Adriaan De Roover :: “Misschien is het oké als de muziek nergens naartoe gaat”

Drie jaar heeft Adriaan De Roover, die de naam Oaktree ondertussen van zich af schudde, erover gedaan om met een debuutplaat naar buiten te treden. Maar Leaves was het wachten meer dan waard. Niettemin, tekst en uitleg, graag!

enola: Dust is nu drie jaar oud. Wat heb je in de tussentijd zoal uitgespookt?

Adriaan De Roover: “Veel opgetreden. En mijn tijd genomen om aan muziek te werken zonder druk, zonder te veel te focussen op wat het moest worden. Zoeken en prutsen. Ik heb muziek gemaakt voor installaties, voor een dansvoorstelling en andere losse projecten.”

enola: Hebben die projecten ook hun sporen achtergelaten?

De Roover: “Eigenlijk wel. Onbewust leer ik gewoon heel veel uit muziek maken voor anderen. Ik kan experimenteren met iets nieuws, of dat nu voor een video of voor een installatie is. Je denkt niet na over jezelf, maar in functie van iemand of iets anders. En toch haal je daar iets uit. Dat is supertof. Zelden heb ik iets gedaan waar ik niet ook iets van mezelf in heb gestoken. Ik moet dat kunnen doen. Ik word gewoon heel droevig van iets hol te maken, waar niets van mezelf in zit.”

enola: In de perceptie van mensen is drie jaar misschien wel lang, maar voelt dat voor jou ook zo aan?

De Roover: “Op een bepaalde manier wel. Er zijn dingen veranderd. Ik heb drie jaar van alles gedaan, maar ben met niets naar buiten getreden, heb een tijd niet opgetreden. Dan kies ik er ook nog eens voor om mijn muziek plots onder eigen naam te maken, in een andere vorm live te spelen, en om mijn plaat zelf uit te brengen in plaats van op een label… Dat zijn keuzes die je maakt omdat je zoveel tijd hebt gehad om na te denken. Ik ben blij dat ik mijn tijd heb genomen. Ik moet niet heel groot zijn, ik voel er misschien meer voor om tot het einde van mijn leven om de vijf of tien jaar een plaat te maken. In die zin voelt het wel goed dingen traag te doen. Ik werk ook gewoon supertraag. (lacht)”

enola: Deze keer was er bovendien geen externe druk van een label.

De Roover: “Ik moet zeggen dat er bij PiaS zowel qua timing als inhoudelijk ook geen druk was, hoor. Ze hebben me altijd heel vrij gelaten.”

enola: Je zei dat je het nu wel onder een nieuwe vorm doet, onder je eigen naam.

De Roover: “Het is niet dat ik op een of andere manier wou breken met vroeger of dat ik me anders wil profileren, of iemand nieuw wil zijn. Maar het geeft me gewoon een goed gevoel dit onder mijn eigen naam te doen. Waarom zou je een soort van brand verzinnen voor de muziek die je maakt? Ik moet geen merk zijn.”

enola: Hoe kijk je dan nu terug op die oudere jaren? Als een zoekende periode?

De Roover “Het zou leuk zijn op een bepaald moment te kunnen zeggen: “dit is het”. Maar ik veronderstel dat ik tot mijn tachtigste in een zoekende periode zal zitten. Het is gewoon één lijn die kronkelt, en die Oaktree-jaren zijn daar één deeltje van. Het is niet dat ik andere muziek ben beginnen maken. Het was eerder toen de plaat bijna uit was dat ik dacht: oké, ik breng het onder mijn eigen naam uit.”

enola: Ben je in die drie jaar ook als persoon veranderd?

De Roover: “Ik ben wel ouder geworden en er is duidelijk een voor en na Dust. Je maakt dingen mee, er is ook een vriend gestorven in die periode. Dat verandert je uiteraard.”

enola: Ben je ook als luisteraar heel veel gegroeid?

De Roover: “Zeker, dat vind ik ook confronterend. Er is muziek die ik vroeger heel goed vond, zoals bepaalde clubdingen, die ik nu echt niet meer zo trek. Hetzelfde met die peaceful piano-toestanden: 1 procent vind ik prachtig, maar van de rest heb mijn buik vol. Het is zo’n gevaarlijk genre. Op een gegeven moment wordt het precies toch meer de verpakking van een gevoel, een comfortabel strelen. Dat wil je toch niet.”

enola: Maar je bent wel door die pianomuziek beïnvloed?

De Roover: “Ik hou van de klanken en er bestaan prachtige stukken. Maar dat behaagzuchtige, daar heb ik het moeilijk mee. Mensen noemen mijn muziek soms ambient. Maar wat betekent dat? Ik associeer ambient nogal met muziek voor op de achtergrond, Music for Airports, waar iedereen zich veilig bij voelt. Ik zie mijn muziek zo niet. Er moet iets zijn dat wringt.”

enola: Als ik een woord op Leaves zou moeten kleven, is het onrust. Er gebeurt veel onderhuids.

De Roover: “Het is een gevecht, die rust en onrust. Het trekt elkaar constant uit balans, en dat zoek ik wel op. Het voelt eerlijk zo.”

enola: “Helena” slingert bijvoorbeeld wat heen en weer?

De Roover: “Die balans verkennen en verstoren, dat gebeurt vanzelf. En ik vind “Helena” dan nog één van de nummers die het minst slingeren. Ik vind het gewoon moeilijk op één sfeer te focussen. Het mag ook grijs zijn.”

enola: Spanningsbogen zoals in “Arthropoda”, ben je daar meer in gegroeid?

De Roover: “Dat heeft misschien wel te maken met die installaties. Ik durf daar nu verder in te gaan. Misschien is het wel oké als dingen te lang duren. Door je tijd te nemen krijgen kleinere momenten ook hun impact en plek. Dat vertrouwen heb ik meer dan vroeger. De vorm mag minder duidelijk zijn.”

enola: Zeker “Cocoon” heeft iets schetsachtig, een improvisatie-achtig gevoel?

De Roover: “Ik vind het tof dat je dat zegt. Ik wil mijn muziek niet te veel in een bepaalde vorm duwen. Het zijn geen blinkende songs, ontworpen om in je hoofd te blijven hangen. Ik heb geprobeerd het ruwe en naïeve erin te laten. Dat voelt echter en eerlijker.”

enola: Het lijkt me wel moeilijk om dat toch los te laten als je geïsoleerd van achter een computer werkt?

De Roover: “In programma’s als Ableton moet je een omweg vinden om dingen spontaan, los van de grid, of vals te laten klinken. Het is ontworpen om het omgekeerde te doen. Maar misschien is het leuk als dingen op een bepaalde manier wat slecht geproducete klinken, of vals? Misschien zit daar een deel van de emotie? Ik denk dat ik liever heb dat de schoonheid komt van iets waar je de twijfel nog in hoort. Maar ik weet ook niet of mensen geïnteresseerd zijn om naar iemand te luisteren die twijfelt.”

enola: Pak je het live daarom ook wat bescheidener aan, van vijf naar twee muzikanten?

De Roover: “De bezetting met vijf was een ander gegeven. Dat was zalig om te doen en ik ben trots op wat we met vijf deden. Ik heb er ook veel aan te danken. Maar het is spannend om nu iets anders te doen. Als je met vijf communiceert moeten structuren en partituren duidelijker benoemd worden. Ik vind het wel tof dat de dingen nu opener zijn. ”

enola: Mis je als je alleen opneemt nooit de dynamiek van een groep?

De Roover: “Opnemen en live spelen zijn heel aparte werelden voor mij. Ik ben ook geen supervirtuoze muzikant. Ik ben veel bezig met prutsen, met klank. Heel kleine dingen die niemand hoort, daar verlies ik mij uren in. En ik vind dat zalig. Maar in een groep voel je je dan al snel gehandicapt. Ik heb het gewoon nodig om dat supertraag op mezelf te werken, laagje per laagje te ontdekken, en dan een soort collage te maken.”

enola: Heb je Leaves weer in afzondering in de Ardennen gemaakt?

De Roover: “Ja, of toch voor het grootste deel. Ik ben heel snel afgeleid, maar zo volledig afgezonderd kan ik wél tien dagen superproductief zijn. Je zit in een cocon, en praat met niemand anders dan jezelf. Ik vind daar een extreme rust in. Dan kan ik lezen, nadenken. Je krijgt geen impulsen, buiten super kleine en simpele dingen. Koffie zetten wordt er plots een activiteit.”

enola: Als je dan samenwerkt met iemand als David Poltrock, zit je dan met twee in zo’n soort bubbel?

De Roover: “Dat is een andere dynamiek. Je zit wel in een vibe, maar minder extreem dan als je alleen werkt. Dat echt verdwijnen in muziek, dat is toch vooral als ik op mezelf ben. Als je met iemand anders muziek aan het maken bent, wordt het snel praktisch. Wat ook supergoed is hé: dat houdt je scherp en wakker en doelgericht, en dat is echt ongelofelijk. Het was echt een verademing om samen met David zo snel aan dingen te werken. Je kan niets over alles twijfelen dan. En ik ben even trots op die muziek. Technisch en muzikaal leer je daar ook zoveel uit. Maar op mezelf gaat het allemaal wel veel langzamer.”

enola: Hoe inspireert Antwerpen je?

De Roover: “Ik krijg hier totaal andere prikkels, en ik vind het heel tof hier te wonen. Er gebeuren veel coole dingen. Het gevoel alleen al dat alles hier beweegt, er achter elke hoek iets is, zelfs al pik je er maar enkel een flyer van op, dat inspireert me gigantisch. In een stad wonen geeft mij ook wel een bepaalde onrust. Ik denk dat ik later wel terug naar mijn geboortedorp wil. Maar ik heb misschien een veel te romantisch beeld van het platteland of de bossen, want als je daar woont neemt het praktische waarschijnlijk ook snel weer de bovenhand. Ik vraag mij af of ik daar dan effectief veel meer de tijd zou vinden om aan muziek te werken, of dat ik gewoon een soort rust projecteer op die bomen. (lacht)”

enola: Welke plaats heeft dj-en nog in je leven?

De Roover: “Dat weet ik zelf niet meer eigenlijk. Het is superleuk om te doen en ik heb daar zalige avonden en nachten mee beleefd. Maar op een gegeven moment haalde ik er geen inspiratie meer uit. Ik maakte het niet spannend. Er zijn mensen die dat veel beter doen. In een donker kot ergens draaien ’s nachts is supertof, maar je moet wel iets proberen vertellen. Als ik weet wat, krijgt het misschien weer een plek.”

enola: Vroeger zei je nog dat je met één been in de club en met één been in de sfeermuziek stond, maar nu zit je echt in tweede?

De Roover: “Ik denk het wel, ja.”

enola: Zie je jezelf iets als “A Piece For Thomas” – een heel ambient stuk, dus zeg maar het andere uiterste – ooit een hele plaat volhouden?

De Roover: “Misschien moet ik dat eens doen. Een plaat met nummers die twintig minuten duren en waarin ik niet per sé dingen heel de tijd wil verstoren.”

enola: Denk je echt dat je altijd een stoorzender nodig hebt?

De Roover: “Misschien wel. Het mag gewoon geen holle behaagzucht worden. Hoewel. Misschien…”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in