Matana Roberts :: Coin Coin Chapter Four: Memphis

Het duurde even – Chapter Three: river run thee is intussen alweer vier jaar oud -, maar Matana Roberts heeft de draad van haar Coin Coin-cyclus onlangs weer opgepikt. Hoofdstuk vier pegelt je niet achterover zoals het eerste deel dat deed (daar zaten die rauwe emotie en primal scream-therapie ongetwijfeld voor iets tussen), maar klinkt wel meteen herkenbaar: dit is de wereld van Matana Roberts, waarin folklore, geschiedschrijving, genereuze genrevermenging en hedendaagse collagekunst hand in hand blijven lopen.

Voor dit nieuwe hoofdstuk, deels gebaseerd op ene ‘Liddie’, een vage voorouder van Roberts wiens leven hier cryptisch verweven wordt door de muziek, deed Roberts beroep op een alweer een nieuwe band (river run thee was nog een solo-aangelegenheid). Met Hannah Marcus (gitaar, fiddle, accordeon), Sam Shalabi (gitaar, oud), Nicolas Caloia (contrabas) en Ryan Sawyer (drums, vibrafoon, mondharp, bellen) beschikt ze over een line-up waarmee ze tegen klassieke freejazz kan aanschurken. Ze doet dat met haar uitbundige zingende altsax regelmatig in een expressieve hoofdrol, maar ze kan net zo goed andere richtingen uitschieten. Dat hier ook nog eens gastbezoeken zijn van volk uit de GY!BE/A Silver Mt. Zion-stal valt er ook aan te horen, net zoals er regelmatig diep in de Amerikaanse rootstraditie gedoken wordt. Niet enkel in die van de blues, maar ook in die van de country, spirituals en work songs.

Net zoals er geen maat staat op de vele invloeden en stijlen die hier geïntegreerd worden, zo ook blijft het totaalpakket iets dat eenvoudige labeling overstijgt. Geschiedenisles en onstuitbare creativiteit gaan hand in hand, waardoor die ambitieuze tochten door een muzikaal en cultureel archief soms iets krijgen van een magisch-realistische wereld die bijna geen begrenzingen kent. Memphis is minder direct en vlammend dan Gens De Couleur Libres, maar het blijft ook een werk dat het individuele koppelt aan het collectieve, en het verhaal van Afro-Amerikanen een stem geeft via een bonte lappendeken van woord, geluid, feit en interpretatie.

Dat leidt ook nu weer tot een suiteachtige aanpak, waarbij de dertien delen soms naadloos in elkaar overvloeien. Dat alles wordt gestuurd door een strakke hand die structuur en vrijheid in evenwicht houdt, muzikaal ruimte inbouwt voor begeesterde ik-verhalen, poëtische beelden en een combinatie van lagenwerking en verbeelding die herinnert aan het oeuvre van uiteenlopende stemmen als Toni Morrison, Ishmael Reed, Joe McPhee, Butch Morris en Kerry James Marshall. Het ene moment zit je nog in een vurig geharrewar met zinderende sax, scheurende trombone en tuimeldrums, maar even later zorgen het kalkoengesnater, stemmenharmonieën en mondharp ervoor dat je je midden in de katoenvelden van het Zuiden waant.

Drone-achtige golven duiken regelmatig op, via instrumenten en stemmen, en creëren een haast voelbare spanning, terwijl de bovengrond voortdurend in beweging blijft. Dat gebeurt via vrije uitweidingen, maar ook weer flarden volksmuziek en regelmatig herkenbare stukken die deel zijn gaan uitmaken van het Amerikaanse canon. Ronduit prachtig hoe W.C. Handy’s “St. Louis Blues” geïntegreerd wordt in het zwalpende “Fit To Be Tied”. Maar nog mooier is de manier waarop “Roll The Old Chariot”, een zeemanslied gebaseerd op een spiritual, in “Her Mighty Waters Run” uitgroeit tot een hoogtepunt via prachtige, soulvolle vocale harmonieën, met Roberts als geïnspireerde voorganger.

Je zou al die onderlinge verschillen, interne en externe referenties tot in detail kunnen uitspitten, maar dat is voer voor scripties, die hopelijk ooit geschreven zullen worden. Laat het voor nu volstaan dat Memphis bulkt van de ideeën en imponeert met een combinatie van sfeer en structuur; vraagstelling en persoonlijke interpretatie; aanklacht en onderzoek; veel gewicht via historische implicaties, maar ook de tederheid van kleine gebaren. Het maakt van de hele cyclus geen hapklare brok, maar dat was gezien de aard van het bij elkaar gebrachte materiaal ook nooit te verwachten.

Nu het parcours voor één derde afgelegd is, met vier delen die allemaal een eigen sfeer en insteek kregen, steekt opnieuw het besef de kop op dat de cyclus goed op weg is om een essentieel document te worden. Coin Coin levert een cruciale bijdrage aan een persoonlijk parcours (met een foto van Roberts grootmoeder langs moederszijde op de hoes), maar ook aan de Afro-Amerikaanse geschiedschrijving en beeldvorming, die nog altijd nood heeft aan auteurs die beschikken over de middelen en de visie om de rijkheid en reikwijdte ervan te verwerken met accuraatheid en artistieke integriteit. De ‘panoramic sound quilting’ van Roberts kan met deze diepgang en variatie alvast een belangrijk verschil maken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in