Trentemøller :: Obverse

Na in 2016 met Fixion de beste new-waveplaat sinds de jaren ’80 afgeleverd te hebben, zal het benieuwen welk brouwsel klanktovenaar Trentemøller ditmaal in elkaar geflanst heeft. Al snel blijkt dat de jaren ’80 niet helemaal verlaten zijn, al is new wave grotendeels ingeruild voor Blade Runner.

Cover Trentemøller - ObverseHet is koud, donker, het regent en de felgekleurde, knipperende neonreclame pollueert de lucht, van het gelijkvloers tot de hoogste verdiepingen van de hoogste skyscrapers, dat is de sfeer die Obverse oproept. In zo’n desolate setting kan iedereen wel een beetje troost gebruiken, en kijk, die wordt al meteen geleverd door opener “Cold Comfort”, met de delicate stem van niemand minder dan Rachel Goswell als pijnstiller. Nooit een slechte keuze, en al helemaal niet op een nummer dat niet zou misstaan in Slowdives eigen catalogus. De golvende klanktexturen – wat maakt het uit of het nu synthesizers dan wel gitaren met een ton effecten op zijn? – gedrenkt in bakken galm, die enkele noten die seconden lang het geluidsscherm opvullen, het trage, kabbelende gangetje en uiteraard die stem, meer heeft een mens niet nodig om het terug warm te krijgen.

Het acht minuten durende nummer introduceert meteen ook een geweldig misthoorn-achtige klank (u zal hem herkennen als u hem hoort, belooft) dat als een soort personage in verschillende gedaantes doorheen de nummers regelmatig de kop opsteekt. Het is niet zozeer dat Trentemøller specifiek deze ene klank heeft willen uitbuiten, maar eerder dat hij schijnbaar wou experimenteren met climaxen door middel van alles openbarstende blokgolven of tot gruzzelementen overstuurde gitaren. Toppunt hiervan is het eveneens acht minuten durende “Trnt”, dat wat neuzelend op gang komt met veel pulserende klanken links en rechts die komen en gaan, ondersteund door wat als een zwakke hartslag klinkt, om gaandeweg nerveuzer te worden en uiteindelijk te ontaarden in een aanslag oorverdovend gebleir. De eerste keer is het even verschieten. Het nummer zou alles behalve misstaan hebben onder de finale climactische gevechtscene in Blade Runner 2049.

Aan weerszijden van dit instrumentale nummer vinden we twee vocale nummers, “Blue September” en “One Last Kiss to Remember”, die met “Trnt” in hun midden feilloos in elkaar overvloeien en niet alleen een zestien minuten durend ijzersterk drieluik, maar tevens ook meteen het hoogtepunt van het album vormen, mooi halfweg. Datzelfde feilloos overvloeien wil op andere momenten minder goed lukken, en is meteen de grootste struikelblok bij dit werk: het is bijwijlen wat incoherent. Zo past het mijmerende “Church of Trees” sonisch wel bij het geheel, maar zit het er qua sfeer wat naast. Ook had “Sleeper” beter gewerkt als afsluiter dan het nogal kale, naar ambient neigende “Giants” dat uiteindelijk niet zo fantastisch veel weet toe te voegen aan het geheel. “In the Garden” lijkt dan weer een nummer dat Fixion net niet gehaald heeft.

Al bij al valt Obverse dus wat dubbel uit. Sterk materiaal? Check! Geweldige guest vocals? Check! Tot in de puntjes afgeregelde sound? Dubbelcheck! Maar helaas ook minder boeiende passages die de brug vormen tussen de sterkere clusters. Anderzijds, als u deze winter naar kale het noorden moest vertrekken voor een bezoekje aan de kerstman ligt de soundtrack voor uw trip doorheen de druilerige sneeuwvelden alvast klaar. Idem moest u die Hans Zimmer kopie van Vangelis zijn werk maar niets vinden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in