúnnen worden.

Want zoals Henke het zelf treffend omschreef: de volledige set-up en technologie van een Commodore-computer kunnen door één individu geschreven en begrepen worden. Het medium staat op dezelfde hoogte als de mens en er zijn geen andere niveaus (software, hardware van andere leveranciers, complexe interfaces, etc.) die interfereren. Er is dus een een-op-eenrelatie tussen input en output, ten minste voor zover we het hebben over het proces, over het maken. Geen voorgeprogrammeerde samples, geen grid. Alles moet geschreven worden in een onbekende programmeertaal.

Gejuich voor getik

En dus gaat Henke op het podium achter zijn bureau zitten – de Duitse clichés spatten er tot groot genoegen van onze Enola-correspondent van af – om als een malle te typen. Er verschijnen nerdy codes op een scherm en een paar mensen juichen nog voor er één beat de zaal in wordt geblazen. Al snel raken we de draad weer kwijt, wat het grote minpunt is van CBM 8032 AV. Het zou zoveel mooier geweest zijn als we konden volgen wat voor input Henke een uur lang genereert. Regelmatig is het luide getik van een old skool toetsenbord hoorbaar – een gezellig, bevreemdend effect in zo’n setting.

De projecties die het merendeel van de tijd te zien zijn, bestaan uit intense visuals die ook integraal met Commodores werden geprogrammeerd. Denk: groen op zwart in extreem lage resolutie. Maar daarom niet minder boeiend of mooi. Dat was overduidelijk een deel van de uitdaging en motivatie van Henke, die niet alleen muzikant, producer of software-ontwikkelaar is (Ableton zegt u vast wel iets), maar ook een sterke band heeft met het visuele.

Aesthetically pleasing

Meer nog dan de projecties, spreekt de esthetiek van de podiumopstelling voor zich. Dit zijn iconische machines die ons terug katapulteren naar een niet langer bestaand tijdperk -althans op technologisch vlak. Toen moderne technologie nog een niet-dystopisch en zelfs een quasi idealistisch verhaal was. Het is een duidelijk nostalgisch randje van dit gebeuren dat Henke – inmiddels een vijftiger, en als tiener zelf nog geklooid met een Commodore – zonder meer toegeeft. Uiteindelijk doet dit aspect in het bredere verhaal weinig ter zake.

Het geheel klinkt en oogt als een Ryoji Ikeda-show, maar dan plastischer en met decennia oudere technologie. Al klinkt dit net zo edgy, onvoorspelbaar en innovatief als de live-passages van de Japanse kunstenaar. Henke voegt hier echter nog iets aan toe: hij poneert met CBM 8032 AV de notie dat een ex nihilo-creatie wel degelijk mogelijk is en dat zo’n modus operandi de grenzen van de creativiteit kan verleggen. Alleen al op basis hiervan zuigt hij een uur lang veel meer aandacht naar zich toe dan wanneer er een aantal MacBook Pro’s op het podium hadden gestaan.

Een omweg naar vernieuwing

Wat vooral duidelijk wordt uit dit alweer mooie avondje nieuwjaren in het Muziekgebouw, is dat de compositie en hoe de muziek klinkt en aanvoelt, ultiem een oorsprong heeft in de artiest zelf en in de context waarin die artiest leeft. Een medium of technologie kunnen in de ene of de andere richting helpen en zelfs mee vorm geven aan een bepaalde sound en esthetiek, net zoals ook Spotify, grote muziekfestivals anno nu of Studio fucking Brussel dat doen.

In de schemerzone waarin zo’n invloeden niet of amper een rol spelen, vinden we een onafhankelijk creatief proces terug en kunnen we luidop dromen van echte muzikale vernieuwing. Bijvoorbeeld via de creatie van een moderne elektronicashow op basis van vijf computers met 32 kilobyte RAM elk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in