Korn :: The Nothing

Ach, Korn, excuseer, KoЯn… waar te beginnen? Wat ooit begon met twee ijzersterke, iconische albums (“YOU CAN SUCK MY DICK AND FUCKING LIKE IT!!!”, iemand?), verviel al snel in een geoliede, radiovriendelijke marketingmachine die zoveel mogelijk puberende zieltjes moet zien binnen te halen en daar verdorie nog aardig in slaagt ook.

Korn - The Nothing

Want laten we een kat een kat noemen: al sinds Follow The Leader is Korn in feite een popgroep met luide gitaren geworden, en neen, dat hoeft niet perse een belediging te heten. Helaas wel eentje die steeds weer met datzelfde verhaal komt aanzetten van Jon die al die shit niet meer kan taken en dat zijn heart gaat breaken, letterlijk met rijms van dat niveau dan nog.

Toch, ooit moest deze groep verdorie nog eens een plaat afleveren die het beluisteren waard was. Ross Robinson, verantwoordelijk voor de sound van de eerste twee platen, mocht voor Korn III uit 2010 nog eens proberen het Heilige Vuur terug aan te steken, maar veel meer dan een… errr… poging werd het niet. Het feit dat tegen dan twee van de originele vijf leden niet meer in de groep zaten zal ook niet geholpen hebben, ook al keerde Verloren Zoon Brian “Head” Welch uiteindelijk in 2013 wel terug na zijn verzoening met Jezus. Ja, ook Spinal Tap was bijwijlen niet ver weg.

En toen sloeg het noodlot toe. Davis’ vervreemde vrouw Deven stierf vorig jaar, na jaren van zware drugsverslaving, aan een — al dan niet accidentele — overdosis. Als je iemand die je graag ziet ziet afkwijnen zonder dat je er iets aan kan doen, en die persoon bovendien nog de moeder van je kinderen is, doet dat uiteraard iets met een mens. Deze gebeurtenis heeft dan ook duidelijk zijn stempel gedrukt op de plaat, van de eerste zin (“Why did you leave me?”) over het midden (“You’re finally free”) tot de laatste (“I failed.”). Eindelijk klinkt Davis nog eens iets anders dan uitgeluld. Vreselijk dat daar zo’n tragedie voor nodig was.

Nochtans weet het album niet meteen een sterke indruk te maken. Intro “The End Begins” knipoogt met zijn doedelzak naar het oudere materiaal (S/T, Issues) en eindigt al meteen met Jon in tranen. De stemming is gezet denk je dan, maar opvolger “Cold” blijkt uiteindelijk niet veel meer dan een doorsnee Korn single “volgens het boekje”. Dan weet eerste single “You’ll Never Find Me” meer te overtuigen, met een betere structuur, sterkere performance van Davis en losgehen breaks die wérken. Ook die “I’m not doing fine”’s van Jon op het einde staan daar niet onaangenaam.

Had de single keuze de onze geweest waren wij echter voor nummer vier, “The Darkness is Revealing”, gegaan. Dat gitaar gepingpong verraadt meteen de groep, de pop elementen zijn weer rijkelijk aanwezig en dat refrein is niet uit je kop te krijgen. Plus, die break naar ‘t einde toe die naar het grunt gedeelte leidt is er boenk op. Belanden we aan bij “Idiosyncrasy”, een nummer met een aanstekelijk “Got The Life”-achtig refrein dat in de momenten daartussen helaas maar weinig weet te overtuigen, al weet die opbouw in de derde minuut aardig te scoren.

Tot hier toe dus een degelijke collectie nummers zonder al te erge stinkers of stevige uitschieters. Het is vooral in de tweede helft dat het album echt tot zijn recht komt, alsof interlude “The Seduction Of Indulgence”, met gruizelig contrabas geratel als basis, een volledig nieuw album inluidt, officieel geopend door “Finally Free”, zonder twijfel een van de betere nummers van de groep. De zang van Davis grijpt naar de keel, die Oosters-klinkende break klinkt fris in de oren en het is gewoon een oprecht hartverscheurend nummer, komende van een man die worstelt met schuldgevoel over het feit dat hij zijn geliefde niet beter kon helpen. De tekst is simpel en eerlijk, en vervalt voor de verandering eens niet in al die clichés waar Jon zo’n patent op heeft.

Over de wat tragere semi-ballad “Can You Hear Me” valt niet bijzonder veel te zeggen, buiten ook hier weer dat hij degelijk is zonder meer, maar daar volgt dan weer “The Ringmaster” op, een nummer om duimen en vingers bij af te likken. De verzen swingen en die vocals van Davis zijn ronduit magistraal, in het bijzonder de meer theatrale performance in het rechterkanaal met dat duistere ondertoontje, als een duiveltje dat probeert een onschuldig zieltje te verleiden. Het contrast met het donkere refrein is sterk, en ook dit nummer bevat weer een bijzonder geslaagde break.

Voor wie nog twijfelt aan die pop invloed is er “Gravity Of Discomfort” dat aan alle regels van de radio hit voldoet, met ook hier weer een refrein dat zich na een luisterbeurt al comfortabel genesteld heeft in uw gehoororgaan en daar verdraaid nog mee weg komt ook. Gewoon een puik in elkaar gestoken song, punt. “H@rd3r” lijkt dan weer uit de verloren opnames van Issues opgepikt te zijn. Ook hier weer is het vooral Davis die indruk weet te maken, al rollen de oogjes toch een klein beetje wanneer “Tell me why my life keeps getting harder and harder and harder” door de boxen schalmt. Dan denk je toch echt: “man, het leven is voor iedereen zwaar, en met al dat geld op je bankrekening moet je toch echt in staat zijn om een deftige peut in te huren”. Maar goed, het nummer beukt zich lekker een weg vooruit, niet in het minste dankzij een glansrol voor de uitmuntende drummer Ray Luzier, dus wat dat betreft absoluut geen klachten. Probeer uw neksparen maar eens niet te forceren.

“This Loss” toont dan weer dat Korn zijn klassiekers kent met een break tegen het midden die erg aan Queen (!) doet denken, ook al horen wij in ons hoofd de lijn “it won’t ever stop” in het refrein ook steeds vervolgd door een Britney Spears-achtige “come on!” Dat krijg je dan met al die pop invloeden. Afsluiter “Surrender To Failure” is dan weer een relatief kleinschalige, delicate ode van Jon aan zijn vrouw, die weer in — oprechte, daar twijfelen we niet — tranen eindigt.

Zoals steeds bij Korn — dat moet je ze wel nageven — is de productie van top niveau. Anderzijds, met Nick Raskulinecz (Alice in Chains, Deftones, Mastodon) aan het roer verwacht je ook niet minder. Maar ere aan wie ere toekomt, het klinkt niet alleen über professioneel, de man is er voor het eerst in ettelijke jaren in geslaagd de groep nog eens een plaat te laten afleveren die van begin tot eind te beluisteren valt. Dat Jonathan Davis een verdomd goede zanger is is al langer geweten, maar daar waar zijn stem al jaren een zekere oprechte emotie mist eerder dan pure techniciteit is dat hier eindelijk nog eens niet het geval en weet hij terug te beroeren. Eerlijk is eerlijk, het enige probleem is dat we zijn verhaal ondertussen al zo vaak gehoord hebben dat nu het eindelijk nog eens oprecht klinkt we het al zo beu gehoord zijn dat we er wat van afgestompt zijn geworden. Desalniettemin, The Nothing is met voorsprong het beste dat Korn heeft uitgebracht in letterlijk 20 jaar. Toegegeven, de lat lag niet erg hoog, maar het blijft toch een verademing.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in