Angles 9 :: Beyond Us

In het laatste weekend van augustus vindt rond Groningen weer een van de mooiste jazzfestivals van de Lage Landen plaats, de Zomerjazzfietstour. Of dat is toch wat we ervan maken, want een bezoek is er helaas nog niet van gekomen. Dat er memorabele performances meegepikt kunnen worden valt alleszins af te leiden uit het recentste album van Angles 9, dat er werd opgenomen tijdens de editie van 2018.

Daarmee is de band rond Martin Küchen intussen uitgegroeid tot een gevestigde waarde. Na twee albums van het sextet, eentje van het octet, drie van het nonet en een zijstap met Angles 3, is dit intussen de vierde plaat van Angles 9, en die volgt zo’n beetje de aanpak van het vorige werk. De goede verstaander weet wat dat betekent: jazz die op z’n minst smeult met een amper onderdrukte intensiteit, regelmatig danst met een pakkende onstuimigheid en soms aankomt als een emotionele splinterbom. Twee jaar na Disappeared Behind The Sun vallen er op Beyond Us geen koerswijzigingen te rapen, maar de band staat er wel opnieuw als een goed geoliede machine die soepel wentelt en rolt, soms uithaalt met de impact van een heuse big band en vooral ook inwerkt op hart en heupen. Hun grote kracht.

De leden hebben allemaal hun sporen ruimschoots verdiend binnen de vrijere jazz, maar bij Angles 9 blijft de focus en koers altijd duidelijk afgelijnd. Zelfs in vrijere passages blijft deze muziek doordrongen van die bekende koortsige puls, is er altijd wel iemand die het hart laat kloppen terwijl de rest stuiptrekt in een collectieve uitbarsting. De titeltrack mist misschien de ruwheid die “Equality & Death (Mothers, Fathers, Where Are Ye?)” zo opwindend maakte als opener van het vorige album, maar dat hypnotiserende ritme zit er wél in, wordt door die ritmesectie meteen voor de voeten geworpen en niet meer opzij gezet. Vibrafonist Mattias Ståhl kan er even op los soleren, maar al snel introduceren de blazers hun thema en zijn ze met z’n allen vertrokken. In eenvoud, maar met maximale doeltreffendheid. Stuwend, een bloedbaan die pompt, pompt, pompt.

Met “U(n)happiez Marriages” en “Samar & The Egyptian Winter”, de langste stukken op het album, gaat het tempo omlaag. Het eerste opent met een grotere vrijheid voor pianist Alexander Zethson, in balans gehouden door de haast manisch-repetitieve bas, terwijl drummer Andreas Werliin even meeschildert. Dan duiken de blazers op met een loom, bluesy thema dat de boel overneemt, wiegend en schuifelend met een collectieve massa waarin wel voortdurend stokjes doorgegeven worden. Hier ontplooien ze à la Mingus de kleur en weelde van een veel groter orkest. Het is iets dat ze daarna overdoen, met een van Küchens gehavende saxssolo’s die gezelschap krijgt van die sloom roterende ritmesectie. Küchen jeremieert, trombonist Mats Åleklint neemt over, en daar is weer die fragiele weemoed, rechtstreeks uit een of andere gesjeesde Balkanfilm. Individu en collectief blijven in een hecht verbond met zo’n weelde aan emoties dat ze er soms geen blijf mee weten.

Het tempo wordt opgekrikt met “Against The Permanent Revolution” dat net opvalt door z’n groots, cumulatief drama, op maat van straatprotest en gehavende harten. Dit is de Angles 9 die uitbundigheid, verdriet en revolte kan combineren in één track, terwijl afgesloten wordt met “Mali”, dat heel even herinnert aan “European Boogie” (Injuries) met dat stuwende ritme, de pompende en scheurende blazers en bonte uitbundigheid. Dit is grooven en funken zoals ze dat zo goed kunnen, met trompettist Magnus Broo en kornettist Goran Kajfeš die er lekker op los schetteren in een onstuitbare blazersweelde. Elke muzikant kan op zijn manier zo wel een bijdrage leveren, maar zoals gewoonlijk is dit vooral ook weer een collectieve krachttoer van een unieke band die intussen een vertrouwde sound heeft die duidelijk nog even mee kan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in