Crawl

Bij de Franse regisseur Alexandre Aja, weet je voorafgaand aan een film nooit echt waar je aan toe zal zijn: in zijn beste momenten is de man in staat superieur genrewerk af te leveren zoals Haute Tension of de remake van de Wes Craven cultklassieker The Hills Have Eyes. Op zijn zwakst is hij echter ook in staat tot ondingen als Horns en Piranha 3D. Crawl valt ergens tussen die twee uitersten in: een film over alligators die mensen achterna zitten, die helaas bitter weinig van het plezier te bieden heeft die een dergelijke omschrijving belooft.

Die tegenvallende belofte zit al vervat in de verkeerde ritmiek van de film: Crawl duurt amper 87 minuten, maar een derde daarvan wordt gespendeerd aan het kijken naar het hoofdpersonage Haley (Kaya Scodelario), dat tijdens een orkaan in Florida (met dank aan waarlijk vreselijke CGI beelden) op zoek is naar haar vader (Barry Pepper) die al een paar dagen geen teken van leven meer geeft. Wanneer ze hem uiteindelijk vindt in de kelder van het ouderlijke huis, duikt er volkomen onverwacht dan toch een alligator op – een goedkoop boe-moment dat in de verste verte niks met suspense te maken heeft. Aangezien de kelder onderloopt zitten vader en dochter als ratten in de val, een gegeven dat best voor entertainende griezel kan zorgen, ware het niet dat de film al te veel geïnteresseerd is in het emotionele geklets dat de familieleden onderling uitwisselen en dat om de haverklap de actie doorbreekt: papa moet dochterlief duidelijk maken dat hij haar hard aanpakte als zwemcoach omdat ze het nodig had, papa moet dochterlief uitleggen dat zij geen schuld had aan de scheiding van haar ouders … niet meteen bevorderlijk materiaal voor een sterke spanningsboog.

Het opduiken van de van messcherpe tanden voorziene reptielen, zorgt er wel voor dat de protagonisten geen kant op kunnen en dus geen andere keuze hebben dan op zoek te gaan naar een manier om uit de kelder te geraken. Alligators hebben ook het voordeel een dankbare dreiging te zijn – oerwezens die na miljoenen jaren evolutie zo geperfectioneerd zijn als jager dat ze nauwelijks nog evolueren – en het spreekt voor zich dat al het extra water dat de storm met zich meebrengt, het scenario een paar extra mogelijkheden biedt. Anderzijds hebben menselijke personages bitter weinig kans om een ontmoeting met een van de beesten te overleven, wat wil zeggen dat we vooral zitten te kijken naar variaties op steeds maar weer hetzelfde rondsluipen en net op tijd wegspringen achter de bescherming van de kelderleidingen. Om dat euvel te verhelpen sleurt Aja er op tijd en stond wat ‘wegwerppersonages’ bij die per ongeluk in dezelfde buurt verzeilen – agenten of plunderaars – en die enkel dienen om zo snel mogelijk aan stukken gereten te worden.

Dat het hoofdpersonage een zwemkampioene is wil uiteraard zeggen dat ze zich op een bepaald moment onvermijdelijk zal moeten meten in snelheid met de zwemmende verschrikkingen, wat een paar even potsierlijke als onwaarschijnlijke ontsnappingen oplevert. Het is best ok om voor dit soort films een behoorlijke portie ‘suspension of disbelief’ te vragen van de kijker, maar daar moet dan wel iets tegenover staan. Precies op dat vlak scoort Crawl bijzonder matig en enkel in het tweede deel weet de prent enige variatie te brengen om de monotonie te doorbreken.

The Pool – winnaar van de persprijs op de jongste editie van het BIFFF festival – bewees eerder dit jaar dat een absurde plot over een paar mensen en een alligator wel degelijk gedurfde en geïnspireerde cinema kan opleveren. Dit soort B-films bestaat bij gratie van de manier waarop ze de primaire sensaties op een creatieve manier weten om te zetten in filmtaal … Crawl biedt helaas niks van dat alles en sleept zich dan ook met de meeste moeite voort tot aan de voorspelbare climax.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in