Rodrigo Amado ‘This Is Our Language’ Quartet

24 oktober 2019 Kunstencentrum nona

Rodrigo Amado heeft intussen z’n weg naar België gevonden. Elf maanden na een passage van z’n Motion Trio tijdens het BRAND!Pt Festival van Kunstencentrum nona staat hij er terug met z’n ‘Amerikaanse’ kwartet. Dat speelde twee sets met die heel eigen combinatie van bedachtzaamheid en woeligheid, maar gooide deze keer wat extra olie op het vuur.

Het helpt natuurlijk dat deze band ook een stevige voorgeschiedenis heeft. Eerste album This Is Our Language werd zeven jaar geleden al opgenomen, maar voor de wortels van dit gezelschap kan je teruggaannaar de vorige eeuw. A Meeting In Chicago uit 1997 bracht Joe McPhee samen met bassist Kent Kessler en Ken Vandermark. Het zou een scharnierplaat worden in de carrière van de veteraan. Eentje die hem een plaatsje bezorgde tussen een nieuwe groep gelijkgezinden met uitlopers tot vandaag. In de eerste helft van het decennium was de man ook regelmatig actief met drummer Chris Corsano. Het leverde drie uitstekende albums op, waarvan de derde (Dream Defenders) trouwens opgenomen werd in België. Amado en Corsano brachten onlangs nog hun eerste duoplaat uit: No Place To Fall. En dan was er nog het trio dat Amado zelf had met Kessler en drummer Paal Nilssen-Love. Des resultaten van die samenwerking vallen te horen op Teatro (2006) en The Abstract Truth (2009).

Rodrigo Amado-JoeMcPhee-Kent Kessler-Chris Corsano-5208
Rodrigo Amado ‘This Is Our Language’ Quartet @ Nona 2019 (Geert Vandepoele)

In ieder geval, genoeg title-dropping, maar het was alleszins voelbaar vanaf de eerste minuut dat je hier te maken had met een even vrij als hecht bewegend ensemble. Wel opvallend: maakte McPhee op This Is Our Language gebruik van altsax en pockettrompet, en op A History Of Nothing van sopraansax en pockettrompet, dan hield hij het nu bij tenorsax, waarmee je dus die relatief ongewone frontlinie van twee tenorsaxen kreeg. Niet dat het daardoor een vernauwing van de actiezone of inspiratie opleverde. Integendeel: misschien viel nu nog meer op dat de twee blazers er zeer verschillende, maar complementaire stijlen op nahouden. McPhee keerde deze keer sterk terug naar zijn freejazzwortels, vaak met lange, melodische uithalen die doordrongen waren van gospel en blues, terwijl Amado’s wortels in de Amerikaanse jazz gestuurd werd door een meer gecontroleerde aanpak die tegelijk ook abstracter aanvoelde.

Bij de Portugees ontstaat thematisch materiaal vaker vanuit staccato aanzetten en kringelende intervalsprongen, die stapsgewijs aan intensiteit winnen. Hij speelt doorgaans vrij melodieus en is spaarzaam met rauwe technieken, maar de uitgetekende lijnen blijven vaak ontglippen, je fluit ze niet zomaar na. Dat is wel anders bij McPhee, wiens weemoedige, maar soms ook opruiende statements vertrouwder klinken. Het zorgde alleszins voor een fascincerende combinatie van stijlen, die erg fraai werd uitgewerkt in een duopassage in de eerste set. Die had trouwens wel wat gemeen met de explorerende, lange bewegingen van het Motion Trio, waarbij het kookpunt doorgaans op afstand (maar toch binnen handbereik) gehouden wordt. 

Rodrigo Amado-JoeMcPhee-Kent Kessler-Chris Corsano-5377
Rodrigo Amado ‘This Is Our Language’ Quartet @ Nona 2019 (Geert Vandepoele)

Alhoewel: de tweede set startte zonder McPhee (een beetje naar analogie met beide albums, die halverwege ook een triostuk hebben), maar ook met een verdubbelde intensiteit, en die was in sterke mate ook te danken aan die fantastische ritmesectie. Kessler stond wijdbeens en gewapend met een strijkstok de snaren te mishandelen, terwijl Corsano zijn immense behendigheid en techniek in de strijd wierp. Het resultaat was een woest grommende ondergrond van ritme, een klaterende interactie die zodra Kessler overschakelde op snarengepluk met de vingers heel even de jazz voelbaar maakte. McPhee voegde zich weer bij het trio en het betekende de start van een intensiteit die eigenlijk aanhield tot het einde. Het had bij momenten iets van een stormloop, maar dan wel niet van gratuit geweld. Amado leidde en counterde met horizontale exploraties, McPhee scheurde en zong met de kracht van verheven hymnes, de ritmesectie pookte het vuur op (Corsano leek soms te gaan ontploffen), gaf ruimte (vooral Kessler liet de eenvoud en dosering voor zich spreken) en was het sluitstuk voor de interactie.

Speelde het kwartet bij zijn eerste Belgische concert nog één langere set, dan ging het bij dit (uitverkochte!) concert om twee sets. Die waren door hun verteerbare duur (ca. 40 minuten) en bevlogen interactie nog overtuigender. Dit was nog altijd geen doorsnee jazzconcert voor een breed publiek, maar de energie volstond om de opwinding die de vrije muziek kan hebben even heel tastbaar te maken. Dat het lukte zonder in te boeten aan diepgang en exploratie was de kers op de taart.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in