The Murder Capital :: When I Have Fears

Als de golf aan nieuwe punkgroepjes een indicatie is, dan wordt het nog niet snel beter met de wereld. When I Have Fears van The Murder Capital is de volgende loot aan een drukbegroeide stam en bloedt inktzwarte hars.

Voor wie er nog aan twijfelde hoe hard het economisch onheil er sinds 2008 heeft ingehakt in Ierland, is er deze groepsnaam. Neen. Dublin is geen Sodom & Gomorra waar niet zonder kleerscheuren rond te wandelen is, maar het torst wel één van de hoogste zelfmoordcijfers van Europa. Het was daar dat dit cynisch zootje zijn bandnaam vond, want zo voelde het nu eenmaal: het leven is een leugen, hoop is een fata morgana en het ochtendgloren al lang uitverkocht.

Waar IDLES en Shame de maat van de Britse maatschappij nemen, en stadsgenoten Fontaines DC hetzelfde doen aan de andere kant van het Iers kanaal, richt The Murder Capital de blik inwaarts. Dit kwintet heeft dan ook al eens van het potje Joy Division geroken. Zo verraden dof roffelende drums, monotone ritmes en een stem die immer op de stand “doem” staat ingesteld. Ook tekstueel kijkt frontman James McGovern liever in de spiegel dan dat hij die de wereld in het gezicht duwt.

Het kan niet anders met een titel als “When I Have Fears”, een flard Keats die verder leest “That I may cease to be / Before my pen has glean’d my teeming brain”. Angst voor de dood, voor eindigheid, is wat dit debuut drijft. Zo klinkt het centrale tweeluik “Slow Dance I & II”. Je hoort het ook aan “On Twisted Ground”, geïnspireerd door het zelfgekozen eind van een vriend en het soort nachtelijke woelmuziek dat Kurt Cobains “Something In The Way” kindermuziek maakt.

Het is het rustpunt midden in een plaat die verder bruist van de onrust. Als Shame en IDLES de punk een nieuw infuus benzine hebben gegeven, dan is The Murder Capital het shot endorfine dat postpunk nodig had. Neem nu “More Is Less”, het eerste teken van leven dat de groep losliet. Heerlijk is het hoe dat “And I love it” alles even stil legt voor de gitaren jakkerend het refrein in draaien. Opener “For Everything” botst en beukt dan weer als wil het uit alle macht uit de isoleercel breken; de ruimte is te kort, de kracht te groot.

Meer uitzichtloosheid: het monotoon dreinende “Green And Blue”, of die andere single “Feeling Fades”, het complexere broertje van “More Is Less”. “Don’t Cling To Life” klinkt als zijn tegenganger: een resoluut vechten tegen het uitdoven, furieus en overtuigd. En dan is er nog “Love Love Love”, een kopstoot van een slotnummer: ‘Maybe in the rain the romance’s dead / Maybe in the rain romance will say goodbye. Well, goodbye, goodbye’, zingt McGovern droog over een dwarsliggend ritme. Het is berusting omdat je maar zolang kunt vechten; een passief-agressief “whatever” dat meer pijn verbergt dan iets anders; “ach”.

En meer dan “ach” hebben ook wij niet te bieden. De toekomst is inktzwart, de erfgenamen van Margareth Thatcher staan te trappelen aan de poorten en de gletsjers smelten aan een recordtempo. We gaan naar de verdoemenis, maar de soundtrack voor de donkere tijden die komen is bij deze alvast beschikbaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in