Joost Vandecasteele :: Wraakengel

Twee citaten, twee insteken. “Ik wilde een levensechte vrouw, mét superkrachten,” zei Joost Vandecasteele, maar ook: “Ik beschouw dit boek als een funboek.” Welaan, dan: een boek met een programma. En laat dat net zijn wanneer Joost Vandecasteele op zijn best is.

Boek zes – en dan tellen we roman-in-beelden Bella nog niet mee. Dat wil zeggen dat we bij Vandecasteele zo langzamerhand van een oeuvre kunnen spreken. Ook deze bouwt verder aan een collectie boeken die het vroeg-éénentwintigste-eeuwse leven scherp fileren. Nog altijd is de West-Vlaamse Brusselaar het observerende oog niet verloren, de maatschappij kritisch voor het licht houden blijft een tweede natuur. En dan is het hele #metoo-gedoe een vertrekpunt voor een boek dat interessantere vragen stelt dan “mogen we nog iets?”

De clou zit ergens tegen het einde, wanneer een vrouw tegen hoofdpersonage Esther onhoudbaar uitbarst. “Ik zeg meer neen dan hallo op een dag, nee tegen man na man na man, vraag na vraag na vraag, compliment na compliment na compliment, belediging na belediging na belediging.” Het is die ergernis, zo krachtig benadrukt met dat “na na na”, het ongevraagd lastig worden gevallen, waar Vandecasteele een roman lang een draai aan geeft. Het uitgangspunt? “Wat als vrouwen eens niet langer over zich heen lieten lopen?”

“Maak haar niet kwaad”, is de tagline – alsof het een film betrof – en dat is precies wat je niet wil. Want als Esther kwaad wordt, dan scheuren haar kleren dan wel niet Hulkgewijs van het lijf, ze kent wel het einde van haar krachten niet meer. En om een of andere reden heeft ze besloten om dat in te zetten ten voordele van haar seksegenoten. Wie een ei te pellen heeft met een man, kan haar tegen betaling inschakelen – zolang er maar een babysit te vinden is.

Want so far so pulp als de plot is, zoveel weet Vandecasteele daar bij te betrekken. Net zo goed is Wraakengel het portret van een typisch uitgeblust middenklasse huwelijk, waar het kind de enige lijm is die de loshangende flarden bij elkaar houdt. Het ennui, de zinloosheid, is voelbaar in zijn beschrijvingen van weer maar eens een zwijgzaam doorgebrachte maaltijd, een avond waar hij – dank God – weer eens moet overwerken, en er dus tijd genoeg is voor andere zaken. En die fucking klasuitstapjes dus. De auteur kan zijn weerzin voor de hele schoolpoortbiotoop nauwelijks onderdrukken. Leer een oud-komiek niet om de nodige humor binnen te smokkelen.

Zo begint het, en af en toe dreigt Vandecasteele zich daar te verliezen in landerigheid; het dreint wat aan. Tot er plots schot in de zaak komt, het hele zaakje van Esther riskanter wordt dan het was en de actiescènes van het blad spatten. Op dat moment wordt Wraakengel de thriller die het nu ook niet echt wil zijn. Hij werkt met cliffhangers, die je snel naar het volgende hoofdstuk – gelukkig zijn die kort — doen bladeren, die het geheel vaart geven.

Neen, Vandecasteele is niet de grote literator, die uitblinkt in ronkende volzinnen, en stijlbloempjes. Niet omdat hij het niet kan, maar wel omdat hij het niet wil. Gepokt en gemazeld in de populaire cultuur, wilde hij ook iets maken met de vitale energie van een manga, de heldere plot van pulpliteratuur. En dat moest met korte, leesbare zinnen. Het weerhoudt hem er niet van bij tijd en wijlen met een spitante vergelijking uit te pakken. Vandecasteele kan wel degelijk schrijven; laat dat gewoon duidelijk zijn. Het zit hem gewoon meer in de ideeën dan in de taal. Iets als die schilderijtjes die in de gang elke nijdige vuistslag van Esther moeten verbergen is gewoon verschrikkelijk goed gevonden.

En toch krijg je – alweer – het gevoel dat het allemaal beter wordt als Vandecasteele het zelf uitlegt, dan als je het leest. Alsof hij er niet in slaagt om zijn ideeën ook echt helder in een boek uit te werken. Je voelt wel dat het gaat over vrouwen, en hoe ze het allemaal moe zijn, maar verder dan zo’n latent gevoel op de achtergrond raak je niet. Het zal wel, je leest vooral een vlotte actiethriller.

Maar misschien is dat net de bedoeling. Dat dit literatuur is voor mensen die niet meer willen dan dat, ergens tussen Dan Brown en Pieter Aspe in, maar bij wie tegelijk iets gekieteld wordt dat nog wakker moet worden. Afgaand op diezelfde interviews, zou het nog wel eens Vandecasteele zijn grootste drive kunnen zijn: mensen die geen literatuur lezen, toch doen nadenken. Want uiteindelijk zou iedereen akkoord moeten kunnen gaan met de heldere samenvatting dat “feminisme de radicale stelling is dat een vrouw ook maar een mens is”.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in