Jazz Middelheim 2019 :: 15-18 augustus, Park Den Brandt

Zaterdag 17 augustus

Na twee dagen ‘traditionele’ Jazz Middelheim-programmatie werd het terrein aan Park Den Brandt overgeleverd aan het jonge gespuis. Dat was er ook aan te zien: de gemiddelde leeftijd van zowel bezoekers als artiesten duikelde de dieperik in, waarbij het hipstergehalte in omgekeerd evenredige richting omhoog schoot. Hemdjes met schreeuwerige etnische prints, roze haar, een bokserspeignoir, nylonkousen in plastieken sletsen en twee kindjes met corpsepaint: u zag er ook dit keer weer bééldig uit.

Deze derde festivaldag werd gecureerd door Lander Gyselinck en Fulco Ottervanger, die naast hun eigen projecten ook een mooi buffet van jong jazz- en ander talent serveerden. Ottervangers De Beren Gieren hadden de ondankbare taak om de dag te openen, waardoor heel wat bezoekers dit optreden aan hun neus zagen voorbijgaan. Uw verslaggever hoorde daar helaas ook bij. U mag dat gerust een schande vinden, maar dan regelt u in het vervolg wel de babysit.

Naast de gastcuratoren was er ook nog artist in residence Ambrose Akinmusire, die aan het tweede van zijn vier concerten op Jazz Middelheim toe was. Putte hij donderdag nog uit zijn uitstekende plaat “Origami Harvest”, dan ging hij vandaag een heel andere toer op. Met “Mae Mae” slaat hij de brug tussen de muzikale erfenis van zijn land en zijn persoonlijke verleden. Hij verwerkt de muziek van Mattie May Thompson, wiens liederen in 1939 werden opgenomen toen ze in de gevangenis van Jackson, Mississippi zat, in een eigen reeks composities waarin hij ook een ode brengt aan zijn moeder Mae, die ook opgroeide in de buurt van Jackson. Mae Mae werd gecomponeerd in opdracht van het jazzfestival van Berlijn en werd vorig jaar ook in Gent gebracht toen Akinmusire er passeerde.

Ambrose Akinmusire 07

Mae Mae vertrekt van de opnames van Thompson, die worden gesampled doorheen de compositie die Akinmusires typisch intuïtieve en spirituele jazzbeleving onderschrijft. Als luisteraar wordt het je niet makkelijk gemaakt met het gebrek aan herkenbare thema’s of mooi gecompartimenteerde improvisaties. Dan ligt de waarde van dit stuk meer in de begeesterde, op en neer deinende energie die steeds flirt met het randje van de uitspatting, maar altijd net weer de sereniteit opzoekt.

De schitterende zangpartijen van Dean Bowman, die de teksten van Thompson  herinterpreteert en aanvult, geven het geheel een bijkomende, meer concrete dimensie. Het zijn ook zijn zangpartijen vol ellende (“I was so happy when they gave me my time / They said I get a hundred years / I didn’t get but ninety-nine”), maar ook niet zonder hoop die aan de ribben blijven plakken, zeker wanneer zijn stem verweven wordt met de samples van Mae Thompson, waardoor het geheel een bijna spookachtige sfeer uitademt. Ook de bijna vijftien minuten durende uitstap naar de Mississippi delta blues is een hoogtepunt, waarin gitarist Marvin Sewell en pianist Gerald Clayton de sterren van de hemel spelen.

In de clubtent (waar het podium gewoontegetrouw weer te laag staat voor een staand publiek) houdt het duo Linus, aangevuld met Niels Van Heertum, Nils Okland en Ingar Zach het bij een hoogst intieme, bijna sacrale set waarin de gastmuzikanten op eufonium, hardangerviool en percussie een hoofdrol spelen en de gitaar en banjo van Ruben Machtelinckx en sax en basklarinet van Thomas Jillings mooi aanvullen. Het is een knap rustpunt in de aanloop van de rest van de avond die bulkt van de energie.

Nubya Garcia 13

Het feestje begint al bij Nubya Garcia, de saxofoniste die deel uitmaakt van de nieuwe lichting jonge Engelse jazzmuzikanten die het genre in Albion een frisse, hedendaagse boost hebben gegeven. Net als bij Moses Boyd op Gent Jazz een dikke maand geleden (die Garcia’s laatste plaat ook indrumde) put zij niet enkel uit haar klassieke opleiding, maar ook uit de muziek waarmee ze opgroeide in de UK, zoals dub, drum & bass en soul. Hoewel, in het begin van de set is het vooral de meer traditionele kant van haar oeuvre die doorschijnt. Drummer Sam Jones legt er wel flink de pees op met zijn hard en impulsief spel – een tegengewicht voor de mooie en zuivere klank van Garcia’s saxofoon.

Knap gedaan, maar het geheel mist toch wat weerhaakjes. Daar komt gelukkig verandering in met een dubversie van “Source” vanop het debuut, die de hele band wél helemaal op scherp zet. In het eveneens sterke “Hold” speelt de Amerikaanse toetsenist Greg Spero een hoofdrol, maar helaas zakt het geheel weer wat in bij afsluiter “Pace”. Het bewijst dat deze lichting Engelse componisten en muzikanten barst van het talent, maar dat er nog wat rek zit op de maturiteit, die vooral in de composities nog moet doorgroeien. Wel heel erg benieuwd waar dit nog naartoe gaat.

Bij Stuff. weten we al een tijdje waar dat naartoe gaat: ver, en nog hard ook. Stuff. groeide de laatste jaren uit tot dé vaandeldrager van de stilaan exploderende Belgische jazzscène die zich laat kenmerken door een bijna rebels gebrek aan respect voor de regels van het genre en een quasi onverzadigbare experimenteerdrift met elektronica, niet-Westerse klanken, hiphop en god-weet-wat-allemaal. Als band van curator Gyselinck kon Stuff. ook niet ontbreken. Geen evidentie trouwens, want Stuff. speelde dit jaar al eens een weergaloze set op Gent Jazz. En nu kan je veel verwachten van Gyselinck en consorten, maar twee totaal verschillende sets in elkaar flansen voor deze twee zusterfestivals, dat zagen we niet meteen gebeuren. Maar hey, nog geen kwartier in de set had letterlijk niemand daar nog last van. Na een ietwat rustige start met oude bekende “Caves” vanop het debuut duwde het vijftal stukje bij beetje het gaspedaal in. Wanneer publiekslieveling “Strata” aan de beurt is, is iedereen al flink onder stoom geraakt en beukt de opgedraaide spacedub genadeloos in op het publiek.

Stuff 06

Niet alleen oude bekenden in een al dan niet bewerkte versie passeren de revue. We horen een aantal aanzetten van nieuwe nummers strategisch in de set gedropt worden. Of ze ook op een nieuw album (waar nog niets over bekend is) zullen verschijnen, is nog maar de vraag, maar we hebben een goed oog op het sterke tweeluik “Washingtonian” en het voorlopig getitelde “Dries Idee” (alhoewel, dat mag ook zo blijven hoor), dat zich moeiteloos tussen het meer gerodeerde werk stand weten te houden. Ook dit keer trouwens weer kudo’s voor de samplekunsten van Mixmonster Menno, die er dit keer ook weer in slaagt om “Pass The Mic” van de Beastie Boys in de muziek te mikken en dat nog te doen lijken alsof dat nummer helemaal voor Stuff. geschreven was. Verder noteren we nog een geniaal “Fulina”, met dat weergaloze middenstuk dat aanvoelt alsof je met een BMX een alpencol afracet, en een dijk van een afsluiter met “Galapagos”. Twee thuismatchen op twee maanden voor deze half Gentse, half Antwerpse band, en twee keer een dikke homerun – dat is klasse. Weg met die Vlaamse bescheidenheid: wereldband!

Nog een artieste voor wie de Belgische grenzen stilaan te klein aan het worden zijn: Charlotte Adigéry. Zowel solo als met haar project WWWater, waarmee ze hier op het zijpodium aantreedt, gaat het hard voor deze Gentse. Met enkel een EP onder de arm — de debuutplaat laat geduldig op zich wachten — stal ze de harten van onder meer de mensen van BBC 6 Music en mocht ze ook op tournee door Australië met Neneh Cherry, wat voor een Belgische artiest überhaupt een flinke verwezenlijking is. Het geeft aan dat de sound van Adigéry sterk, fris en origineel is, wat ze meteen bewijst in deze sterke show. Bijgestaan voor vaste partner in crime Boris Zeebroek en drummer Steve Slingeneyer (ex-Soulwax) wordt de Club Stage een echte Club. Wanneer Adigery zelfs de vier verstokte stoeltjeszitters vooraan mee aan het dansen krijgt, is het feestje dubbel en dik geslaagd.

Wwwater 03

De ster van Amerikaan Louis Cole is de laatste jaren anders ook enorm omhoog geschoten. Als relatief onbekende snotneus nam hij aan het begin van het decennium twee LP’s op, maar die veroorzaakten nauwelijks enige deining. Cole’s project KNOWER deed het dan weer een pak beter, vooral dankzij de de geestige, zelf in elkaar geflanste YouTube-clipjes die, net zoals bij genregenoten Vulfpeck, een enorm succes bleken. Dankzij het succes van KNOWER kreeg Coles solocarrière een nieuwe boost, wat hem een platencontract bij het gerenommeerde Brainfeeder-label van Flying Lotus opleverde. Logisch gevolg? Het vorig jaar uitgebrachte, puike album “Life”.

Cole mag in de studio dan wel ongeveer alles zelf bespelen, op het grote podium van Jazz Middelheim beseft hij nu gelukkig wel dat dat onbegonnen werk is. Dus bracht hij een bassist, toetsenist, twee achtergrondzangeressen en een zeskoppig blazersorkest mee. Maar het is voor alle duidelijkheid Cole zelf die de boel strak dirigeert. Je zou het hem niet aangeven, met die over-oversized zonnebril, het T-shirt met ‘lichaamsprint’ en de Cheetos broek, maar deze slungel slingert quasi moeiteloos tussen keyboard en drumstel – de ruggengraat van zijn door Prince, Maceo Parker en Herbie Hancock beïnvloede, maar tegelijk ook heel erg toegankelijke funk. En hoewel Coles flinterdunne stem het soms moet afleggen tegen het wapengekletter van de Big Band, zal niemand durven zeggen dat hij niet kan zingen.

Mensen die de YouTube-versie van Cole niet kennen, zullen zich wel blauw ergeren aan de vaak overbodige verbale tussenkomsten tijdens de nummers (de kenners na een tijd ook) en het vaak net iets te gemoedelijke sfeertje op het podium, maar om het kunnen en songschrijverschap van Cole en consorten kan niemand heen. Dat bewijzen heerlijk lichtvoetige nummers als “Thinking”, “Bank Account”, “F It Up” en “Weird Part Of The Night”. Wederom: feestje! En dan hadden we nog één grote knalfuif te goed!

Want curatoren Beraadgeslagen hebben intussen letterlijk de clubstage ingepalmd. In het midden van de tent hebben Lander Gyselinck en Fulco Ottervanger hun instrumenten op een indrukwekkend verhoog gezet. Dat bevordert gelukkig het zicht tegenover andere optredens waar ze zich gewoon in het midden van de zaal installeerden, maar het maakt natuurlijk dat het publiek tot ver buiten de tent opeengepakt zit. Want de populariteit van het tweetal, dat nochtans niet de meest voor de hand liggende muziek maakt, is sinds het verschijnen van debuutplaat “Duizeldorp” tot duizelingwekkende hoogten geschoten. De onnavolgbare potpourri van stijlen, van jazz over funk en hiphop naar foute eighties synthpop en zelfs kleinkunst is even uniek als eigenzinnig, maar o zo aanstekelijk.

Gyselinck en Ottervanger mochten van de organisatie enkele muzikale vrienden uitnodigen om deze derde festivaldag af te sluiten. Eerste ‘bondgenoot’ Mauro Pawlowski kiest ervoor om zijn gitaar in dienst te stellen van de band zelf. Dat begint aarzelend met wat onzeker geschuur. Je ziet duidelijk dat het voor beide partijen wat behoedzaam sturen is, maar eens op elkaar ingespeeld weet Pawlowski een extra leuk funkcachet aan de sound van Beraadgeslagen te geven. Tweede bondgenoot Charlotte Adigéry speelt het dan wat meer op safe door haar eigen werk door de Beraadgeslagen-hakselaar te mikken, maar het resultaat is zeker geen flauw doorslagje. Vooral “Paténipat” is indrukwekkend, niet in het minst door de machtige beat van Gyselinck.

En dan is het de beurt aan Zwangere Guy om met een rotswaar hiphopbombardement de tent plat te krijgen, iets waar hij vanaf de eerste noten van “Wie Is Guy?” met zijn enorme présence en voordracht met verve in slaagt. Indrukwekkend ook om te zien met wat voor een gemak Gyselinck en Ottervangen schakelen van eigen materiaal over bonkende elektro naar topzware hiphop. Beraadgeslagen als wrecking crew voor al uw uiteenlopende muzikale projecten: daar zit toekomst in, net zoals in die knappe lichting jong geweld die vandaag weer als een vloedgolf het oudste jazzfestival van het land innam. Morgen is het weer aan de oudjes – als de brokstukken van vandaag zijn opgeruimd, tenminste.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in