Jazz Middelheim 2019 :: 15-18 augustus, Park Den Brandt

Vrijdag 16 augustus

Zeg ‘soul’ en ‘jazz’ in België en je belandt al snel bij pianist Eric Legnini, die van gloeiende grooves z’n specialiteit gemaakt heeft. Deze keer was hij van de partij met ‘Tribute To Les McCann’, een hommage aan een van de sleutelspelers van de zogenaamde souljazz, die voortbouwde op het werk van hardboppioniers als Horace Silver en dat samenbracht met de blues, gospel en soul van figuren als Ray Charles en Charles Brown. Je wist op voorhand wat dat betekende: lui swingende nachtbrakersmuziek van de soort uit reclamespotjes en soundtracks. Het begon gezapig schuifelend, maar vanaf “That Healin’ Feelin’” sloeg de band, aangevuurd door drummer Antoine Pierre (betrouwbaar als altijd), aan het dansen met oerdegelijke interactie. Hier ga je niemand mee verrassen, laat staan bekeren, maar de band kreeg ruimte en speelde hecht en, ja, soulvol.

Saxofonist Jon Boutellier haalde regelmatig uit met een knappe bevlogenheid en vormde een mooie tandem met trompettist Malo Mazurlé, terwijl “Them That’s Got” even herinnerde aan Tom Waits in zijn beatnikperiode en “Smile, Stacey” aan dat andere icoon, Mose Allison. “Compared To What”, McCanns grootste klassieker, kon niet ontbreken en groeide ook uit tot het hoogtepunt van de set, een sensuele blues die een wat flauw vervolg kreeg met een te slaperige ballade, “Big City”. Maar kijk, het was aperitieftijd, en dan hoeft er geen woest geteisem te zijn.

Kenny Werner, in Park Den Brandt steevast onthaald als een semi-God, al is het maar omdat hij twee decennia aan de zijde van festivalpeter Toots Thielemans speelde, was van de partij met zijn Quartet en kwam zijn jongste worp Church On Mars voorstellen met Dave Liebman (sax, fluit), Johannes Weldenmueller (bas) en Peter Erskine (drums). Dat betekende ook nu vooral lyrische jazz, waarin Werner zijn techniek genereus demonstreerde, maar ook volop ruimte liet voor zijn kompanen, en Liebman in het bijzonder. In opener “Feel Good” was de dobberende ritmesectie het ideale platform voor solo-exploraties die gaandeweg expressiever zouden worden, zoals Liebmans klagende sopraansaxmelodieën in het titelnummer van de nieuwe plaat.

Door gebruik te maken van een houten fluitje kreeg “Tender Mercies” iets van antieke volksmuziek, wat dan weer goed aansloot bij het meanderende, haast impressionistische spel van Werner en het ruisende begeleiden van Erskine, die geen slag te veel liet vallen. Intiem en toch ook een beetje afstandelijk, op maat van mistige nachten in desolate oorden. Gershwin-klassieker “Embraceable You” vormde een breuk met de rest van het concert; niet enkel door de sterk ontbeende, trage uitvoering, maar ook de aanwezigheid van zangeres Vivienne Aerts (een Nederlandse die verkaste naar New York), die elke lettergreep bedachtzaam over de lippen liet rollen en vervolgens Liebmans blaaswerk spiegelde met woordenloze intervallen. “Is Seeing Believing” kreeg vervolgens even een “Naima”-vibe, maar het slome meanderen zorgde ervoor dat de spanningsboog hier te veel verslapte. Een concert dat vaak uitblonk in verfijning, maar ons zelden echt bij de lurven greep. 

Deze editie zal misschien wel bekend staan als die waarin de opa’s orde op zaken kwamen stellen. Sanders (°1940) liet het afbraakwerk vooral over aan z’n band, maar niet zo bij Charles Lloyd (°1938) en Enrico Rava (°1939), die speelden met de bevlogenheid van muzikanten met half zo veel jaren op de teller. Vooral het concert van Charles Loyd en zijn ‘Kindred Spirits’ zal nog vaak het onderwerp van gesprekken vormen, want de man speelde twee jaar na zijn set met The Marvels een concert dat in z’n beste momenten een klein beetje magie in de aanbieding had. Dat heeft ongetwijfeld te maken met zijn toegankelijke, maar daarom niet minder authentieke spiritualiteit. En als je op Dag 1 een veteraan hoorde die soms in staat was tot mooie dingen, dan hoorde je nu een leider die eigenlijk leek te spelen op de piek van zijn kunnen. 

Charles Lloyd 08

Lloyd speelde zoekend en kronkelend, nam het voortouw in een organische interactie die echt leefde. De man beschikte met pianist Gerald Clayton, gitarist Marvin Sewell, bassist Reuben Rogers en drummer Eric Harland dan ook over een gedroomde band, die in staat was tot turbulente actie, maar soms ook de gospel- en andere rootsinvloeden hun werk lieten doen. Het was muziek met een emotionele, soms zelfs sacrale spankracht, waarbij Lloyd klonk als een iets minder intense David S. Ware met een spirituele missie. En dat leidde tot een gezonde spanning en respect op het podium in alle richtingen, met oud (“Dream Weaver”) en recent materiaal (“Defiant”) dat naadloos in elkaar overvloeide zonder dat alles vol geplamuurd werd. Sewell mocht solo een snijdende blues spelen, die vervolgens uitmondde in een passage met Lloyd op dwarsfluit die even de flower power terugbracht. Dit was levende en ademende muziek met een ziel, met warmte en de openheid die van de beste jazz zo’n feest maakt. Lloyd is nog altijd een badass.

En eigenlijk kan je hetzelfde zeggen van trompettist Enrico Rava, de peetvader van de Italiaanse jazz. Ook die omringde zich met hongerige, jonge(re) wolven – pianist Giovanni Guidi, tenorsaxofonist Francesco Bearzatti, gitarist Francesco Diodati (guitar), bassist Gabriele Evangelista en drummer Enrico Morello – die op geen enkel moment de indruk gaven dat ze ingehuurd waren om de leider in een comfortabele zetel te zetten. Integendeel: het podium lichtte dan wel bloedrood op, alsof je een Nino Rota-hommage zou krijgen, maar wat er zich afspeelde was muziek die doordrongen was van elektriciteit (en niet enkel door die gitaar) en variatie, met in de kop een onheilspellend, filmisch drama met schimmige gitaarklanken, terwijl Rava, het hele concert op bugel, al even bevlogen speelde als Lloyd.

Enrico Rava 02

Er werd geplukt uit verschillende periodes van zijn lange en kleurrijke carrière, maar dat werd allemaal moeiteloos bij elkaar gebracht, waardoor je het ene moment een frivool thema voor de voeten geworpen kreeg dat herinnerde aan de jonge Ornette Coleman, even later onderdook in een drukke grootstadsvibe, of zelfs aangeleund werd bij een soundscape, met vrij spel voor  Diodati, die zich regelmatig kon laten gaan met hoekige uitweidingen en onaardse geluidseffecten. Gaandeweg zocht de muziek wel iets traditioneler terrein op, met een fraaie interpretatie van “My Funny Valentine” en helemaal aan het einde nog “Quizás Quizás Quizás” (misschien nog beter bekend als “Perhaps, Perhaps, Perhaps”), dat geinig was, maar ook een beetje makkelijk. Het concert miste daar de scherpte van de eerste helft en was met een duur van meer dan anderhalf uur wat veel van het goede. Toch kon je ook hier niet anders dan vaststellen dat deze jazzlegende niet koos voor de makkelijkste weg, maar voor avontuur, variatie en vitaliteit. Dinsdag wordt Rava tachtig, stuur ‘m een kaartje met onze groeten.

*

“Please Sabam, get your shit together”. Dat waren (enkele van) de woorden die bassiste Anneleen Boehme veil had toen de Sabam Awards van 2018 weer uitgroeiden tot een mannenonderonsje. Het leidde tot een hetze op sociale media (die dienen daarvoor) die intussen alweer vergeten is. Misschien omdat er nog altijd werk gemaakt moet worden van fundamentele verandering? Soit. Terwijl LABtrio-collega’s Lander Gyselinck en Bram De Looze de voorbije jaren volop in de kijker stonden met andere projecten, leek Boehme een beetje over het hoofd gezien, maar ze kreeg dit jaar wel de kans om zich te bewijzen op de Club Stage, en dat deed ze met verve. Daarvoor trommelde ze vier bezettingen bij elkaar. Een paar bestaande, maar ook iets totaal nieuws. Wat ze gemeenschappelijk hadden was een centrale rol voor de bassiste, die zich niet zomaar zou tonen als begeleider, maar als bandleider, een rol die ze vervulde met charmante humor, zelfrelativering en naturel.

Haar trio met de Luxemburgse vibrafonist Pol Belardi en de Frans-Servische pianist Bojan Z was een uitloper van het Criss Cross Europe-project van begin dit jaar. Hier was meteen al duidelijk dat Boehme ook een prominente rol kan opnemen. Dat het centrale stuk “Waltz For Debby” van Bill Evans was, kan geen toeval zijn. De klassieke versie van die compositie werd uitgevoerd door Evans met drummer Paul Motian en bassist Scott LaFaro, die als geen ander de rol van de bassist opwaardeerde tot die van een gelijke stem. Het was hier een mooie, doorleefde uitvoering die gevolgd werd door een laatste compositie vol percussieve effecten. Een prima start.

Yskan is de reïncarnatie van Gizmo, een kwartet met gitarist Geert Hendrickx, saxofonist Sam Comerford en drummer Simon Raman. Hier zat het geluid wat dichter tegen de rock, met bas en gitaar die simultaan kronkelden en een tenorsax die daarover kon zweven. De bas ronkte donker in het lage register en ging door spaarzaam gebruikte effecten ook even uitwaaien. Een stuk waarin Comerford gebruikt maakte van de kolossale bassax had iets van noir Americana, terwijl slotsuk “Oil On Canvas” bewoog van zwaarmoedigheid naar ongedurigheid met hoekigheid en tempowissels. Opnieuw een fijn concert.

Boehme had eigenlijk een beetje pech, want de artiesten op het hoofdpodium snoepten een paar keer wat van haar tijd af. Vooral haar derde concert was daar het slachtoffer van. Dubbel jammer omdat echt dit haar eigen ding was. Voor Grand Picture Palace bracht ze een nonet bij elkaar, met een strijkkwartet, drie blazers (trompettist Cedric De Lat, basklarinettist Rob Banken en tubiste Berlinde Deman) en drummer Matthias De Waele. Het meest verrassende was dat de band startte als koor, met de fraaie meerstemmige samenzang van “Ouverture” die even zelfs herinnerde aan de grandioze volksmuziek van Le Mystère des Voix Bulgares en overging in “Lucy”, waarin Boehme opnieuw leidde met kloeke walking bass, donkere kleuren en een lekker mee pompende tuba. Een geluid dat speelsheid en gewicht mooi in evenwicht hield. “Vuurtoren” neigde meer naar sfeervolle hedendaagse kamermuziek,  die verwant was aan de filmische inkleuringen die je ook hoorde bij Jan Swerts. Pieken gebeurde met het slotnummer, waarin de bas het voortouw nam, de strijkers zorgden voor contrasterende accenten en een ronkende low end ontstond van bas, tuba en de blatende, balkende basklarinet van Banken. Dit was bontgekleurd, voorzien van vaart, drama en emotie, en vooral zeer veelbelovend. De reactie van het publiek was navenant. Aan het einde van de dag sloot Boehme af met haar integrale Criss Cross band, nu omgedoopt tot Ara Sextet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in