Filter Festival

31 oktober 2019 Trix, Antwerpen

Bij Trix houden ze al eens van een showcasefestival. We Are Open is al jaren een vaste afspraak om aanstormend Belgisch talent te spotten en sinds vorig jaar wijst Filter u de weg naar de spannendste internationale indie-acts. De tweede editie van dit fijne festival werd er eentje met een paar stevige cafeïneshots, maar helaas ook wel wat slappe koffie.

Hij is één derde Wolf Parade, was voor een groot deel de essentie van Sunset Rubdown en u kunt hem ook kennen als Moonface. Nu Spencer Krug het onder zijn geboortenaam wil maken, is de uitdaging om ook die meer te maken dan een lijn in het bevolkingsregister van het Canadese Vancouver Island. Nochtans is die zoveelste incarnatie, solo achter de piano, misschien een van de meestbelovende van deze kameleon. Al in “The Fog” valt plots – veertien jaar nadat hij met Wolf Parade’s Apologies To The Queen Mary de neus aan het venster stak – op wat voor goeie zanger hij is. Zeker als hij wat dieper gaat, krijg je een man die de dramatische tics van zijn muziek vocaal ook de nodige je-ne-sais-quoi kan meegeven.

Niet dat hij het gemakkelijk maakt. Zoals altijd durven nummers wel eens drie bochten nemen, laat Krug die stem ook rustig alle kanten op schieten, de hoogste en meest theatrale eerst. In “Yesterday’s Fire” bijvoorbeeld, een nummer dat Krug samen met de Finse progrockband Siinai schreef, waarin hij zichzelf helemaal als eigenzinnigaard laat zien, maar ook als de geweldige songschrijver die hij is. Niemand beheerst de kunst van het protserig chicaneren als deze man. Straks, ergens eind januari, verschijnt een nieuwe Wolf Parade. U kunt er maar beter van uit gaan dat Krug ook daar weer in topvorm zal zijn.

De Nederlander Pascal Pinkert maakt al een tijdje naam bij onze noorderburen als Dollkraut. Met dat project verdiept hij zich al een klein decennium in de duistere krochten van de minimal wave en EBM. In mei verscheen het uitstekende album Ghoulia, waarmee Dollkraut vergezeld van een bassist en een drummer de boer op gaat. De bandvorm is een uitstekende zet: de drums en bassen geven de koude, minimalistische synths van Pinkert zowel een menselijk gelaat als een stevige drive. Het trio krijgt ook meteen de dansers mee, die tijdens het handvol nummers (waaronder een onverstaanbare cover van Eefje de Visser) alleen maar in getale toenemen. Dit had best wat langer mogen duren, en wat later op de avond ook. De eerste aangename verrassing van Filter: check!

Een wavefeestje en een country-brawl liggen in Trix maar een vijftigtal meter uit elkaar. De Canadees Orville Peck kwam de “vreemdste snuiter van de avond”-award ophalen in zijn exuberante cowboy-outfit en Lone Ranger-masker met floshkes, waarmee hij in klassieke countrynummers leven en (heren)liefde bezingt. Peck (in het echte leven Daniel Pitout, drummer bij de punkgroep Nu Sensae) identificeert zich als queer artist, waardoor het contrast met de conservatieve country eerder als een parodie aanvoelt, en daar lijkt het ook sterk op. Peck zingt met een Elvis-achtige bariton die duidelijk lager ligt dan zijn eigen stemgeluid, wat erg geforceerd overkomt en van zijn zangprestatie niet meteen een sterkte maakt. Ook zijn hele act voelt vrij onnatuurlijk aan: hij weet nooit goed de balans te houden tussen het mysterie van de gemaskerde artiest en de entertainende muzikant (dat babbeltje met het publiek halverwege de show was gewoon vreemd). Gelukkig kan Peck terugvallen op een ijzersterke backingband die in topvorm is, alsook enkele solide uitgevoerde covers (waaronder een zinderend “Ooh Las Vegas” van Emylou Harris) die deze vrij matige show naar een hoger niveau kunnen tillen. Queer country: er zit iets in, maar dan moet het wel de gimmick overstijgen. We willen maar zeggen: we hebben niet om YMCA geroepen, maar we hebben er wél aan gedacht.

Aaah, Thurston Moore! Het is intussen weeral bijna tien jaar geleden dat Sonic Youth ermee ophield en in die tijd heeft Moore zich helemaal gestort in het experimenteel gitaarwerk dat de grenzen van zijn vorige project helemaal van zich afschudt. Zijn laatste worp Spirit Counsel is opgedeeld in drie afzonderlijke cd’s met daarop drie afzonderlijke werkstukken taaie, moeilijk te doorgronden gitaarmuziek. We wisten dus dat we ons niet aan hapklare popdeuntjes dienden te verwachten. Moore wordt vergezeld van twee andere gitaristen en een drummer die de eerste minuten van het optreden een soundscape maken dat zichzelf na lang opbouwen ontplooit in een repetitieve kraut-drone. Wanneer die echter mooi onder stoom begint te komen, pietert het geheel weer uit in een meanderende klantenbrij. En zo gaat het het hele optreden door. De bij momenten best aangename brokken gitaarmuziek wisselen af met lange, ijle passages gitaargefröbel die al te vaak nergens naar toe leiden. Als luisterstuk is dit al een moeilijke brok, maar in de context van dit festival bijten we op deze passage van de Thurston Moore Group onze tanden helemaal stuk.

Nog zo’n moeilijkdoeners: de kerels van Battles. Begonnen als kwartet, maar intussen nog nog maar een duo, hebben John Stanier en Ian Williams een hoogst eigengereid parcours voor zichzelf uitgestippeld. Hun eigenzinnige en creatieve combinatie van live-instrumenten, loops en allerhande elektronica maakt van Battles een van de meest vooruitstrevende en creatieve muziekacts van het afgelopen decennium. Hun eerste album als tweetal, Juice B Crypts, verscheen een paar weken geleden en is hier nog altijd aan het inzinken. Maar van Battles kan je quasi altijd zeker zijn dat ze op een podium altijd een flink feestje bouwen. Battles is dan ook een liveband pur sang. Toch hebben we een beetje last van knikkende knieën: staat die liveshow er nog, nu er nog maar twee bandleden resteren? En in het begin van de set slaat de schrik ons toch wat om het hart. De eerste nummers, beide van de nieuwe plaat, blinken uit in inventiviteit, maar vallen klankgewijs toch wat mager uit. Die extra gitaar- en basklank die Dave Konopka aan het geluid van Battles toevoegde, blijkt toch moeilijk op te vullen. Maar wanneer het eerste ‘oudje’ in de vorm van “Ice Cream” weerklinkt, blijkt dat euvel wonderwel opgelost te zijn. De rest van de set bestaat hoofdzakelijk uit nieuw werk, met “IZM”,”Live Supper On Shasta”, een uitstekend “Ambulance” en daartussen nog publiekslieveling “Atlas”. En ja hoor, het wordt uiteindelijk nog een dik feestje in Trix. Daar hadden we toch wel héél lang op zitten wachten. Volgend jaar gewoon meer van dat. Kunnen we dat afspreken?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in