Tolkien

Het Tolkienuniversum bleek nog steeds niet tot op de bodem uitgemolken te zijn. Na de Lord of The Rings trilogie, zowel een gigantisch succes aan de kassa als bij critici (The Return Of the King blijft nog steeds één van de drie films met het hoogst aantal Academy Awards aller tijden) en de véél te lange Hobbit trilogie is er nu ook de film over de auteur J.R.R. Tolkien. Waar andere Lord Of The Rings– of Hobbitfilms nog met luid tromgeroffel werden aangekondigd, bereikt deze nieuwe Tolkienfilm ons bijna op fluistertoon. Dat blijkt helaas terecht te zijn. Deze prent is immers een pak minder interessant dan de verhalen die de schrijveronsterfelijk maakten.

 Het verhaal van Tolkien (Nicholas Hoult) wordt hier opgehangen aan diens leven en carrière tijdens Wereldoorlog I. Een fase in zijn leven die hij zelf als cruciaal beschouwde voor het schrijven van zijn epossen over Midden-Aarde: we zien onze schrijver niet keurig noteren aan zijn schrijverstafel, maar met bajonet in de hand aan de Somme in 1916. Deze lange sleutelscène wordt onderbroken door talloze flashbacks waar we de jonge Tolkien zien opgroeien tot de schrijver die hij voor het gros van het publiek altijd al geweest is. In de verschillende etappes ontdekken we op behoorlijk conventionele en saaie wijze zijn liefde voor taal, zijn geloof in de kracht van vriendschap, zijn – ontzettend suffe –  ontdekking van de liefde, zijn talent en verbeelding…

Het wordt al snel duidelijk dat deze film niet bedoeld is voor filmliefhebbers, maar voor Tolkien-(film)liefhebbers. Vanaf seconde één herken je onmiddellijk de goudbruine letters die jaren geleden bij een Lord of The Rings film het begin van een magische filmavond aankondigden en de hele prent lang zijn de verwijzingen naar de trilogie legio. Zo zie je een jonge Tolkien zijn plattelandsthuis verlaten voor de grote stad en een ‘top shot’ maakt je meteen duidelijk waar hij de mosterd voor ‘the Shire’ (de Gouw) haalde. Aanvankelijk zijn die verwijzingen nog leuk, maar je krijgt al gauw het gevoel dat dit de enige wankele pilaren zijn waar de film op steunt. Wanneer je Tolkien dan hoort fluisteren dat zijn troepje vrienden geen ‘Brotherhood’ is, maar een ‘Fellowship’, wil je maar al te graag één van de hoofdprincipes van het film maken naar regisseur Karukoski schreeuwen: ‘Show, don’t tell’!

Het levensverhaal van Tolkien zelf slaagt er op zich ook niet in om de kijker te boeien. Zijn levensverhaal weet nooit echt enige empathie op te wekken en de gekunstelde relaties met zowel zijn vrienden als zijn grote liefde slagen er niet in het verhaal spankracht te geven. Zijn ‘fellowship’, bestaande uit Tolkien zelf en drie andere kunstminnende vrienden en staat mijlenver af van de magie die we zagen in de gefictionaliseerde versie met Frodo, Sam, Pepijn en Merijn. Qua beeldvorming levert de film een té afgeborstelde, té perfecte prent af. De belichting is bij momenten zo ideaal dat het artificiële de hele magie van het filmkijken doorprikt. Ook hier valt er weer niet aan de vergelijking te ontsnappen: waar Frodo de kijker volledig meezoog in zijn Midden-Aarde, ben je je hier steeds bewust van het feit dat je naar een film kijkt. Bovendien doet dat de vraag vaak rijzen of het er in Tolkiens echte leven wel zo aan toe ging. Niet echt het effect je beoogt bij een biografische film natuurlijk.

De enige momenten waarop deze Tolkien wel werkt, is wanneer Karukoski risico’s durft te nemen en van zijn brave te mooi in beeld gebrachte kaders plots abrupt overstapt naar magisch realistische taferelen: te midden van alle horror aan de Somme verschijnen plots de Ringgeesten boven de loopgraven, of ziet hij aan de overkant van niemandsland het silhouet van Sauron oprijzen boven de door vuur, gifgas en bloed doordrongen loopgraven. Dan pas zit je met beide voeten in het midden van Mordor en voel je dat het menens was daar aan de Somme: ‘show, don’t tell’.

Achteraf gezien waren er voldoende voortekenen dat deze film niet de geschiedenisboeken in zou gaan: de povere publiciteit voor de film en het feit dat Tolkiens familie hem afkeurde, voorspelden niet veel goeds. En bovenal: Tolkien creëerde een wereld die spannender, mooier en uiteraard ook filmischer was dan de wereld waarin hij leefde. Vanwaar dan toch de nood om zijn levensverhaal per se te verfilmen?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in