My Extraordinary Summer with Tess (Mijn Bijzonder Rare Week met Tess)

Over jeugdfilms wordt wel eens beweerd dat het ok is om bepaalde tekortkomingen door de vingers te zien aangezien ze bedoeld zijn voor een jong publiek dat niet zo veel belang hecht aan die dingen. Die stelling zou inhouden dat jeugdfilms een ander ‘soort’ cinema zijn en dus de essentiële kracht van het medium mogen ontberen. Die benadering wordt meestal aangewend om slechte films goed te praten en wordt volledig ontkracht door (onder een internationale Engelse titel uitgebracht) My Extraordinary Summer with Tess dat er verbazend goed in slaagt om het boek van Anna Woltz zowel verhalend als cinematografisch op overtuigende wijze naar het scherm te vertalen.

De film opent met een knap drone-shot (het eerste van vele) waarin de jonge Sam ons wordt geïntroduceerd, liggend in een diepe kuil op het strand op Nederlandse eiland Ter Schelling, waar hij met zijn familie op vakantie is. De scène brengt ook meteen Sams wat vreemde obsessie aan met ‘alleen zijn’ – hij is er immers van overtuigd dat aangezien hij als jongste iedereen uit zijn gezin zal overleven, hij beter zichzelf al voorbereid op eenzaam achterblijven. De kuil waarin we hem bij de start zien liggen, zorgt er vervolgens voor dat zijn broer een enkel breekt en Sam er dus de rest van de vakantie noodgedwongen alleen op uittrekt. Hij leert Tess kennen, een meisje dat op het eiland woont en raakt betrokken bij haar speurtocht naar haar biologische vader die ze nooit gekend heeft.

Het literaire werk van Anna Woltz ligt in de lijn van de grote traditie van Nederlandstalige jeugdliteratuur zoals het werk van wijlen Thea Beckman: ze weet complexe emoties en verhalen op een heldere wijze op te bouwen voor een jeugdig publiek, zonder dat publiek te betuttelen. De film slaagt er in om die thema’s ook te bewaren en te respecteren: de problemen waar Sam en Tess mee worstelen dienen niet als voer voor flauwe ongein of gemakzuchtige levenslesjes, iets waar veel films in deze nichemarkt zich nodeloos aan bezondigen. Regisseur Steven Wouterlood verdiende zijn sporen voornamelijk met televisiewerk en bewees al met zijn regiewerk voor episodes van de reeks Alleen op de Wereld dat hij in staat is drama, sentiment, verhaal en filmisch vernuft, op sterke wijze te combineren.

Eveneens een alumnus van dat televisiewerk is DOP Sal Kroonenberg, die hier bijzonder fraai werk aflevert. Het licht eigen aan de noordelijke Nederlandse eilanden is prominent aanwezig en er hangt – mede omdat de landschappen vaak een beetje akelig leeg zijn – een sfeer van verstilling en contemplatie over My Extraordinary Summer with Tess die het materiaal de nodige ruimte geeft om te ademen. Af en toe vergaloppeert de film zich en vervallen sommige momenten in gemakzuchtige mooifilmerij, maar voor het overgrote deel is dit een schoolvoorbeeld van een literaire adaptatie die tekst en boek ook echt in cinematografische termen vertaalt.

Het is die combinatie – respect voor de geest van het bronmateriaal uit een ander medium, het uitdiepen van verschillende thematische lagen en een sterke vertaling naar filmische termen – die van My Extraordinary Summer with Tess veel meer maken dan een snel ingeblikt niemendalletje dat louter mikt op de naamsbekendheid van het boek. Dat levert geen meesterwerk op, maar in ieder geval wel een welkome andere stem in het grotendeels door lawaaierig jeugdentertainment bevolkte landschap van de multiplexen waarin ondingen als Playmobil: The Movie helaas dominant zijn aan de kassa.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in