Kramp :: “Ik vind inspiratie in strips en black metal”

Kramp is het noisy solosound-kunstproject van de Leuvense Stijn Wybouw. Live heeft hij de neiging een personage op te voeren. “Voor een optreden verf ik mijn gezicht rood. Het is mijn ritueel om Kramp te worden.”

enola: Hoe is het voor jou begonnen?

Stijn Wybouw: “Vanaf jonge leeftijd heb ik altijd in bands gespeeld en verzamelde ik punk- en garagerockachtige tapes.”

enola: Weet je nog wat aanvankelijk jouw motivatie was voor Kramp?

Wybouw: “Vooral de manier van DIY-opnames maken en ze zelf verspreiden, is me altijd erg blijven fascineren. Ik begon steeds meer tape-opnames te maken en zo is het stilaan uitgegroeid tot het soloproject Kramp.”

enola: Vanwaar de naam Kramp?

Wybouw: “Een kramp is letterlijk iets wat dwarszit en eruit moet. Het is de drang om op een spontane manier muziek eruit te persen. Ik vond het steeds belangrijk om van begin af aan alles rond Kramp in eigen handen te nemen. Van het opnemen van de muziek tot hoe het er visueel allemaal moet uitzien.”

enola: Je hebt een achtergrond in de beeldende kunst. Hoe ben je dan in de muziek terechtgekomen?

Wybouw: “Kramp is het alter ego dat de rode draad vormt in zowel mijn muzikale als beeldend werk.”

enola: Is er voor jou een link tussen jouw beeldend en jouw auditieve werk?

Wybouw: “Ik zie geen verschil. Als ik live speel, is het visuele bijzonder belangrijk. Niet alleen voor de toeschouwer, ook voor mezelf. Om me in te leven in een soort van personage, dat ik veruitwendig met een roodgeverfd gezicht.”

enola: Waarom rood?

Wybouw: “In strips wordt de kleur voor twee heel verschillende emoties gebruikt: woede en schaamte. Als ik mijn gezicht rood verf, is dat een ritueel om een moment voor mezelf te nemen en Kramp te worden. Hiervoor liet ik me inspireren door blackmetalbands: dat lijkt allemaal erg ruig, maar ze zonderen zich eerst af voor een uitgebreide schminksessie.”

enola: Jouw muziek heeft iets vuils.

Wybouw: “Ik heb een fascinatie voor home tapers en lofi-opnames. Ik hou ervan om het geluid te manipuleren totdat ik het zelf niet meer in de hand heb, door tapes achterstevoren af te spelen en er daarna opnieuw over op te nemen. Voor Kramp neem ik erg veel cassettes op met oude taperecorders, kapotte instrumenten of instrumenten die ik helemaal niet kan bespelen. Nadien assembleer ik al deze opnames tot een nieuwe compositie. Dat zorgt voor een constante verwondering in het proces.”
“De obscure opnames creëren een mystieke afstand tussen de opname zelf en de luisteraar. Dat intrigeert me. Ik hou ervan om op een snelle manier veel opnames te maken. Ik heb vaak recorders zoals een zoom of een cassettedeck bij me om zo vluchtige onzuivere opnames te kunnen maken.”

enola: Je stijl doet me denken aan Aaron Dilloway, Jason Lescalleet en Dylan Nyoukis. Of oudere dingen, zoals LAFMS en zelfs Henry Chopin.

Wybouw: “Fantastische muzikanten. Tegelijk vind ik het vooral interessant om voor mezelf op zoek te gaan naar links met diverse andere soorten muziek. Zo laat ik me graag inspireren door folk- en niet-muzikale opnames waarbij de beleving van muziek primair is. Omgevingsgeluiden zijn eveneens een grote bron van inspiratie. Ik vind het heel belangrijk dat het bij Kramp niet draait rond het technische aspect van het spelen van muziek maar wel rond de beleving en verwondering van geluiden. Ik denk dat met deze ingesteldheid ook parallellen getrokken kunnen worden met de muzikanten die jij aanhaalt.”

enola: Hoe zou je zelf omschrijven wat je met Kramp doet?

Wybouw: “Kramp is een belangrijke uitlaatklep. Deze manier van werken en muziek uitbrengen is ook verbonden met een heel netwerk waarin muzikanten, kunstenaars… op een spontane manier werken, met elkaar dingen uitwisselen en verspreiden.”

Kramp speelt op 19 oktober het voorprogramma van Bill Nace in Level Five in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in