Adrian Goldsworthy :: Hannibals meesterzet

Wie tijdens de geschiedenisles de naam Hannibal (Barkas) hoorde, zal de Carthaagse generaal vooral herinneren vanwege het feit dat hij met olifanten over de Alpen trok. Maar hoe indrukwekkend dat ook klinkt, het was niet die tocht die hem van een plek in de geschiedenis verzekerde noch van een zekere oorlogsfaam. Niet alleen overleefden de meeste olifanten de tocht niet, ze waren evenmin de meest geschikte dieren in de strijd. Dat Hannibal het Romeinse rijk bijna op de knieën kreeg en zich zo van eeuwige roem verzekerde, dankt hij dan ook vooral aan zijn strategisch inzicht.

Ondanks Hannibals militaire genie worden zijn exploten en daden zo goed als altijd louter behandeld binnen het kader van de (drie) Punische Oorlogen die plaats vonden tussen 264 v.C. en 146 v.C., met de definitieve val van Carthago. Hannibal was zonder twijfel de hoofdrolspeler van de tweede Punische oorlog (218 v.C. – 201 v.C.) en slaagde er bijna in Rome op zijn knieën te dwingen. Toch is de aandacht voor zijn persoon en exploten zo goed als altijd behandeld binnen het bredere kader van de oorlogen. Ook Adrian Goldsworthy, een van de bekendste hedendaagse auteurs over het oude Rome, keek in de eerste plaats naar het grotere plaatje met het in 2000 verschenen The Punic Wars (vertaald als Carthago, 2010) alvorens hij een jaar later met Cannae. Hannibal`s Greatest Victory zijn aandacht zou richten op de Carthaagse generaals bekendste treffen met het Romeinse leger dat zijn roem en faam als strateeg voor eeuwig zou bevestigen.

Vertaald (en recent uitgebracht) als Hannibals meesterzet. De slag bij Cannae – 216 v.C.. probeert Goldsworthy het belang van deze veldslag te duiden zonder (ditmaal) er meteen de hele achtergrond van de Punische Oorlogen bij te halen. Net als in De muur van Hadrianus zorgt hij wel voor een korte omkadering en een meer gedetailleerde reflectie op hoe de legers gevormd werden en welke effecten het treffen had op tijdgenoten en de Romeinse burgers in het bijzonder. Door in het eerste hoofdstuk kort de eerste oorlog en de aanleiding tot de tweede te schetsen, krijgt de niet-geïnformeerde lezer alvast de essentie mee alvorens er dieper ingegaan wordt op hoe beide partijen zich voorbereiden op een treffen en welk verschil er tussen beide legers bestond. Zo was het Romeinse leger niet samengesteld uit beroepsmilitairen maar uit Romeinse burgers die zestien jaar lang onder een vorm van diensplicht leefden en bij oorlogen opgeroepen werden.

Sommige soldaten hadden op die manier al enige training gehad maar bleven ondanks alles in de eerste plaats handwerklieden en landbouwers. Aangezien ze bovendien zelf dienden in te staan voor hun uniform en wapens, kwamen enkel zij in aanmerking die een minimumvermogen hadden. Ondanks deze restricties kon Rome toch nog putten uit een gigantische reserve (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Grieken) wat ook in de strijd met Hannibal in hun voordeel zou spelen. Net zomin als de soldaten golden hun bevelhebbers als beroepsmilitairen maar waren ze burgers uit de hogere standen uit op roem en een sprong naar een politieke carriere. Aan het hoofd van de legers stonden de twee verkozen consuls die aldus zowel de politiek-civiele als militaire macht waren, die aan de senaat verantwoording schuldig waren.

Ook Hannibal behoorde tot de hogere klasse van zijn maatschappij maar net als zijn vader voor hem behoorde hij tot een militair geslacht en had hij rond zich een leger verzameld van huurlingen en soldaten afkomstig uit de door Carthago onderworpen gebieden. Toch was het verschil in militaire kennis tussen beide legers minder groot dan op het eerste gezicht lijkt. Goldsworthy wijst er dan ook op dat binnen de Romeinse legers een grote discipline (en zware straffen) gold terwijl Carthaagse generaals net zomin louter op hun verdiensten verkozen werden maar evenzeer rekenden op hun politieke netwerken om hogerop te klimmen. De kracht van het Carthaagse leger lag dan ook vooral in het feit dat de commandostructuur beter georganiseerd was en er aldus sneller gereageerd kon worden in de strijd.

Ondanks het feit dat Hannibal het Romeinse leger bij een eerder treffen in Trebia in 218 v.C. zware verliezen toebracht (1 op 4 Romeinse soldaten overleefde het), was het Romeinse rijk verre van verslagen. Ook een volgende veldslag, bij het Trasimeense meer leidde tot een verplettrende overwinning van Hannibal waarbij ook de Romeinse aanvoerder en consul Gaius Flaminius de dood zou vinden. Als homo novus (nieuwe man) kon Flaminius niet bogen op een lange en eerbiedwaardige stamboom wat voor verschillende adellijke Romeinen de aanleiding vormde om het verlies aan zijn falend leiderschap te wijten veeleer dan aan het strategisch inzicht van Hannibal. Hoewel beide confrontaties op zich al de moeite van het bestuderen en bespreken waard zijn, gaat Goldsworthy hier relatief snel over want een derde grote treffen twee jaar later, zou Rome bijna haar rijk kosten.

De slag bij Cannae staat onder krijgsgeschiedkundigen dan ook bekend als een van de meest indrukwekkende slagen aller tijden, met een toonbeeld van hoe strategisch inzicht en militair genie een strijd in het voordeel van een numeriek minder sterke partij kan laten overslaan. Goldsworthy zelf besteedt een derde van het boek aan get wapengekletter waarbij hij zowel de openingszetten, beide partijen als het verloop van de strijd aan bod laat komen. Twee grote tegenslagen hadden de Romeinen duidelijk voorzichtiger gemaakt en onder meer beide nieuwe consuls en hun leger er samen op uitgestuurd om de strijd met Hannibal aan te gaan. Toch zou volgens bepaalde bronnen consul Gaius Terentius Varro, die afwisselend met zijn medeconsul Lucius Aemilius Paulus de leiding had, zonder Paulus te horen de aanval op het kamp van Hannibal geopend hebben waarna het leger een smadelijke nederlaag leed die ook Paulus het leven zou kosten.

Of Varro werkelijk soloslim speelde, is nog maar de vraag en Goldsworthy durft zelf te vragen of patriciër Paulus die dag misschien niet de leiding had in plaats van de plebejische Varro. Wie al dan niet de troepen aanstuurde, is zoveel eeuwen later echter minder relevant dan het feit dat Hannibal perfect wist in te spelen op de sterktes en zwaktes van het Romeinse leger en haar strategieën. Goldsworthy neemt duidelijk de tijd om niet alleen de aanval en strategie te beschrijven maar ook hoe beide legers functioneerden en welke wapens ze gebruikten. De verschillen in wapens bepaalde in niet onbelangrijke mate de manier van strijden die, zoals Goldsworthy ook uitgebreid aantoont, heel anders verliep dan onder meer in films en bestond vooral uit intimidatie en wachten. Het duizelingwekkende hoge dodenaantal onder de Romeinse soldaten is dan ook grotendeels te wijten aan de vlucht van die soldaten wat de tegenpartij dan weer gelegenheid gaf om ongenadig toe te slaan en een heuse slachtpartij te starten.

Weinig werken gaan op deze laatste fase van het gevecht in al maakt alvast Goldsworthy duidelijk dat dit net zozeer doorslaggevend was voor de strijd als wat er aan voorafging. Zoals geweten (en verondersteld) was het nog steeds niet de beslissende slag die Rome zou laten vallen, daarvoor was Rome te trots en gaf het lot Hannibal te weinig troeven (de verwachte steun uit Carthago bleef uit). De volgende vijftien jaar werden dan ook neen uitputtingsslag waarbij Rome triomfeerde en Hannibal na aanvankelijk de hoogste posten in Carthago bekleed te hebben, finaal onder druk van Rome en politieke vijanden in ballingschap ging. Net zoals bij de aanloop naar Cannae gaat Goldsworthy hier relatief kort op in de verdere gebeurtenissen en haalt hij de belangrijkste feiten en elementen aan alvorens met een algemene beschouwing over het gevecht en Hannibals rol te geven.

Wie dieper wil duiken in het leven van Hannibal en zijn `Romeinse bezetting` is dan ook aangewezen op het vorig jaar verschenen en uitstekende De dure eed van Hannibal van John Prevas, dat een mooie aanvulling vormt op dit kortere werk van Goldsworthy. Door één veelbepalende veldslag er uit te pikken tekent hij op zijn manier echter evenzeer een duidelijk, zij het beperkter beeld van de figuur Hannibal en hoe hij mee geschiedenis uittekende. Hannibals meesterzet neerzetten als een werk dat in de eerste plaats liefhebbers van militaire geschiedenis zal beheersen, is dan ook het boek oneer aandoen. Goldsworthy besteedt aandacht aan de veldslag maar gebruikt die vooral om een facet de het toenmalige wereld te schetsen waarbij twee grootmachten uitgebreid in beeld komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in