DIT WAS 2019: Bjørn Berge :: “Noorwegen heeft een regering die cultuur heel belangrijk vindt: elk dorp, hoe klein ook, heeft een plaats waar culturele evenementen plaatsvinden”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2019. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wier plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

Vijf jaar, tien maanden en vijfentwintig dagen. Zo lang was het geleden dat de Belgische fans van Bjørn Berge hem nog eens aan het werk konden zien, die 13de september 2019. Het lijkt een eeuwigheid, maar in die eeuwigheid heeft de Noor niet stilgezeten: hij tourde zijn thuisland binnenstebuiten met de Noorse folkgroep Vamp, tot hij besefte dat hij het solo optreden toch wat begon te missen. 2019 werd dus het jaar van de comeback!

Maar, hoe kwam hij erbij om zijn akoestische gitaren aan de wilgen te hangen?

Bjørn Berge: “Het was niet echt een bewuste beslissing, maar meer een opportuniteit die ik eigenlijk niet mocht laten liggen. Het was eerder een pauze, even weg van het leven dat ik al 15 jaar leidde. Het was tijd voor verandering, al jaren volgde mijn leven hetzelfde scenario: een album opnemen en uitbrengen, door Europa touren, een volgend album opnemen, uitbrengen, touren, enz. Die routine breken leek een goed idee, niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn publiek. Begrijp me niet verkeerd, ik deed het met volle goesting, maar nog eens optreden in Brussel, Amsterdam of Parijs, op den duur wordt dat een gewoonte die niet bevorderlijk is voor de creativiteit. Bij Vamp kreeg ik de kans om in mijn thuisland te blijven, wat zeker meespeelde in mijn beslissing. Ik ben wel blij dat ik toegehapt heb, ook al had ik enkele maanden nodig om alles op een rijtje te zetten. Maar ik vermoed dat ik anders spijt zou hebben gehad. Het is wel grappig: ik dacht dat ik al overal geweest was in Noorwegen, maar ik heb op plaatsen opgetreden waar ik begot niet wist dat je er kon optreden. Zo was er dat ene concert in het nationaal park Jotunheimen: het publiek moest 2 uur stappen, want onder normale omstandigheden komen daar geen auto’s. Maar na een tijdje begon het toch te knagen, want als ik als soloartiest nog iets wilde bereiken, dan mocht ik niet lang meer wachten. Het publiek is nu eenmaal vergeetachtig.”

enola: Wat heeft je tijd bij Vamp je bijgebracht?

Berge: “Echt nieuw was het niet voor mij, want lang geleden heb ik ook nog in bands gespeeld. Natuurlijk moet je als nieuweling je plaats in het geheel vinden, en niet alleen muzikaal, want er zitten sterke persoonlijkheden in die groep. Maar omdat ze hun oudere songs wat wilden moderniseren, kwam ik goed van pas (lacht). Wat ik echter wel geleerd heb, is dat muziek die simpel klinkt, niet altijd gemakkelijk te spelen is. Een ordinaire popsong bestaat uit enkele strofes en een refrein. Allemaal in dezelfde toonaard. Niet zo bij Vamp: daar heeft bijna elke vers een andere toonaard, er wordt al eens van mineur naar majeur geswitcht in een lied. Dat was dus wel aanpassen in het begin.”

enola: Heeft het je manier van spelen veranderd?

Berge:Niet echt de manier waarop ik speel, maar ik denk wel dat ik nu een betere gitarist ben. Ik had zelf al gemerkt dat ik al eens wat slordiger speelde, maar nu ben ik veel meer gedisciplineerd, en ritmisch ben ik ook heel wat verbeterd.”

enola: Begin dit jaar kwam “Who Else?” uit, maar als ik me niet vergis, was dat album al eventjes opgenomen. Waarom heb je zo lang gewacht?

Berge: “De opnames vonden inderdaad in 2013 en 2014 plaats, en het was de bedoeling dat die nummers de opvolger van “Mad Fingers Ball” zouden worden. De eerste versie was nog akoestisch, met contrabas en drums, ook al waren de nummers redelijk hard en snel, het waren geen ballads. Maar toen begon ik bij Vamp.”

Toen ik het label liet weten dat ik opnieuw solo ging, wilden ze eerst een nieuw album, zodat het publiek iets nieuws had om naar uit te kijken. En omdat ik die opnames toch nog had liggen, heb ik ze afgewerkt en uitgebracht. De recensies waren niet zo slecht, hoewel een recensent in Noorwegen vond dat de sound nogal ouderwets was. Hij vind dat ik de Noorse Joe Bonamassa moet zijn, maar sorry, dat zie ik helemaal niet zitten. Bonamassa mag dan een goede gitarist en zanger zijn, zijn albums zijn veel te gladjes geproducet, en in mijn ogen eigenlijk te ouderwets.”

Ondertussen ben ik aan een volgend soloalbum aan het werken, het zou goed kunnen dat die nummers meer in de lijn van “Stringmachine” (Berges doorbraakalbum uit 2003) liggen, maar definitief is dat nog niet.”

enola: Als je je zin zou mogen doen, zou je dan meer rockmuziek maken, of toch wat rustigere, folky muziek?

Berge: “Goh, da’s een moeilijke. Als jongere vond ik Bob Dylan echt de max, vooral dan “The Freewheelin’ Bob Dylan”, wat ik nog steeds een topalbum vind. Maar aan de andere kant mag het al eens wat vooruitgaan, vooral live dan. Een festivaloptreden zit anders in elkaar dan een cluboptreden, een song als “Driftin’ Blues” zou op een festival minder passen. De juiste balans tussen rock en folk vinden, dat is mijn taak: soms wil ik wat rustiger spelen, maar ik weet dat de mensen op “Ace of Spades” zitten te wachten, en dat is mijn eigen stomme schuld. Al wil ik niet altijd covers spelen, mijn eigen nummers zijn even belangrijk.”

enola: Waarom nog albums uitbrengen terwijl er nog nauwelijks verkoop is?

Berge: “Het probleem is: als je niks uitbrengt, word je snel vergeten. Dus ook al verkoop je nauwelijks exemplaren van een nieuw album, het is belangrijk om de mensen te laten weten dat je nog actief bent, dat er nieuwe muziek is. Zo blijven ze naar optredens komen, en naar de oudere nummers luisteren, vooral via streaming. Ik heb geluk, ik ben de eigenaar van mijn eigen nummers, en ik besteed de rechten uit aan de platenfirma. Zo wint iedereen bij streaming, ook al gaat het maar om peanuts. De grote platenfirma’s verdienen nog altijd veel geld, maar dan wel voornamelijk via hun back catalogue. Dat was bij Vamp niet anders: de platenfirma verloor geld bij elk nieuw album, maar ze verdienden hun geld met de streaming en de verkoop van de oudere albums.”

Hetzelfde geldt voor touren: het is niet evident voor mij om zowel solo als met de band te spelen, want dat vergt een andere organisatie. Met de band zijn er meer kosten, en vooral in Europa zijn de gages niet meer van die aard om nog veel winst te maken. In Noorwegen is de situatie gelukkig iets beter.”

Er zijn ook nog nauwelijks magazines die over muziek schrijven, ze zijn meer geïnteresseerd in schandalen en reality shows. Op zoek gaan naar interessante muziek en muzikanten staat niet hoog op hun prioriteitenlijst!”

enola: In een vroeger interview vertelde je hoe je op je 40ste besloten had om je muzikale zin te doen, met “Fretwork” als resultaat. Heb je vorig jaar, toen je 50 werd, ook zo’n belofte gemaakt?

Berge:Eigenlijk niet, ik ben al blij dat ik ’s morgens wakker word: heel wat mensen uit mijn omgeving en van mijn generatie zijn ziek, of sterven veel te vroeg, dus ik prijs me gelukkig dat ik nog gezond ben. Maar ik weet dat ik dit wil blijven doen zolang er een publiek is voor mijn muziek. Zodra dat niet meer het geval is, probeer ik wel iets anders. Wat, dat weet ik nog niet (lacht). Maar ik ben wel al volop het volgende jaar aan het plannen. Op voorhand weten waar ik naartoe moet, daar word ik rustig van, en niet weten wat er morgen gaat gebeuren, maakt me nerveus. Dat vond ik ook zo aangenaam bij Vamp, daar wist je altijd waar en wanneer de optredens waren, en in de periode dat we niet optraden, begonnen we het nieuwe album voor te bereiden, nieuwe songs te schrijven, en dan het album op te nemen.”

enola: Noorwegen bulkt van de goede (blues)muzikanten. Hoe komt dat volgens jou?

Berge: “Noren willen altijd de beste zijn in wat ze doen, en dat geldt zeker ook voor muzikanten. Ze zijn uitzonderlijk professioneel ook. Omdat Noorwegen toch een eindje van de VS verwijderd is, speelde een zekere bewondering voor artiesten als Stevie Ray Vaughan, Johnny Winter en Robert Johnson wel mee. We probeerden even goed, zo niet beter te zijn. Ik vermoed dat dat principe ook geldt voor veel bands in Europa, ik denk niet dat ik ooit een echt slechte Europese bluesband gezien heb. Anderzijds heb ik wel een heleboel zogezegd professionele Amerikaanse bands gezien die op geen bal trokken. En wij waren vroeger zo stom, we wilden die zien, “want ze kwamen uit de VS, dus dan moesten ze wel goed zijn”. Terwijl er hier veel betere bands waren. Gelukkig is dat ondertussen veranderd, zeker met mensen als Amund Maarud of Vidar Busk, die iedereen naar huis kunnen spelen. Natuurlijk helpt het wel dat er in Noorwegen veel clubs zijn waar je kan oefenen.”

enola: Dat is me ook al opgevallen: voor zo’n dunbevolkt land hebben jullie wel veel clubs.

Berge:Wij hebben een regering die cultuur heel belangrijk vindt: zo moet elk dorp, hoe klein ook, een plaats hebben waar culturele evenementen kunnen plaatsvinden. We hebben bovendien een afdeling in het ministerie van cultuur die helpt als je bijvoorbeeld een betere technische installatie wilt kopen. Omdat er zoveel clubs zijn, is het voor beginnende groepen heel gemakkelijk om op te treden: je kan elke dag van de week wel ergens terecht, en je kan ook redelijk goed geld verdienen. Noren houden van blues, ze dansen graag, maar aan de andere kant zijn ze ook veeleisend: ze willen niet voor de zoveelste keer “Sweet Home Chicago” of “Mustang Sally” horen. Nee, je moet goed zijn in wat je doet, en liefst nog origineel zijn ook.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − negen =