The Slow Show

28 oktober 2019 Botanique, Brussel

“Ik wilde niet langer grote, dramatische verhalen schrijven, maar miniatuurtjes maken. Onze nieuwe plaat moest één landschap zijn”, vertelt frontman Rob Goodwin ons enkele uren voor het optreden van The Slow Show. En zo werd het ook in de Botanique. Anderhalf uur lang was dit de triomf van de handrem, het bewijs dat een redelijk argument even doorslaggevend kan zijn als een wilde emotionele uitbarsting.

Drie jaar is The Slow Show weggeweest. Na twee albums die als wagonnetjes aan elkaar vasthingen, was het tijd voor de stap terug, een evaluatie. Wat goed was, werd behouden, wat beter kon, werd bijgevijld. Lust And Learn bewees aan het gaatje van afgelopen zomer dat je soms moet oppassen dat je niet té veel weg schaaft, maar ook dat deze groep het werken op de millimeter tot in de puntjes beheerst. Na alle gemakkelijke vergelijkingen met The National en Tindersticks vond de band op zijn derde meer en meer een eigen stem. En net als die van Goodwin, is het een die dan wel zijn beperkingen kent; het is wel een héél mooie, zoals die na de instrumentale opener “Amend” plots binnenkomt met dat straffe “Eye To Eye”.

Ja, wat kan die Goodwin een stukje brommen. In vergelijking met de diepe grondtoon die uit de met de aanblik van een koorknaap gezegende Brit komt, slaakt Stuart Staples engelengezang. Het is de kracht én de sterkte van deze zanger tegen wil en dank – niemand anders diende zich aan toen de groep dat zocht: zijn donkere bariton is er een uit de duizend, maar ze is ook maar dat, waardoor eentonigheid altijd op de loer ligt. Dat maakt niet uit in een mooi openingstrio, waarin “Strangers Now” volgt en de band alle tijd neemt om “Dresden” vanuit een koorintro rustig te laten openbloeien.

Dat is dan ook de kracht van The Slow Show: het gezelschap rond Goodwin en toetsenist Fred ’t Kindt kan het kleinste nummer op ongezien trage wijze heel erg groot laten worden, en doet dat ook gráág. Het viertal – aangevuld met trompettiste Lilly Carassik – kan dat zonder het al te armwuiverig of anthemisch te doen klinken, al ligt dat soms ook aan het budget. Want ja, “Hard To Hide” had een betere backing vocaliste kunnen gebruiken dan Carassik, die nauwelijks boven de mix uitkomt. Op zo’n moment voel je dat de band snakt naar een ruimere bezetting, die meer ruimte laat voor authentieke instrumenten, zodat niet alles uit de bakjes van ’t Kindt moet komen. The Slow Show In Symphony? We moeten niet overdrijven; een strijk- of blazerskwartetje zou ons al blij maken. En de triomferende trompet in een bijna lichtvoetig “Vagabond” doet sowieso al wonderen.

The Slow Show-5701

Maar zo  uitbundig is The Slow Show zelden. Hier wordt vooral de kunst van het understatement gehuldigd. Zelfs als het in “Flowers To Burn” een zeldzaam keer écht vooruit gaat, is het nog steeds met de handrem op. “Paint You Like A Rose” is dan weer groots in zijn delicate statigheid; elke klank wordt losgelaten als was het een tere oesterparel die op fluweel wordt neergelegd.

“Low” is dan weer wél de stapvoetse te veel, halverwege de set. Goodwin croont, ’t Kindt pingelt een eind weg, de drums sjokken vermoeid. Dit is The Slow Show in zijn minst aantrekkelijke doen. Dan is de compleet uitgeklede versie – zelfs ’t Kindt krijgt even een plaspauze – van “Lucky You, Lucky Me” indrukwekkender, net als een groots “Losers’s Game”. En natuurlijk mag het brede gebaar dan toch even van de ketting voor een “Bloodline”, dat in een spetterende finale mag openbarsten als niets vanavond al mocht. Het is een trucje dat we onderhand wel kennen van deze groep, hoe hij even gas terugneemt, om daarna met verdubbelde sterkte de eindspurt er uit knalt, maar het blijft werken.

Zoals dat bij wet bepaald is, houdt The Slow Show het beste voor de staart. “Breaks Today” is nog steeds een gemiste Duysterhit, het kleinood “Hopless Town” krijgt een uitgesponnen coda die het een tweede leven geeft. En dan is er “Ordinary Lives”. Voor het eerst horen we ook de elders veel te dienende gitarist Joel Byrne-McCullough helder in de mix. Wat een mooi lijntje blijft dat toch dat hij onder dat geweldige nummer legde! En ook drummer Chris Hough ontketent al zijn duivels, hamert voor één keer waar hij anders netjes tikt en borstelt. De handrem? Die is eindelijk los, en ook dat kan The Slow Show, zo blijkt.

Dit is de derde plaat, was de derde keer Botanique voor de band, en die drie jaar afwezigheid deed duidelijk deugd: in één klap is het publiek verdubbeld van een uitverkochte Rotonde naar een overvolle Orangerie. En hier stopt het waarschijnlijk niet. Geef het nog twee albums en The Slow Show pakt het statige Cirque Royale in.

Straf groepje, dit viertal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in