Bastian van Aarle :: 01 : 20

Bastiaan van Aarle exposeerde in juni nog met zijn reeks Moving Mountains in de serres van Botanique. Nu stelt de jonge Antwerpse fotograaf bij de prestigieuze Duitse uitgeverij Hatje Cantz het fotoboek 01 : 20 voor. Het is een biologerende reeks beelden van het IJslandse landschap op het moment dat de zon net onder de horizon verdwijnt.

Bastiaan van Aarle ziet zichzelf als een conceptuele landschapsfotograaf. Een duur woord om te verklaren dat je niet zomaar de wereld intrekt en erop los schiet. Voor Van Aarle zijn in die context dan ook de New Topographics belangrijk: een bijzonder invloedrijke tentoonstelling uit 1975, waar negen fotografen werden samen gebracht met een eigenzinnige visie op het landschap.

De ondertitel van de expo verklaarde de opzet: Photographs of a Man-altered Landscape. De geïdealiseerde, onbezoedelde landschappen van de beroemde landschapsfotograaf Ansel Adams dateerden voor deze nieuwe golf beeldenstormers tot het verleden. Lewis Baltz, Frank Gohlke, Robert Adams (geen familie van Ansel) en Stephen Shore vereeuwigden een Amerikaans landschap dat bezoedeld werd door menselijke activiteiten. Hun onderwerpen waren industriële sites, trailerparken, parkeermeters en pylonen, benzinestations, asfaltwegen, graanschuren of prefab woningen die na enkele jaren tekenen van verval uitstralen.

In de zeventiger jaren van vorige eeuw stelde de expo New Topographics niet veel voor. Weinig bezoekers en geen lovende kritieken. Maar zo verging het ook met pakweg William Eggleston in het New Yorkse MoMA anno 1976, wiens kleurenfoto’s op geen begrip van critici en publiek konden rekenen. Eind vorige eeuw werden de beide tentoonstellingen echter tot de meest invloedrijke en meest belangrijke expo’s van de naoorlogse fotogeschiedenis in de VS gerekend.

Voor Bastiaan Van Aarle waren de New Topographics een belangrijke inspiratiebron. Voor zijn eigen werk vertrekt hij van een bepaald idee. Soms wordt dat hem ingegeven door een artikel uit een krant of magazine. Dan weer door een of andere ervaring.

In Waterlijn verwerkte hij informatie die hij las over de stijging van de zeespiegel in zwart-witbeelden met een (niet meteen opvallende) zwarte lijn, die aanduidt tot waar de zee in het gefotografeerde landschap zou reiken. Voor Interaction strok hij naar Newport, Wales om er de interactie tussen natuur en menselijke activiteiten te fotograferen. Meer bepaald het litteken dat werd achtergelaten in het landschap nadat de mijnen en de haven van Newport te lijden kregen nadat de koolmijnindustrie ineen was gestort.

Voor 01: 20 pootte Van Aarle zijn statief neer in het IJslandse vissersdorp Olafsfjördur. ’s Zomers gaat de zon er – net als in het hele noorden van Scandinavië – niet of nauwelijks onder. Zo ook in het noorden van IJsland, waar Van Aarle onder de indruk was van het lichtspel tijdens het moment dat de zon bij het ondergaan net de horizon raakt en vervolgens meteen terug opkomt.

Het was een ervaring die hij nog niet had meegemaakt. Hij is vervolgens gaan onderzoeken hoe de zon de komende dagen zou staan en hieruit was gebleken dat die op de eerste dag van de maand juli de horizon raakt en direct terug opsteeg, daarna zakt deze stelselmatig meer de dagen nadien. Het idee voor een project was geboren.

Vervolgens koos Van Aarle geschikte locaties uit. Hij financiert zijn projecten uit eigen zak. Mede door zijn job als docent fotografie aan de Academie van St.-Niklaas. Uiteindelijk fotografeerde hij een maand lang (vandaar de 31 foto’s) telkens om 1.20u ’s nachts een deel Olafsfjördur. Digitaal. Voordien bezigde hij een analoge 4×5’’-camera.

Niet dat Van Aarle het gebruik van film heeft afgezworen. Maar voor 01 : 20 was een direct resultaat noodzakelijk. Elke dag moest er een beeld genomen worden en Van Aarle moest meteen kunnen zien welk beeld moest volgen. Een goed fotoboek staat of valt nu eenmaal met de montage, met de manier waarop de foto’s elkaar opvolgen.

Wat meteen opvalt als je het boek snel doorbladert, is de evolutie van het licht. Maar de foto’s van Van Aarle graven veel dieper dan gewoon een spel van licht. De invloed van Stephen Shore (en in mindere mate Lewis Baltz) is duidelijk in de manier waarop hij zijn beeldcomposities opbouwt. Hij deelt met Shore het vastleggen van het ogenschijnlijk banale. Het sterke punt van Shore, en ook van Van Aarle, is dat deze alledaagsheid intrigeert. Verwondert. Vragen oproept. En uiteindelijk uitnodigt om in het beeld te verdwalen.

De beelden vertellen wel degelijk een verhaal. Het is aan de kijker om de subtiele details te ontdekken, de elementen te vinden die van de foto een harmonieuze, wel doordachte compositie maken. De manier waarop de kleurrijke huizen van het vissersdorp baden in het ochtendlicht heeft iets melancholisch. Het is een mistroostigheid die ingegeven wordt door de kwetsuren die de huisjes uitstralen.

Soortgelijke littekens merk je in de paar zuivere natuurbeelden die het boek rijk zijn. Van Aarle eindigt, niet gratuit, met een dreigende, donkere hemel waartegen de top van een berg zich aftekent. Een schitterend contrast met de openingsbeelden waar kleuren en huizen nog een bepaalde warmte uitstralen. Het massieve karakter van de bergtop verbeeldt de kracht van de natuur, waartegen elke menselijke activiteit, elke nederzetting, in het niets verzinkt.

Bastiaan van Aarle vertelt over de nietigheid van de mens tegenover de oerkracht van de natuur. Over sterfelijkheid en vergankelijkheid tegenover de fysieke présence van het eeuwigdurende.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in