Trixie Whitley + Róisín Murphy + Christine And The Queens

7 augustus 2019 Lokerse Feesten

Lokeren stak het midden van de feestweek in een misschien minder coherent programma — deze avond klasseren onder ‘sterke vrouwen’ zou het sterke genderbinariteit verwerpende statement van de afsluiter tenietdoen — maar wel één dat mateloos wist te boeien. Een op licht automatische piloot spelende nationale trots, prettig gestoorde club queen en multigetalendeerde aanvoerder van Queens tekenden daarvoor.

Ook op de festivals viert Trixie Whitley nog duidelijk het doopfeest van Lacuna, haar verdienstelijke derde die ze helaas op nagenoeg dezelfde wijze als bij de albumvoorstelling eerder dit jaar in AB presenteerde. Sommige nieuwe songs zitten ondertussen nog strakker in het pak, de rechttoe-rechtaan-rocker “Time” bijvoorbeeld. Ook singles “Heartbeat” en “Touch” zijn verder uitgebeend tot bij momenten onderkoeld maar immer intrigerend live-materiaal. Helaas schakelde Whitley al iets te vaak op automatische piloot: een nonchalant gezongen “Long Way Coming” of rommelig “Bleak” kwamen gehaast over. Op de akoestische versies van “Closer” en “Breathe You In My Dreams” zat gelukkig geen sleet, maar meer dan “goed” kon je haar deze keer helaas niet noemen. Naar eigen zeggen gooit ze haar sets graag om, maar op de vlakke nieuwe “Which Side Are You On” na was daar weinig van te merken. Als toegifte waren meer hits geen noodzaak, maar een grotendeels vergeetbare tweede helft met een ongeïnspireerd “Hotter I Burn” als dieptepunt had er zeker niet slecht bij gedijt.

Whitley mag dan wel zeggen dat ze het graag spannend en onvoorspelbaar houdt, Róisín Murphy scoort op dit vlak toch een stuk beter. Niet alleen distantieerde ze zichzelf met een rist 12″-releases al een tijd geleden van het klassieke albumformaat, ook live bewandelt ze een avontuurlijk pad. Met “Like” bijvoorbeeld: ergens tussen Kraftwerk en Grace Jones acht minuten lang het alternodance-hoogtepunt van de nacht. Immer catchy, geen seconde voordehandliggend. In een sowieso onvoorspelbare setlist werden hele nummers nog eens hertimmerd om binnen het geheel te passen: de gitaarballade “Unputdownable” bijvoorbeeld tot een italodisco slowburner. Haar set werd gewiekst opgebouwd, opwellend vanuit de jazzfunk “House Of Glass”, en spaarzaam omspringend met echte explosies. In de eerste helft was enkel een eighties-heavy “You Know Me Better” een puur popmoment, voorts kregen we intrigerende lappen retrodance à la “Incapable”, die je mee de onderbuik van de seventies club scene intrekken, en opgefriste versies van minder bekende singles als “Ten Miles High” die een markantere live-toets kregen. Zo ook een percussievol “Exploitation”, waar achterin dan toch een flard “Sing It Back” in opdook. Wie meer wou, kreeg met een housey “Forever More” een volwaardig klassiekermoment, maar meteen erna draaide Murphy “Overpowered” alweer psychedelisch in de mangel. Naar aloude gewoonte nam de zangeres haar publiek mee op ontdekkingsreis doorheen de krochten van haar kledingkast: broeklagen afpellend, toeristenpetten opgooiend of fietszakken rondgespend. Deze zin voor avontuur was er gelukkig nog meer in de muzikale keuzes, steevast loepzuiver en krakend live uitgevoerd. Het ongeleide projectiel van Moloko staat er ondertussen als een immer prettig gestoorde, eigenzinnige discodiva.

Om wat show zit ook Héloise Letissier niet verlegen. Omgeven door een troep dansers onder een vuurwerkregen zette “Comme si on s’aimait” haar set in met een hoger showgehalte dan wat Lokeren gewoon is. Zut alors, wat zat die show ook perfect in elkaar, zonder ergens machinaal over te komen. Eén bal energie is ze op een podium, in choreografieën die meermaals aan de Jackson-familie doen denken. Bij Christine And The Queens kan het echter wel allemaal live. Petje af dat er bij deze moves zo zuiver gezongen kan worden. Die moves overstegen bovendien het popspektakel dat je gewoonlijk te zien krijgt. Geen klasse-b jazzballet maar een sterk artistiek gerichte performance luisterde bijvoorbeeld “Christine” op. Daarbovenop mocht een sterk statement gemaakt over gender en seksualiteit, zoals de bodybuilding poses op “Damn, dis-moi” getuigen. Christine — vanaf album nummer 2 kortweg Chris — sloeg er wonderwel in de safe space liefdesdisco op te richten zoals ze op de spacey tonen van “Science Fiction” aankondigde. De genderfluïde choreo maakte de retroshow tegelijkertijd helemaal 2019.

De eerste helft van de set ging hier en daar gebukt onder inwisselbare songkeuzes, waar vanaf de doorleefde versie van de atmosferische elektroballade “Machin-chose” — meteen het bewijs dat Chris ook zonder alle show subliem overeind blijft — verandering in kwam. Met een strak “L’étranger (Voleur d’eau)” — fenomenale vertraagde choreografie trouwens — de midtempo “Goya! Soda!” en het dromerige “Saint Claude” bracht de tweede helft hetzelfde showniveau met gevarieerdere en simpelweg betere songkeuzes. Het zette een blinkende kroon op een avond die twee wervelwinden en een degelijke opwarmer over het festivalterrein liet razen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in