Frank Turner :: No Man’s Land

”No man’s land”, land van geen mannen. Ex-hardcorepunker Frank Turner verkoopt z’n recentste album No Man’s Land als “about thirteen women from history who you’ve probably never heard of but definitely should have”. Gelijke delen geschiedenis en eerbetoon aan sterke maar vaak onderbelicht gebleven vrouwen. Twee lessen voor de prijs van één!

Frank Turner mag zijn muzikale carrière dan nog gestart hebben als schreeuwstrot van dienst bij hardcoreband Million Dead, solo doet zijn folkrock het beter dan gemiddeld voor het zootje dat zo’n carrièrepad bewandelde. Langs de neus weg maakt dat zijn blanke pit drie keer omvangrijker dan zijn ruwe bolster. Voor zijn achtste album duikt hij dus de geschiedenis in om terug boven water te komen met een conceptplaat over historische heldinnen, of minstens vrouwen wiens naam gemeengoed zou moeten zijn, om een veelheid aan redenen. Klaar voor wat namedropping?

Meermaals hebben die vrouwen een link met Turners muzikale roeping. Het jazzy “Nica” handelt bijvoorbeeld over bebop baroness Pannonica Rothchild, die onder meer Charlie Parker op de kaart hielp zetten, en “The Death Of Dora Hand” vertelt het shakespeariaans-tragische verhaal van saloonzangeres Dora Hand. Vooral single en sleutelsong “Sister Rosetta” valt op in dat muzikale aspect: hier smokkelt Turner de gitaarriffs van de Amerikaanse zangeres-gitariste Sister Rosetta Tharpe binnen. Haar waarde in de muziekwereld? Ongeveer gelijktijdig met de creatie van het nummer is Rosetta Tharpe opgenomen in de Rock ‘n’ Roll Hall Of Fame, waar ze nu te boek staat als een vroege invloed. Vraag het maar aan Elvis.

Ook mooi zijn de Byzantijnse motieven verwerkt in “The Hymn Of Kassiani”. De Byzantijnse heilige Kassia is een van de twee vrouwen uit het Byzantijnse rijk waarvan we weten dat ze in eigen naam schreven. Die tweede is trouwens Anna Comnena – we geven het maar mee. Het strafst, politiek gezien, toont Turner de ex-hardcorepunker in zich met “The Lioness”, over Huda Sha’arawi, de Egyptische filantrope, activiste en feministe die in 1922 zowat als eerste moslima publiekelijk haar gezichtssluier afdeed. Met dat triomfantelijke refrein – “She isn’t gonna hide her face anymore/She isn’t gonna know here place anymore” – is de song gemaakt om revoluties uit te lokken. Niet dat Turner zich laat vangen aan opruiende taal zonder meer: waardigheid heerst. Doorheen de hele plaat, trouwens.

Een vraag waar Turner zelf mee worstelde was “kan een man dit allemaal zomaar doen?”. Hij vond het naar eigen zeggen nogal knullig mochten, volgens de normale gang van zaken, twee mannen (artiest en producer) zeggenschap hebben over een conceptplaat over straffe verhalen van sterke vrouwen. Om zich van enige kritiek van mansplaining te ontdoen schakelde hij als producer Catherine Marks, die eerder al de sound van Foals en Manchester Orchestra verzorgde, in. Is dat een holle en onoprechte poging tot authenticiteit? Of leidt dat soort vragen alleen maar af van de goede bedoeling van No Man’s Land?

Doet dat er allemaal toe? Dankzij Marks’ hulp klinkt No Man’s Land alvast zowel evenwichtiger als gevarieerder dan Turners vorig werk. Check “Silent Key” over Christa McAuliffe, de lerares-astronaute die om het leven kwam bij de ramp met de Space Shuttle Challenger in 1986. De song verscheen eerder al op Turners album Positive Songs For Negative People, maar deze vernieuwde versie zet door Marks’ toedoen het bitterzoete relaas van de laatste drie minuten van McAuliffe des te meer in de verf. Blijkbaar bezat de song die hele tijd een ontroerend randje troost dat verloren ging in een – wel ja — typisch mannelijke productie.

Niets daarvan dus op No Man’s Land. Een terecht punt van kritiek zou kunnen zijn dat de dertien songs absoluut staan of vallen met de kennis van hun achtergrond. Ook daar heeft Turner aan gedacht: volg gewoon de bijhorende podcasts om bij de les te blijven. Alleen die al zijn de moeite meer dan waard.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in