Emile Bravo :: Hoop in bange dagen 2: De gruwel neemt toe

Begin dit jaar verraste Emile Bravo met Hoop in bange dagen, een Robbedoes-adaptatiewaarbij Robbedoes en Kwabbernoot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Brussel beleven. Hoe van de pot gerukt dat in theorie klinkt, zo geslaagd was het in de praktijk.

Dit tweede volume, dat de ondertitel De gruwel neemt toe meekreeg, pikt de draad op waar die na het eerste deel bleef liggen. Het is de herfst van 1940 en het eerste stof is neergedaald. Het leven in de bezette stad lijkt min of meer in een plooi te vallen. Bij aanvang van het verhaal staat Kwabbernoot, die zijn carrière als journalist bij Le Soir tot een vroegtijdig einde zag komen, op het punt naar Duitsland te vertrekken om er als arbeider in een fabriek aan de slag te gaan.

Robbedoes van zijn kant, bouwt op zijn padvindersmentaliteit. Waar Kwabbernoot, die uiteindelijk de trein naar Duitsland zonder hem laat vertrekken, nogal de neiging heeft het hoofd te laten hangen, vat Robbedoes de koe bij de horens. Beide strategieën blijken overigens geen garantie op succes of op falen. Het is krabben om te overleven en de omgeving waarin dat moet gebeuren, is er eentje waar je jezelf, en je medemens, al eens tegen komt.

Hoe gaat die spreuk ook alweer over das Fressen en die Moral? Waar Kwabbernoot vooral zijn maag gevuld wil zien, is Robbedoes de idealist die vasthoudt aan zijn principes. In de loop van het boek zullen beiden echter, daar door de omstandigheden toe aangezet, van hun standpunt afwijken. Een oorlog doet wat met een mens.

Gedreven door een rechtvaardigheidsgevoel, én aangevuurd door zijn eigen romantische ideaalbeelden, wordt Robbedoes betrokken bij clandestiene activiteiten. Daarbij raakt de jongeman gaandeweg flink wat van zijn naïviteit kwijt. Tegelijk blijkt het cynisme van Kwabbernoot evenmin zo standvastig als aanvankelijk het geval leek.

Beide personages vormen op die manier de verpersoonlijking van de modale stadsbewoner. De gruwel neemt toe krijgt daarbij een universeler karakter: Brussel is niet meer zo herkenbaar en prominent aanwezig als in het eerste deel. Ergens is dat jammer: een stuk van de kracht school immers in het waarachtige decor. Maar mensen als Robbedoes en Kwabbernoot had je in die dagen vast overal: gewone lui, zoals ze genoemd worden, die vooral lijfsbehoud voor og en hebben, maar toch niet te beroerd zijn om zo nu en dan een kleine heldendaad te verrichten.

Was het eerste deel voornamelijk door zijn setting indrukwekkend, waarbij Bravo op indrukwekkende wijze duidelijk maakte dat moeilijke of gevoelige thema’s en populaire strips niet noodzakelijk met elkaar hoeven te vloeken, daar gaat hij nu nog een stap verder. De lezer is gewend aan de setting, net zoals de oorlog voor de personages het nieuwe normaal geworden is. Waar zij door de omstandigheden verder van hun onschuldige zelf verwijderd raken, daar ga je als lezer vanzelf meer mee in het verhaal dat Bravo hier voorschotelt, tot zijn onthutsend einde toe. Er zijn nog twee delen te gaan. Als dit niveau aangehouden wordt, heeft Bravo zich definitief op de kaart gezet als een van de belangrijkste auteurs van Robbedoes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in