Giant Sand :: Recounting The Ballads Of Thin Line Man

Er valt geen lijn – toch zeker geen rechte – te trekken in de carrière van Howe Gelb. Met Giant Sand, tot nader order nog altijd zijn hoofdbezigheid, zit hij momenteel in een fase waarin hij terugblikt op de begindagen van de band.

De wispelturigheid en productiviteit van Gelb is tegelijk troef en gebrek. Een blik op ‘s mans discografie leert ons dat hij met Giant Sand, solo of met andere nevenprojecten ondertussen al een album op vijftig op zijn teller staan heeft. Die releases zijn uiteraard niet allemaal even sterk – ze zijn zelfs meer dan eens behoorlijk wispelturig – maar op zijn beste momenten, die eigenlijk behoorlijk frequent zijn, toont Gelb zich een uiterst boeiend, veelzijdig muzikant. Een van het soort dat er niet voor terugdeinst om risico’s te nemen, maar evengoed een die een eigen sound heeft. Zo ergens op het grensgebied van rock, country, folk, blues en tex mex. En nog wat andere genres. 

Maar Giant Sand dus. De groep die hij midden de jaren ‘80 oprichtte en waar ondertussen een indrukwekkende reeks artiesten ooit deel van hebben uitgemaakt of toch minstens rond hebben gehangen. Momenteel is de band toe aan de elfendertigste incarnatie en is het een trio geworden met naast Gelb oerlid Tommy Larkins (drums) en de Deen Thørger Lund (bas). Howe Gelb is wat betreft het opnieuw opnemen van oudere nummers zeker niet aan zijn proefstuk toe, maar wat hij nu met Giant Sand doet gaat nog een stapje verder. 

Vorig jaar bracht het gezelschap immers Returns To Valley Of Rain uit waarop ze debuutplaat Valley Of Rain (1985) opnieuw interpreteerden en opnamen. Iets dat de heren dermate bevallen moet zijn dat ze nu besloten hetzelfde te doen met Ballad Of A Thin Line Man, de tweede plaat van Giant Sand die 33 ⅓ jaar geleden het levenslicht zag. Het resultaat heet Recounting The Ballads Of Thin Line Man en is geen exacte herinterpretatie geworden. Twee nummers vielen af – “Last Legs” en Dylan-cover “All Along The Watchtower” – en werden vervangen door twee andere nummers. Daarbovenop werd de volgorde van de nummers drastisch omgegooid. 

Het album opent meteen met een van de nieuwe nummers. “Reptilian” is een outtake van de originele langspeler dat hier meteen de toon zet. Want als er iets opvalt aan deze Recounting The Ballads Of Thin Line Man zijn het de vele stevige rocksongs. “A Hard Man To Get to Know” drijft op beukende riffs, maar is hier een beetje te veel doordeweekse garagerock om echt helemaal te bekoren. Dan is de countryrock van “You Can’t Put Your Arms Around A Memory” (een cover van Johnny Thunders) of “Thin Line Man” beter geslaagd. In “Body Of Water” worden er dan weer subtiel wat surf-invloeden verwerkt. 

Maar ook op de rustigere momenten, zoals het Dylanesque “Who Am I” of de andere nieuwe song  “Tantamount”, weten Gelb en co te bekoren. Er is nog een extra knipoog naar het origineel op “The Chill Outside”, dat, net zoals op de originele versie, door toenmalige bassist Paula Jean Brown wordt gezongen.  

De hamvraag is natuurlijk hoe deze herwerking zich verhoudt tot het origineel. Recounting The Ballads Of A Thin Line Man schuurt wat steviger, maar op de keper beschouwt blijven de individuele uitvoeringen van het origineel toch nog altijd overeind. Alleenstaand is het album dus zeker de moeite, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat het de oorspronkelijke versie zal kunnen doen vergeten. 

In een Facebook post naar aanleiding van de release maakte Howe Gelb allusie op het feit dat de Europese tournee naar aanleiding van deze worp wel eens een vaarwel zou kunnen zijn voor de band en dat hij zich vanaf volgend jaar op iets anders gaat richten. Of de wispelturige Gelb dat echt meent of niet – voor hetzelfde geld neemt hij volgende jaar hun derde album Storm onder handen – weten we niet, maar als wij u zijn zouden wij de kans niet laten schieten om hen nog eenmaal live te gaan bekijken. 

…en dat kan op 13 november in Nosta (Opwijk). 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in