Vampire Weekend

18 november 2019 Ancienne Belgique, Brussel

Sinds de vorige plaat heeft Vampire Weekend er vier leden bij gekregen. Toch voelde het maandag in de Ancienne Belgique alsof de groep wat kwijt was. Spontaniteit, om maar iets te zeggen. Omringd door een stel sessiemuzikanten speelde de band bij momenten zo steriel dat je net zo goed het album kon opzetten.

Het begon met een afscheid. Ergens na Modern Vampires Of The City vond Rostam Batmanglij het tijd voor een eigen carrière, Vampire Weekend ging van de weeromstuit even op pauze. Bijna vijf jaar lang bleef de groep in een soort twilight zone hangen, om er pas eind vorige zomer opnieuw uit te komen met een eerste reeks try-outconcerten. De nieuwe line-up die werd onthuld, bleek een grote uitbreiding: om de verdwenen toetsenist te vervangen, had frontman Ezra Koenig maar liefst vier nieuwelingen aangetrokken. In mei van dit jaar volgde dan eindelijk Father Of The Bride, een ambitieus dubbelalbum dat de groep definitief neerzet als van Koenig, en van Koenig alleen. En als zijn songs dan wat meer spierballen nodig hebben dan de overgebleven muzikanten kunnen bieden, dan komen er maar sessiespelers bij.

Al vroeg in de set voel je hoe dit ook dat soort Grote Groep is geworden, die met deze razendsnel uitverkochte AB bewust onder zijn niveau mikte. Dat merk je aan de reuzegrote wereldbol die dreigend boven drummers Chris Tomson en Garrett Ray hangt: die is eerder voor de Vorst Nationaals van deze wereld bedoeld. Allemaal Heel Erg Professioneel, maar ergens wringt het op deze schaal. In de AB moet een groep staan, wil je interactie tussen de muzikanten zien. Vampire Weekend bracht niets van dit alles en gaf een gladde stadionrockshow die nooit onder de lat ging maar ook nooit bezield werd.

En natuurlijk ligt dat ook aan Koening, nog steeds de meest seutige frontman van zijn generatie. Een zanger die in opener “This Life” zo flets en flauw klinkt dat alle pit van het origineel ver zoek is. Hij is niet de man die de band met het publiek zal opzoeken – zelfs als hij in de bisronde verzoeknummers in ontvangst neemt, voel je de ongemakkelijkheid – of zich zal ontpoppen tot volksmenner. Gelukkig is er gitarist Brian Jones, wiens enthousiasme ruimschoots dat van de andere muzikanten samen overstijgt. Hij is het soort type dat graag zijn vingervlugheid laat zien, maar hij kan het op zijn pastelroze instrument zonder snoeven; spelplezier primeert.

Het wordt ondertussen gelukkig ook beter. Het nieuwe “Sympathy” knalt potig uit de boxen, voor “Bambina” gaat het gezelschap aan het stoeien met flamenco-klaphandjes; het is zo Vampire Weekend als Vampire Weekend kan zijn. En nog meer powerplay: een razendsnel gespeeld “Finger Back” en een “Bryn” waar de dubbele drums extra peper in steken. Tussendoor krijgen we met “Cape Cod Kwassa Kwassa” een eerste oudje: even opwarmen voor wat straks zal volgen.

En toch zit het niet helemaal lekker. In “Step” mis je hoe Batmanglij een nummer al eens iets te nodeloos complex maakte, desnoods door een flard Bach te citeren. Deze verzameling degelijke muzikanten wil op een andere manier epateren. Door een song eindeloos uit te rekken bijvoorbeeld, zoals in “Sunflower”, dat een old school hardrockcoda meekrijgt. Het is overbodig, en al dat “Stoneflower”-gedoe benadrukt vooral dat Vampire Weekend niet voor dat soort psychedelica is gemaakt. Ook “Stranger” – op papier een geweldig popnummer – blijft langer dan welkom. Had iemand die outro besteld? We dachten het niet.

Was het ook mooi? Aanstekelijk? Geweldig? Ja hoor. Het laatste half uur van de reguliere set begint met het dansend pianootje van een euforisch meegezongen “Harmony Hall”. En dan mag het blik hits open en blijken al die extra muzikanten niet nodig om het snedige “A Punk” of een al even pittig “Cousins” zijn oude magie terug te geven. Het laatste woord is aan “Jokerman”, een puike Dylancover die Vampire Weekend even eighties laat klinken als Baawb het in dat decennium bedoelde, maar ook dit nummer wordt nodeloos uitgesponnen. Weer een outro – wat is dit? Fucking progrock?

Zoals gezegd, bestaat de bisronde voornamelijk uit ongemakkelijk aangenomen verzoekjes. “M79” – dat met de Bachknipoog – is een evidente waarvan het strijkersbreakje triomfantelijk klinkt. “Diplomat’s Son”? Dat ziet Koening dan weer minder zitten. “Veel te lang. We spelen het tot het eerste refrein.” En hij beatboxt de intro tot het hele publiek meedoet. Het thema van Seinfeld? Hop. En dan “Mansard Roof” – “A short one! I appreciate that” De eindspurt bestaat uit het publieksfavorietje “Ottoman” en een razend gebracht “Walcott”.

Voor een goed begrip: dit was een goed concert. Zoals Céline Dion in Las Vegas ook elke avond goed was, en Elton John ook nooit ontgoochelt. We herhalen: Vampire Weekend is onderweg een echt grote naam te worden. Maar het wordt wel minder en minder band. En dat was maandag toch wat jammer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in