Portland :: ”Opnemen is zoals boogschieten: je kunt blijven mikken, maar op een bepaald moment moet je toch gewoon loslaten.”

Ze wonnen De Nieuwe Lichting, triomfeerden op Werchter. Maar al die tijd deed Portland het zonder plaat. Vandaag ligt met Your Colours Will Stain dan toch eindelijk het debuut van Belgiës nieuwste exportproduct op de plank. “Als iedereen met een glimlach uit de studio komt, moet je je eigenlijk al niet te veel zorgen meer maken.”

Hoe lang zingen we “Pouring Rain” al mee? Lang. Als: al van in de Rock Rally van drie, bijna vier jaar geleden. Toen was Portland nog met drie, en dreven de folksongs van Jente Pironet nog op een bedje van elektronica. Vandaag is het drietal een klassiek rockkwartet geworden, en het instrumentarium traditioneler. Maar er is wel eindelijk een debuutplaat. En omdat wij altijd grondig willen zijn, beginnen we toch bij het begin.

enola: Gek toch dat jullie dat optreden op de Rock Rally zo slecht vonden. Ik zag in jullie toen een potentiële winnaar.

Pironet (zang/gitaar): “Echt? Ik heb het er onlangs nog over gehad met Kurt Overbergh, artistiek leider van de AB, en hij bevestigde me nochtans: in de preselectie waren we oké, de halve finale was een dubbeltje op zijn kant want de halve jury was niet enthousiast over onze cover, maar ‘wat hebben jullie in de finale gedaan’? Hij vond het ook héél slecht. Het probleem was dat we die dag veel te gestresseerd waren. We waren nog zo zoekend dat we ons lieten beïnvloeden door elke halve mening die over ons verscheen, en hebben onszelf toen gekneed tot iets waarvan we hoopten dat iedereen het goed vond. Natuurlijk mag je net dat niet doen, want dan krijg je uiteindelijk een set zonder identiteit die een beetje van alles was.”

Sarah Pepels (zang/toetsen): “We waren een soort monster van Frankenstein.”

enola: Het was te vroeg?

Pironet: “Absoluut. We zijn ondertussen nog twee keer van bezetting veranderd. Het is niet zo gek dat het nog drie jaar heeft geduurd voor we een plaat uit hadden. Ik voelde dat die dag ook zo aan, hoe ik met de spanning omging en mijn muscle memory verdween, dat ik er niet klaar voor was. We moesten een stap terugzetten, we hadden meer kilometers in de benen nodig voor we opnieuw op koers zouden zitten.”

enola: En hier staan we dan, met eindelijk die Portland-plaat onder de arm. Dat werd tijd?

Pironet: “Ja. Beter laat dan nooit! Enfin, het is niet te laat, dit is het goeie moment. Het is een lang proces geweest, want we zijn vertrokken bij 108 nummers om die tot deze plaat te herleiden. Dat is gek gelopen, want daar zaten ook veel songs bij die we nog nooit live hebben gespeeld, en waar we dus niet van wisten hoe ze bij het publiek zouden vallen. We hebben ons niet blindgestaard op wat op dat moment onze live set was, maar hebben alle demo’s bij elkaar gelegd, en zijn beginnen brainstormen wat een goeie single zou kunnen zijn, wat zus en zo zou werken,… En daarbij hadden we natuurlijk het geluk dat we met David Poltrock een geweldige producer hadden. Samen hebben we er een soort afvalrace van gemaakt, waar we na afloop dertien songs aan overhielden. Het hadden er echter net zo goed dertien andere kunnen zijn, zonder dat de plaat gek anders had geklonken. Het was hetzelfde DNA geweest.”

Pepels: “Die 108 songs waren heel erg uiteenlopend, zowel qua moment waarop het geschreven is, als onderwerp, hoe het was opgenomen, … En zo is de plaat ook geworden, met uptempo songs, maar ook zweverige en romantische nummers als “Lucky Clover”. Die variatie was voor ons belangrijk, zodat het niet eentonig zou worden. Mensen mochten niet denken ‘dit hebben we al eens gehoord’, en dan was het handig dat David ook enkel nummers wilde producen waar hij zelf ook honderd procent kon achter staan, waarvan hij zeker wist dat hij ze met zijn kennis beter kon maken.”

Pironet: “We hebben láng gewerkt. Heel de zomer hebben we zitten sleutelen aan de opnames, maar uiteindelijk is het toch zoals boogschieten: je kunt blijven mikken, maar op een bepaald moet je toch gewoon loslaten.”

enola: Al die tijd bleven jullie vooral het bandje van “Pouring Rain”. Ga je jezelf op den duur niet raar verhouden tegenover dat nummer?

Pironet: “Ik heb even gezucht toen we net met dat nummer De Nieuwe Lichting wonnen, omdat de nieuwe bezetting net in de plooi aan het vallen was, en we eigenlijk niet meer het groepje waren dat je op ‘Pouring Rain’ hoorde. Maar ach, het bolde goed op de radio, kreeg goeie kritieken, …”

Pepels: “Het enige probleem is dat we die versie niet zo goed meer vinden. Het nummer zelf, daar staan we nog altijd achter. Verder zijn we niet echt bezig geweest met vragen of wat we nadien maakten niet te veel op “Pouring Rain” leek, of er net te veel van afweek. We hebben elke song tot zijn recht laten komen, zoals ie is, maar we zijn niet meer de band van toen.”

enola: Het elektronische dat jullie muziek toen kenmerkte is er inderdaad wel uit.

Pironet: “Ik wilde iets organisch maken dat hopelijk toch een béétje tijdloos klonk. Als je gaat stoeien met de productionele foefjes van de week, krijg je iets dat al snel gedateerd wordt. Het was dus belangrijk om vooral wat Portland zichzelf maakt – de blend van mijn en Sarahs stemmen – uit te spelen, en dat ondersteunen met wat synths en interessante arrangementen. Verder moest het niet te zot worden; een goeie drumsound en een mooie gitaarklank volstonden. Het slechtste wat we konden doen was overproducen met klanken die binnen tien jaar hopeloos verouderd zullen zijn.”

enola: In “Pearl” wordt de meerstemmigheid doorbroken, en zingt Sarah alleen. Dat kan dus ook?

Pironet: “Goed nummer, hé! Ik heb het eigenlijk achter Sarahs rug mee in de selectie voor de plaat gestoken. Voor mij is “Pearls” immers het perfecte voorbeeld hoe Portland geen rode draad of constante nodig heeft. Zolang het maar de mooiste songs zijn, dan overleeft die wel.”

Pepels: “Dat nummer komt uit mijn Bachelorproef, waarvoor ik de hevige angsten waar ik mee worstelde, probeerde te verwerken. Eigenlijk was het een soort muziektherapeutisch onderzoek of ik mezelf door te schrijven kon genezen daarvan. Ik vocht met faalangst, perfectionisme,.. Ik zat altijd met een innerlijke criticus in mijn hoofd die me vertelde dat ik niets kon, dat ik er beter mee ophield,… soms voelde het alsof die stem mij overnam, en ik er zelf niet meer was. Heel gek. Ik weet nog hoe we in Trix speelden, ik mezelf plotseling vanuit het publiek bekeek en dacht ‘wat doe jij hier? Loop toch weg!’ Ik heb na dat optreden nog uren zitten janken. “Pearls” gaat niet specifiek over dat moment, maar wel over hoe beangstigend ik het vond de afgelopen jaren om in Portland te zitten.”

enola: En heeft het geholpen?

Pepels: “Ja. Ik voel die angsten nu beter aankomen, en kan ze proberen te vermijden door bepaalde situaties niet meer op te zoeken. Dat ik heb geleerd om er over te praten, helpt ook. Ik laat me niet meer verstikken, maar zet een stap achteruit en bekijk het van op afstand. Dat helpt vaak, maar niet altijd. En ik probeer genoeg te slapen; dat heb ik echt nodig.”

enola: Jente, jij was dan weer gewoon bang voor opnames, niet?

Pironet: “Ja. Bij optredens mag het afhangen van hoe je je voelt, en kan het al eens iets meer of minder uitbundig zijn, maar daarna is het ook weg in de nevelen van de tijd en kun je een volgende keer weer opnieuw beginnen. Het definitieve van een opname schrikte me heel erg af. Als ik een nieuw effectenpedaaltje koop kan ik al eens denken ‘shit, dit moet opnieuw, nu klinkt het veel cooler’. Ik heb moeten leren om te vertrouwen dat als de vibe in de studio goed zat toen we het opnamen, de opname ook wel goed zal zijn, en dat ik moet loslaten dat het ook anders gespeeld kon worden. Als iedereen met een glimlach uit de studio komt, moet je je eigenlijk al niet te veel zorgen meer maken.”

enola: Jij hebt een opleiding journalistiek gedaan, hou jij daar iets van over?

Pepels: “Ja!”

Pironet: “Hoezo?”

Pepels: “Jij volgt de actualiteit toch heel hard?”

enola: Ik denk spontaan: je bent een verhalenverteller.

Pironet: “Daarom ben ik ook die richting gaan studeren, omdat ik verhalen wilde maken. Ik schreef toen ook al songs, maar was bijlange nog niet klaar om die aan de buitenwereld te laten horen. Maar die nood om te vertellen was er wel, of dat nu een audiovisuele reportage is, een fotoverslag, een diepte-interview of een lied. Ik ben ook wel bezig met journalistiek; ik weet welke pennen ik goed vind, welke stijl vragen ik tof vind,…”

enola: Wat is de stomste vraag die je al kreeg?

Pironet: “Meestal krijg je wel de vragen die je wil, over de plaat, de hoes,… Daarom zitten we hier natuurlijk. Ik apprecieer het wel als journalisten wat achtergrond hebben. Je moet mijn geboortedatum niet kennen, maar het is wel fijn dat jij ons bijvoorbeeld hebt gezien op de Rock Rally. Het gebeurt anders ook wel eens dat journalisten te hard hun best doen. Iets als ‘welk dier zou je in een vorig leven zijn geweest?’ Goh. ‘Beschrijf Sarah met een kleur’; nog zo een. Neen, hou het maar simpel.”

enola: Daar gaat mijn volgende vraag over je favoriete kleur. Vertel me dan eens hoe je bij een verhaal als “Killer’s Mind” komt?

Pironet: “Daarvoor heb ik me gebaseerd op iets dat een kennis heeft meegemaakt, maar ik ben er mee aan de haal gegaan tot het fictie was. Je weet hoe dat gaat: als je een Brusselmans leest, dan is dat ook ergens altijd wel gebaseerd op zijn eigen leven, maar niet écht. Zo is het ook met dat nummer. Het gaat over rebound-gedrag; een meisje dat een gebroken hart zo snel mogelijk te boven wil komen door andere prikkels op te zoeken. Ik vind het wel fijn dat het een song vaag genoeg is dat iedereen er zijn interpretatie aan kan geven. Dat gaat ook op voor “Pouring Rain”, trouwens. Dat is totaal niet het liefdesliedje dat er van wordt gemaakt. Maar “Killer’s Mind” is iets anders, da’s echt een stijloefening tot kortverhaal dat begint met: ‘een vrouw stapt een bar binnen.’ Heel Lou Reed-achtig, eigenlijk., het is nog net niet ‘Jackie entered the room, and Johnny…’.

enola: Ik had me bij jullie muziek een ander soort hoes voorgesteld dan het nachtelijke stadsbeeld dat Your Coulours Will Stain siert.

Pironet: “Het kon alle kanten op hé, maar dan nog: het is maar een hoes. Er is een interview met Bob Dylan waarin hem gevraagd wordt naar de hoes van ‘Highwat 61 Revisited’, en hij zucht ‘gast, ik vond dat gewoon een toffe foto’. Niet alles is een groot verhaal hé. Dit was ook gewoon een beeld dat we erg mooi vonden, met die China Townlichtjes,… Maar het was niet onze eerste keuze, om eerlijk te zijn.”

Pepels: “We waren niet tevreden over het artwork dat iemand voor ons had gemaakt op basis van een shoot. Het was koud en steriel; totaal niet wat we zijn. We hebben toen, terwijl we op reis waren, snel een oud beeld moeten opzoeken dat kon dienst doen. We hebben toen een gesprek gehad met Michiel Venmans, die de video voor “Lucky Clover” had geregisseerd, en die vertelde ons dat het niet uitmaakte wat op de foto stond. ‘Jullie nemen de luisteraar zo hard mee naar jullie eigen wereld, dat dat elk beeld kan zijn’.”

enola: Het zijn ook enkel jullie die op die foto staan. Zijn jullie Portland, of is het toch een vierkoppige band?

Pironet: “Toch dat laatste. Dat enkel Sarah en ik op de foto’s staan is vrij spontaan gekomen. Ik zal niet zeggen dat het een marketingplan is, maar in de popmuziek is het vaak enkel de zanger die naar voor geschoven wordt als uithangbord. Met vier man op een cover staan is ook moeilijk. We zijn op een bepaald moment tot de vaststelling gekomen dat het bijna automatisch was dat voor de promotie enkel naar Sarah en mij werd gekeken. We hebben daar dan wel een gesprek over gehad met ons vieren, opdat dat zeker geen probleem zou worden.”

Pepels: “Wij zitten er ook gewoon al het langste in, en zijn in die tijd echt partners in crime geworden. We vullen elkaar aan. Arno en Gill zijn zeker ook belangrijk, maar dan eerder op muzikaal vlak, waar wij ook interviews doen, videoclips,…  We doen ook vaak shows met ons twee.”

enola: En zo blijft ook de mysterieuze kwestie ‘are they – aren’t they?’ in standgehouden.

Pironet: (lacht) Ja. Ik vind dat nog wel grappig, dat mensen altijd meteen moeten denken dat we wel een koppel moeten zijn. We zijn inderdaad constant bij elkaar, als partners in crime, soulmates, dus dat schept wel een beeld, ja. Dat is tof. Nu, je moet bedenken dat we wel met een band bezig zijn. Mocht er al iets in de lucht hangen tussen mij en Sarah, dan is het nog altijd zaak van professioneel te blijven. Want dit mag niet foutlopen. Het zou een risico zijn.”

enola: ‘Hierna worden we een andere band’, vertelde je toen ik jullie afgelopen zomer in de studio bezocht. Al enig idee welke band dat wordt?

Pironet: “Ik denk vooral dat we niet specifiek één soort groep zullen zijn. We zijn nu aan het repeteren voor de albumvoorstellingen, en de plaat naar een livesetting aan het vertalen, en we merken dat het alle richtingen uit gaat. Het gaat van klein naar heel groot, van pop naar iets met een uitgesponnen in- of outro. Als een huis met vele kamers, die elk hun eigen behang hebben.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in