Elbow :: Giants Of All Sizes

In tijden van politieke mayhem en sociaal nihilisme is er gelukkig nog de liefde, mijmerde Guy Garvey op het troostende, minzame Little Fictions. Maar wanneer de dood ook nog eens in het rond begint te stampen, wat dan? Vechten tegen cynisme en schoonheid proberen te zoeken in grilligheid, luidt het op opvolger Giants Of All Sizes. Al is het tegen beter weten in.

Op de afgelopen platen was Guy Garvey de troostende lad in je vriendenkring die alle sores in hoofd en hart wel even kon oplossen met een extra pint, troostend woord of knuffel en een oneliner die je op een t-shirt kon laten drukken om de volgende dag toch ietwat met de rug recht de deur uit te kunnen, het leven in. En dat werd gevierd op concerten die een feest van verbondenheid werden, een denkbeeldige polonaise van gevoelens. Zonder confetti, maar onder een dansende regen van zalvende noten.

Alleen was dat een trucje geworden van de sad captains. Build A Rocket Boys, The Taking Off And Landing Of Everything en Little Fictions zijn platen die Dirk De Wachter ongetwijfeld zal aanraden en die elke life coach nog overbodiger maakt dan ze al zijn, maar Guy Garvey werd teveel die ene vriend die telkens hetzelfde zegt op elk probleem en dan maar drie pinten extra bestelt als hij het antwoord op diepere vragen schuldig moet blijven. No offence aan de vrienden die zich aangesproken voelen, die pinten smaken altijd.

Maar op Giants Of All Sizes lijkt het alsof Garvey ook nog eens dóórpraat, voor het eerst sinds scharnieralbum The Seldom Seen Kid, dat cynisch genoeg ook aan de dood van een BFF van de band was gewijd. Hardnekkig cliché, dat geluk zelden de boeiendste platen oproept, maar rouw des te meer. Maar ook nu wordt het bewaarheid. Garvey levert tekstuele pareltjes af, zoals in openings- en sleutelnummer “Dexter And Sinister”, waarin hij de Brexit (“Unstuck and the whole archipelago is rocking like a suicide pedalo at high tide”) koppelt aan deze asociale tijden (“faith free, hope free, charity free days”) en persoonlijk verlies (“Loss is a part of a life this long / And I don’t know Jesus anymore”). Van hetzelfde laken een pak is “Empires”.

Beide tracks kennen dan ook nog eens een randje en grilligheid die aan de eerste drie platen doet terugdenken. Een verademing. De band heeft voor een andere aanpak gekozen tijdens schrijven en opnemen, meer vanuit de song zélf. Het verijdelt de behaagzucht waar de groep in was beland. Synths en ritmesectie schuren, gitaarlicks zijn ruw als een kattentong, refreinen zwellen niet aan. Het zal hun naam niet weer groter op de festivalaffiches laten drukken volgend jaar, maar Garvey lost ook dat wel op met een glimlach en een pint.

Wanneer strijkers hun intrede doen, is dat op een zowaar balorige manier, zoals in het hoekige “The Delayed 3:15”, waardoor het nummer peper krijgt in plaats van een kwak honing. Want dat kennen we ondertussen. Als het dan toch gebeurt, is het effect meteen totaal, zoals in het bloedmooie afscheid van een vriend, “My Trouble”. Het is een van de mooiste songs van Elbow dit decennium. Meteen mee op het podium: “Seven Veils” en slotnummer “Weightless”, die beide ook de sluier van rouw over zich gedrapeerd weten. Beide nummers drijven op een onderhuidse onrust, waar de zalvende melodieën en vocale omhelzing van Garvey veel beter tegen uitkomen dan in de over de hele lijn zalvende nummers van de vorige drie platen. Elbow klinkt niet langer louter mooi.

Zulke nummers steken mooi af tegen het wispelturige en uit boosheid opgetrokken “White Noise White Heat”, waarin Garvey de schande van de Tower Of London-brand hekelt – of beter, de maatschappij waarin zoiets zomaar kan gebeuren. Ook hier dienen de orkestraties niet om te zalven, maar om te slaan. Hoewel de band Giants Of All Sizes absoluut als één geheel ziet, en daarvoor zelfs een speciale versie liet maken met alle nummers tot één lange track samengeklit, komt deze plaat verbrokkelder over. “Doldrums” overstijgt het niveau van de vingeroefening niet, de elektronica van “On Deronda Road” valt plat tussen twee nieuwe essentiële Elbowsongs.

Dus al overstijgt het experiment soms de song, het doet deugd Elbow nog eens te hóren experimenteren. Lelijker moet het allemaal niet worden maatschappelijk, laat staan politiek, maar als Elbow er zulke platen uit kan puren is er altijd nog een beetje troost. En het mooie is: Elbow moet er niet troostend voor klinken. Want geef toe: de beste vrienden zijn toch diegene die onverbloemd de waarheid zeggen in plaats van zich uit te putten in behaagzuchtige troostende woorden, toch? Laat Giants Of All Sizes dan maar uw vriend zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in