Alessandro Baricco :: The Game

De Zwitserse psycholoog Jean Piaget (1896-1980) mag dan niet eenzelfde weerklank hebben als Sigmund Freud of B.F. Skinner (om maar twee tegenpolen te noemen), binnen de geschiedenis en ontwikkeling van de psychologie heeft hij wel zijn plek verworven. Piagets academische interesse lag in grote mate bij de cognitieve ontwikkeling van het kind waarbij hij onder meer door observatie van hun spelgedrag tot een aantal belangrijke conclusies kwam. Een van de meest intrigerende bevindingen daarbij was dat kinderen de (basis)regels van het spel al kennen nog voor ze deze als dusdanig kunnen beschrijven.

De Italiaanse schrijver en essayist Alessandro Baricco lijkt eenzelfde fascinatie voor spelen te hebben, al is hij zich er niet altijd van bewust. Baricco baarde een kleine tien jaar geleden onder de zogenaamde (Italiaanse) intellectuele elite enig opzien en consternatie door in De barbaren af te rekenen met termen als hoge en lage cultuur en polemisch te stellen dat de oude cultuur door een nieuwe vervangen wordt. In The Game vertrekt hij vanuit eenzelfde principe, zij het dat hij ditmaal zijn aandacht richt op de digitale wereld en deze ietwat opvallend laat starten met de introductie van het computerspel Space Invaders (1978). De reden dat Baricco dit als startpunt kiest en bijvoorbeeld niet het oudere Pong (1972) hangt niet alleen samen met het feit dat hij dit spel als twintiger urenlang speelde in cafés en andere plekken waar de reusachtige console te vinden was, maar ook met de toenemende mate waarin het spel de rol van de flipperkasten en tafelvoetbal als koningen van de caféspelen verdrong en zo een digitale toekomst inluidde.

De keuze voor Space Invaders als startpunt maakt meteen duidelijk dat Baricco voor The Game opnieuw een heel persoonlijk relaas wenst te vertellen. Dat computers en zelf computerspelen al hun eerste (voorzichtige) stappen hadden gezet vooraleer de commercialisering en bijhorende digitalisering echt van start ging, is dan ook van weinig tel. Want hoewel Baricco wel degelijk oog heeft voor historische feiten en er niet zomaar een loopje mee neemt, wil hij in de eerste plaats een eigen verhaal en visie op het ontstaan van een nieuwe digitale wereld schetsen en daarbij vooral focussen op die momenten dat een ontwikkeling of evolutie (volgens hem) bij het grote publiek ingang vond. De manier waarop The Game vormgegeven en geschreven is, geldt dan ook minder als een puur cultuurfilosofisch essay en veeleer als een individuele reflectie en aanvoelen op wat volgens de auteur wel eens een nieuwe evolutie kan zijn in de manier waarop we de wereld beleven.

Die persoonlijke aanpak vertaalt zich niet alleen in de keuze van de `mijlpalen` maar ook in de manier waarop het hele essay geschreven en vormgegeven is. Naast het koppelen van een semihistorische schets aan bedenkingen en reflecties, krijgt het ook een vertaling in een soort landkaart die naarmate het boek vordert, steeds meer belangrijke en invloedrijke spelers bevat. Dat laatste vormt een interessant visueel ankerpunt, in het bijzonder voor wie door Baricco’s meanderende en metareflecterende stijl (die meer dan eens zelfgenoegzaam klinkt) het noorden dreigt kwijt te raken. Mits enige kwade wil kan echter ook opgemerkt worden dat dit net Baricco’s bedoeling is en dat hij op die manier tracht te verhullen dat zijn uitgangspunt op weinig tot niets gestoeld is. In die zin zou The Game niet meer zijn dan een zwakke aanvulling op De barbaren met andere voorbeelden.

Met die bedenkingen in het achterhoofd, alsook het besef dat Baricco zelf geenszins de bedoeling had om een omvattend en concluderend verhaal te schrijven, kan The Game nog steeds gelezen worden als een intrigerende reflectie die beter onderbouwd en uitgedacht is dan de auteur zelf wenst toe te geven. De titel zegt eigenlijk al veel; er is een nieuw soort spelende mens opgestaan voor wie het spel op zich zowat het belangrijkste is, zelfs al zijn de regels ervan nergens opgesteld of uitgeklaard. Baricco zelf verwijst naar onder meer naar het spelen wanneer de eerste iPhone aan bod komt en hij terecht opmerkt dat het een typevoorbeeld is van hoe gebruik van technologie niet meer dan een leuk spel is geworden waarbij simpele handelingen een hele machinerie in gang zetten die verborgen blijft voor de doorsnee-eindgebruiker. Natuurlijk drijft Baricco het te ver door wanneer hij onder meer de iPhone vergelijkt met een computerspel maar tegelijkertijd weet hij zijn analogie wel te onderbouwen en consequent door te denken.

Het spel-uitgangspunt vormt samen met het ‘mens-toetsenbord-scherm’- logo de twee bouwstenen waarop hij zijn hele essay laat steunen en die hij zelfs naar de eerste stappen van de digitalisering in de jaren tachtig weet te vertalen. In dit eerste hoofdstuk toont Baricco zich dan ook al meteen als een intelligent schrijver en manipulator die aan de lezer subtiel een narratief oplegt die het boek verder zal volgen en herkennen. Opnieuw kan hier de kritiek gegeven worden dat het maar een interpretatie is en bovendien een die een heel selectieve lezing van de realiteit geeft. Tezelfdertijd kan evenmin ontkend worden dat Baricco wel degelijk een punt heeft wanneer hij ondermeer de ontwikkeling van het wereldwijde web omschrijft en becommentarieert en hoe hierbij een nieuw type mens ontstaat, een die meer verbonden is met anderen en daardoor ook een vrijheid kent die hem lang ontzegd was.

Dat in de eerste hoogdagen en ontwikkeling van de digitale wereld een optimisme ontstond waarbij eenieder het gevoel had dat de toekomst wijd open lag, is een publiek geheim. Onder meer Tim Berners-Lee, vader van het wereldwijde web vroeg nooit een patent aan net omdat volgens hem informatie vrij behoorde te zijn. De eerste generatie ‘techneuten’ waren computerwetenschappers en ingenieurs die een vorm van anarchisme aanhingen en de ‘elite’ buiten spel zette. Het uitschakelen van tussenpersonen kende echter ook bepaalde nadelen. Zo mag de vraag gesteld worden in welke mate het zakenmodel van Amazon niet vooral steunt op uitbuiting van haar personeel veeleer dan haar ‘uitgebreide’ winkel en zijn er langzamerhand nieuwe elites ontstaan (de ‘Zuckerbergs’ van deze wereld) die weinig tot geen rekenschap af te leggen hebben.

Baricco gaat hier veeleer vluchtig aan voorbij (al wijdt hij wel de nodige pagina’s aan de tegenbeweging die ontstaan is vanuit de pioniers van de digitale revolutie) daar zijn verhaal zich in de eerste plaats richt op de gebruiker en het ontstaan van een digitale wereld die steeds meer naast de ‘bestaande’ wereld komt te staan als een gelijkwaardige dimensie. Het is een prikkelende gedachte die hij hier ontwikkelt waarbij het web zelf niet eens meer een rol lijkt te spelen in een tijdperk waarbij apps steeds meer functies overnemen. In essentie tracht hij met The Game aan te tonen dat er een nieuwe wereld ontstond/ontdekt werd waarna die eerst gekoloniseerd en daarna eigen gemaakt werd door bewoners (onder andere millennials) die nooit een bestaan zonder deze parallelwereld gekend hebben.

Alessandro Baricco is geen filosoof of cultuursocioloog pur sang maar bovenal een (invloedrijk) schrijver die niet vies is om zijn gedachten om de pakweg tien jaar over een veranderende maatschappij te poneren. Daarbij durft hij weliswaar al eens uit de bocht te gaan of een oversimplificatie te maken maar brengt hij ook een frisse en nieuwe blik mee, een die als auteur in belangrijke mate bepaald is door het narratief. Dat laatste, het verhaalaspect, maakt ook van The Game boeiende lectuur. Baricco weet een met feiten onderbouwd verhaal te brengen dat parallellen met de ‘bestaande’ wereld trekt en ankerpunten en vergelijkingen op een manier verheldert die het plaatje laat kloppen. The Game is niet het definitieve boek over de digitale revolutie die de voorbije decennia steeds meer impact op ieders leven kreeg, maar het is wel een intrigerende reflectie die alvast een deel van het verhaal vat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in