Aspen Edities :: De eerste zeven releases

Ruben Machtelinckx >< Frederik Leroux – when the shade is stretched (Aspen 003)
“But sometimes when it’s your brother you look the other way”

De banjo, het is niet meteen een instrument dat je in verband brengt met experimentele muziek. Binnen de jazz wordt het vooral gelinkt aan Johnny St. Cyr binnen de Hot Fives & Hot Sevens van Louis Armstrong, en eventueel nog wat andere stromingen die ondergesneeuwd raakten vanaf de bebop-revolutie. Idem voor de rootsmuziek: het is bij uitstek het instrument van western swing en bluegrass, vooral knakkers als Earl Scruggs en Roscoe Holcomb. Het is ook een instrument dat Ruben Machtelinckx en Frederik Leroux bespelen naast hun gitaren. Dat lieten ze trouwens al horen op het tweede album van Linus, waarop het duo werd bijgestaan door Leroux en percussionist Øyvind Skarbø. Het is ook het hoofdinstrument op when the shade is stretched, waarvan ze elk een helft voor zich nemen.

Natuurlijk is dit geen klassieke banjoplaat (en al helemaal geen acrobatie à la Béla Fleck). Het nocturnaal aandoende artwork van Charif Benhelima suggereert al iets anders, en bovendien worden de banjo’s aangevuld met andere instrumenten, behandeld met effecten en preparaties. Dat maakt het bij momenten nog wat moeilijker te doorgronden dan de eerste twee albums van het label. Ook hier zijn er in de titels verwijzingen naar de natuur en cycli, maar wat je hoort is nu experimenteler, meer gemanipuleerd. Zo start Machtelinckx zijn albumhelft met het aanzwellende “Turdus”, waarin banjogetokkel opduikt vanuit zachte ambient-klanken, vervolgens geloopt wordt, en nog eens onder gitaargetokkel geschoven wordt, waarmee het een merkwaardig metronoom-achtig effect krijgt. Het wordt een kluwen van snaren, een klankfilm met meerdere dimensies, die zich naar het einde laat overmeesteren door een zware drone om tenslotte weer uit te dunnen.

De meeste andere stukken herhalen dat evenwicht op hun manier. Zo start “One Morning, Ten Years Later” met gefrutsel en klankgolven. Al snel komt de banjo erbij, maar op de achtergrond blijft er vanalles gebeuren. Door een twangy echo herinnert het even aan de in real time ontvouwende filmscores van Gary Lucas. “Mirror Men” krijgt dan weer een totaal trance-effect door een herhaling van vlugge arpeggio’s, die vertraagd worden voor de tweede helft, terwijl “Spuds” begint bij ingrijpende manipulaties, maar uiteindelijk het meest toegankelijke stuk wordt. Tussen de stukken zitten twee korte en ‘gave’ gitaarstukken verstopt, het lijken wel mini-études die oplossen voor ze goed op gang komen.

Dan valt er bij Leroux een heel ander geluid te horen. Zijn zes stukken zijn assertiever, spookier, en sterker in de (Amerikaanse) rootsmuziek geworteld. Doorheen “Dawn” en “Dusk” waait een onheilspellende wind, terwijl de banjo haast klink als een National steel guitar voor mismeesterde blues. Ook andere korte tracks als “The Faerie Queene” en “Woman On A Rocking Horse” vallen meteen op, door het gebruik van o.m. tape delay en gefluit, waarmee het eerste iets heeft van een echotunnel waardoor meeuwen passeren, en het tweede uitpakt met vliegensvlug stuntwerk dat haast klinkt als een roots-pastiche. De langere stukken hanteren een geduldiger aanpak: in “Arum Lily” worden vogelfluitjes verwerkt in een bezwerende trip van geloopte banjo die in combinatie met een zware, melancholische onderstroom uitgroeit tot erg filmische muziek. Scharnierstuk is hier “I Lock My Door Upon Myself”, waarin met tape delay opnieuw een spookachtig hoorspel wordt geconstrueerd, dat gaandeweg wordt aangevuld met percussie en andere, moeilijk te identificeren geluiden en/of manipulaties.

Twee albumhelften die gevuld worden met vergelijkbare middelen en een verwante nieuwsgierigheid, maar toch een heel ander resultaat opleveren. De stukken van Leroux zijn directer, heftiger en, ondanks de soms ingrijpende effecten, misschien toch iets traditioneler, nauwer verwant aan de taal die we doorgaans associëren met de banjo. Bij Machtelinckx is het geluid iets moeilijker vast te pinnen, waardoor je belandt bij de paradox dat zijn bijdrage ondanks die zachtaardigheid moeilijker te doordringen valt. Het levert alleszins twee helften op die meerdere luisterbeurten afdwingen.

https://rubenmachtelinckxfrederikleroux.bandcamp.com/album/when-the-shade-is-stretched

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in