Cunts :: Cunts

Als je als bandnaam voor Cunts kiest, kan je er prat op gaan dat de bandleden niet meteen op enig compromis gericht zijn, en zal het evenmin verbazen dat de groep in kwestie uitpakt met vileine punk.

Hoewel de band pas begin vorig jaar het levenslicht zag, heeft het vijftal al heel wat kilometers op de teller in de punkscene van Los Angeles. Zanger Matt Cronk speelt ook bij Qui (waarvan ex-Jesus Lizard David Yow een tijd deel uitmaakte) en gitarist — en meest bekende naam van het gezelschap —  Michael Crain was de voorbije twee decennia actief bij bands als Detox en de hardcore supergroep Dead Cross. Drummer Kevin Avery speelde ook bij Detox, terwijl tweede gitarist Sterling Riley en bassist Keith Hendriksen bij respectievelijk Hepa.Titus en Virginia Reed actief waren. Toch voelt Cunts nergens als een inderhaast bij elkaar gekomen supergroep aan. Integendeel, Cunts voelt aan als een debuut van een band die klaar staat om de wereld te veroveren. Of dat althans toch te proberen. 

Dat de band terechtkwam op Mike Pattons Ipecac label mag, gezien de voorgeschiedenis van verschillende bandleden met het label, geen verrassing heten. Overigens heeft de band in Los Angeles in die korte periode al een hele livereputatie opgebouwd met z’n energieke, nietsontziende en bij momenten zelfs fysiek geladen optredens. De band spiegelt zich naar eigen zeggen aan de intensiteit en ongecontroleerde chaos van bands als Die Kreuzen, Cows en The Jesus Lizard. Al verloopt de release van hun titelloze studioalbum wel in mineur, nadat bij gitarist Michael Crain na een routineoperatie huidkanker vastgesteld werd, waarvoor hij momenteel een behandeling dient te ondergaan. 

Cunts begint meteen zoals het hoort: met een knoert van een binnenkomer. “Ass To Grind” — het is geen band die het van subtiliteit moet hebben — begint met opzwepende drums, waarna de vlammende riffs het vuur helemaal aan de lont steken. Maar ook de daaropvolgende nummers zijn splinterbommetjes. “Dying To Hit” raast voorbij, terwijl Cronk de tekst bijna uitspuwt. Ook “A Hero’s Welcome” komt met zo’n punch binnen dat het even naar adem happen is. De band weet ook kleine tempowisseling (zacht-hard, snel-traag) op gepaste tijden in de nummers te verwerken om zo de eentonigheid te breken. 

Het meest opvallend is ongetwijfeld de cover van Tom Waits’ “Jesus Gonna Be Here”. Klinkt dat in de originele versie als gospel van een hondsdolle predikant, dan is het hier een hondsdolle predikant op speed. Want dat is Cunts op de beste momenten: een band die muziek brengt die als een linkse directe aankomt. “He’s A Lady” klokt af op minder dan twee minuten, maar heeft attitude en riffs te over. Ziedende nummers als “Supervised Visits” en “Fail At Failure” roepen dan weer herinneringen op aan de hardcore van Black Flag. 

Toch is Cunts geen voltreffer over de hele lijn geworden. Niet dat de band helemaal de mist in gaat — verre van zelfs — maar een nummer als “You Should See My Dad’s” klinkt wat repetitief en gewoontjes in vergelijking met andere nummers. Het duo “Cholos On Acid” en “Cholos on PCP” klinkt te rommelig om indruk te maken, en “Fuck You For Your Service” toont waarom een goeie punksong beter niet te ver over de grens van drie minuten gaat. 

Maar laat ons duidelijk zijn: Cunts voelt als een welgemikte fleem in het gezicht. En in dit geval is dat een compliment. 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in